'Never wear a hat that has more character than you do'; Een beeldhouwwerk op je hoofd

Robert Guillaume Kuijpers. Tel. 020-6423894.

Er zijn maar twee basisvormen in de hoedenwereld: een hoed en een pet. En er zijn maar twee stijlen: een hoed met een rand en een hoed zonder rand. En daar zijn dan variaties op.'' Dat klinkt eenvoudig, maar zo eenvoudig zijn de dameshoeden van Robert Guillaume Kuijpers niet. Zijn ontwerpen vallen op door elegantie en chic en zijn vaak ware sculpturen. Ze variëren van sportieve baretten tot transparante zomerhoeden en kokette cocktailkapjes voorzien van geraffineerde ornamentiek.

Robert Guillaume - Kuijpers laat hij er in zijn merknaam af om buitenlanders de tong niet te laten breken - werd geboren in Nieuw Zeeland en is 43 jaar. Als kind maakte hij taarten die steeds meer de vorm van fantasierijke kunstwerken aannamen. Een fotoalbum toont torenhoge bruidstaarten met barokke versieringen, Moscovisch gebak bedekt met een zoete bloemenzee en Engels kerstgebak in fijnzinnige kleurcombinaties.

In 1972 verhuisde hij naar Nederland, waar geen mens het in zijn hoofd zou halen al in september aan de Christmas cake te beginnen. Kuijpers werd beheerder van een bankfiliaal in Buitenveldert, maar het taartenmaken gaf hij er nooit helemaal aan. “Ik had een creatieve drang die me niet losliet”, zegt hij. Net toen hij had besloten een gespecialiseerde taartmakersopleiding in de Verenigde Staten te volgen, ontmoette hij Katja Robinski, een in Amsterdam wonende hoedenmaakster van Russische komaf, die dit jaar op 91-jarige leeftijd overleed. “Katja was in de jaren vijftig tot zeventig de grande dame van de hoedenmode. Door haar raakte ik gefascineerd door hoeden, maar ik had nog nooit naald en draad vastgehouden.”

Nadat Robinski hem de basistechnieken had bijgebracht, stapte hij in 1989 definitief over naar het hoedenvak. “Het ware ontwerpen moet uit jezelf komen, anders maak je kopieën van iemand anders. En dat wil ik beslist niet. Ik maak nooit eenzelfde model. Zowel mijn hoeden als mijn taarten zijn altijd unieke stukken. In een hoed probeer ik het karakter van de draagster tot uitdrukking te brengen en houd ik rekening met haar kleding en omgeving. Een hoed is het kledingstuk bij uitstek waarmee je trots, humor en vindingrijkheid kunt uitdragen. Ik heb wel een collectie, maar dat is meer om de klant een idee te geven van hoe het kan worden.”

De hoeden van Kuijpers hebben iets zwierigs, met golvende, soms hoog oplopende lijnen die beweging suggereren en met speelse details in de garnering. Op sommige dansen sierlijke, geplukte hanenveren die alleen nog aan het uiteinde een klein pikant veertje hebben. “Ik maak graag gebruik van veren. Ze flatteren altijd”, zegt hij en laat een begerenswaardige zwarte strohoed zien, met een bol omgeven door groen glanzende zwarte veren.

Kuijpers laat zich bij het ontwerpen graag inspireren door beeldende kunst en architectuur. “Ik probeer zoveel mogelijk te bekijken, het maakt me niet uit of het oude of moderne kunst is. Wat ik zie, komt onbewust tot uiting in mijn modellen. Daarnaast ga ik ook uit van het materiaal. Ik gebruik vilt, tweed, bont en kunstbont met verschillende motieven en voor de zomer veel strosoorten. Cinamij bijvoorbeeld is heel licht, makkelijk te verwerken stro uit de Filippijnen met een prachtig transparant aanzien en verkrijgbaar in een scala van kleuren.” In zijn collectie heeft hij onder meer een elegante, breedgerande hoed van zachtroze stro, afgewerkt met verschillende nuances roze zijde, maar ook brutale zwart-wit gestipte, gestreepte of geblokte baretten.

Veel hoedenmakers zijn naar zijn mening verkeerd bezig. “Ze houden zich louter bezig met 'head turning', met krankzinnige ontwerpen die ieders aandacht trekken, door het formaat of door overdadige en ondoordachte decoraties. Men is geneigd extravagantie te verwarren met glamour en buitengewone proporties met stijl. Maar het gaat bij het hoedenmakersvak juist om controle en, wat ik noem, 'understated elegance'. In het Engels hebben we een leuk advies: 'Never wear a hat that has more character than you do'.”

Hoedenliefhebsters moeten voor een hoed van Robert Guillaume rekenen op ten minste ƒ 950. Maar dan heb je ook een uniek, 'customer made' model, waar men op straat zeker het hoofd voor zal omdraaien. Over zijn clientèle is de hoedenmaker discreet. Het zijn koopkrachtige, 'geprofileerde, modieuze dames' die aandacht aan hun uiterlijk besteden, veelal uit Engeland en Amerika.

Hij buigt zich ook nog wel eens over een gecompliceerde taart (een taart die hij voor de Wilhelminatentoonstelling in Amsterdam maakte is nu te zien in Paleis Het Loo in Apeldoorn.) “Maar ik maak liever een hoed. Taarten zijn erg tijdrovend en in hoeden kan ik meer fantasie en speelsheid kwijt, omdat ieder gezicht nu eenmaal anders is.”