Nederlandse varkensboeren in Canada; Eindelijk respect

In de Canadese deelstaat Alberta voelen Nederlandse varkens- houders zich gewaardeerd. Ze hebben er de ruimte, en mest- problemen zijn er niet. Ze kunnen daar echt ondernemer zijn. Maar de vrijheid heeft ook enkele nadelen, en niet iedere Canadees is blij met een varkensboer als buurman - 'those darn Dutchmen'.

Op de fiets komt Jerry Baltussen aanrijden van zijn enorme varkensstal naar het woonhuis op zijn erf. “Uit Nederland meegenomen”, zegt hij, terwijl hij het rijwiel voor de deur zet van de dubbele garage met Amerikaanse pick-up truck. Binnen doet de ruime keuken Nederlands aan, met stickers van spelers van het Nederlands elftal op de koelkast, beschuitblikken er bovenop, en aan de wand een luchtfoto van de oude boerderij in Boxmeer.

“Ik mis weinig van Nederland”, vertelt Baltussen, een dertiger die in 1996 met zijn gezin naar de West-Canadese deelstaat Alberta emigreerde om opnieuw te beginnen in de varkenshouderij. “Alleen de kermis en het carnaval wel eens, verder niets. Ja, als er familie overkomt brengen ze koffers vol met hagelslag mee, dat wel.”

Baltussen is een van de honderden Nederlandse boeren die de afgelopen jaren naar Canada zijn geëmigreerd, op zoek naar nieuwe uitbreidingsmogelijkheden. Even buiten het dorpje Neerlandia, waar van oudsher veel Nederlandse immigranten wonen, heeft hij een gloednieuwe varkenshouderij opgezet die ongeveer twee keer zo groot is als zijn bedrijf in Noord-Brabant was. In Boxmeer had hij een zogeheten 'gesloten bedrijf' met 130 fokzeugen, waarvan de biggen ter plekke werden grootgebracht. Nu leidt hij een 'vermeerderingsbedrijf' van 1.400 zeugen; de biggen, zo'n dertigduizend per jaar, levert hij aan mestvarkensbedrijven.

Het bevalt Baltussen best in Canada. “Hier heb ik de ruimte”, zegt hij enthousiast. “Als ik bekijk hoe we in Nederland boer waren, hoe dat allemaal ging met die mest en mestbonnen en zo, dan vraag ik me af waar we mee bezig waren. De varkenshouderij is te intensief daar, en aan te veel regels gebonden. Ik houd niet van eindeloos debatteren over mestrechten en blokkades op de snelweg om je inkomen te beschermen. Ik ben liever zeven dagen per week aan het werk op het erf.”

In Alberta krijgt hij daar ruimschoots de kans toe. Evenals in de Canadese deelstaten Manitoba en Saskatchewan wordt groei van de varkenshouderij er actief gestimuleerd. De zogeheten prairieprovincies beschouwen de varkenssector als een lucratieve bestemming voor hun graanoverschotten. Alberta streeft naar een verdubbeling van de varkensproductie binnen vijf jaar, tot jaarlijks zes miljoen slachtvarkens. Een heel ander klimaat dan in Nederland, waar de branche juist wordt ingekrompen. De Wet Herstructurering Varkenshouderij van het vorige kabinet, ingevoerd in reactie op de varkenspest en het mestprobleem, schrijft een verkleining voor van de varkensstapel met 25 procent.

“Als ik alles van tevoren had geweten, was ik in Nederland niet eens begonnen”, zegt Baltussen, die in 1990 het bedrijf van zijn vader overnam. “Ik was er niet happy. De boeren zouden in Nederland meer respect moeten krijgen. Je wordt er gezien als de grote milieuvervuiler. Hier word je juist enorm geholpen.”

Alberta, een weids gebied aan de oostkant van de Rocky Mountains, mag zich graag verkopen als het beloofde land voor de elders geplaagde varkenshouder. Er is een overvloed aan graan, veel te veel zelfs om de huidige hoeveelheid vee mee te voederen. Slachthuizen en verwerkingsbedrijven zitten met overcapaciteit. Amerikaanse en Aziatische afzetmarkten voor varkensvlees zijn dichtbij in vergelijking met Europa. Aardgas is er spotgoedkoop, dus verwarmingskosten zijn laag. En het belastingklimaat, waarbij investeringen volledig aftrekbaar zijn, is zeer varkensboer-vriendelijk, verklaart Baltussen.

Bovendien is er, in tegenstelling tot in Nederland, aan ruimte geen gebrek. Boerderijen liggen ver van elkaar vandaan, zodat de kans op besmetting met bacteriën lang zo groot niet is. Ziekten als varkenspest en blaasjesziekte komen er niet voor; andere eventuele ziektekiemen overleven de wintertemperaturen van soms min 35 graden Celcius niet. Een even belangrijk voordeel is ten slotte een tekort aan mest. Akkerbouwers willen het bijproduct van de varkenshouderij maar al te graag hebben - een ongehoorde situatie in Nederland.

“De mogelijkheden voor de varkenshouderij zijn hier onbegrensd”, verklaart Ben van Dijk, een makelaar in zuidelijk Alberta die Nederlandse immigranten begeleidt bij de aanschaf van een boerderij. Volgens Van Dijk, een agrariër van Friese afkomst die zelf in 1980 naar Canada kwam, emigreren per jaar zo'n 150 Nederlandse boerenfamilies naar Canada. Het overgrote deel vestigt zich in Ontario of Alberta.

Canada ziet de Nederlandse varkenshouder graag komen - en nood in de sector in Nederland vormt voor de Canadese expansiedrift een uitgelezen kans. Vertegenwoordigers van de Canadese autoriteiten bezoeken geregeld Nederland om via informatiebijeenkomsten varkenshouders te werven voor hulp bij de uitbreiding van de sector in Canada. De logica achter die werving zit hem in het verschil in varkensdichtheid tussen beide landen: in Canada leven ongeveer twaalf miljoen varkens; voor Alberta zijn dat nog geen drie varkens per vierkante kilometer. In Nederland waren het er, voor de varkenspest uitbrak, ongeveer 15 miljoen, ofwel ruim 400 per vierkante kilometer.

“Een groot aantal varkenshouders zou graag willen uitbreiden, maar kan dat niet in Nederland”, zegt Van Dijk, die gemiddeld tweemaal per jaar overkomt voor voorlichtingsbijeenkomsten. “Zij bekijken hun mogelijkheden hier.” Aan de andere kant is de verkoopbaarheid van bedrijven in Nederland drastisch achteruitgegaan wegens de problemen in de varkensbranche, voegt hij eraan toe. “Als de varkenshouders in Nederland makkelijker van hun bedrijven af konden, zouden ze in nog groteren getale komen”, stelt Van Dijk vast.

Wat dat betreft was Jaco Poot, een jonge boer uit Schiedam, nog net op tijd. Hij kwam bijna twee jaar geleden met zijn gezin naar Alberta, in reactie op wat hij noemt “al dat gezever” in Nederland. Zijn mestquotum kon hij nog net voor een goede prijs verkopen, vertelt hij. Een half jaar later brak in Nederland de varkenspest uit. “Nu zou het quotum 25 procent minder waard zijn”, zegt Poot, in een T-shirt van de 'Normaal Krachttoer'. “We hebben mazzel gehad.”

Poot heeft een modern mestvarkensbedrijf in centraal Alberta. De oude stal van het voormalige fokzeugenbedrijf dat hij overnam, heeft hij vervangen door een nieuwe, hermetisch afgesloten voederstal met een capaciteit van drieduizend vleesvarkens. Hij krijgt ze als biggen binnen, voedert ze op contract en levert ze later, wanneer ze 110 à 115 kilo wegen, weer af. Tevens beschikt hij over 64 hectare grond - vanaf zijn erf is in de verre omtrek weinig anders te zien dan velden en bomen. In Nederland bezat hij één hectare.

“We konden daar geen kant meer op”, aldus Poot. Nu heeft hij al plannen om uit te breiden met een tweede stal, een investering van een half miljoen Canadese dollar (bijna 700.000 gulden). “Hier ben je vrij ondernemer. Niet, zoals in Holland, een regelslaaf”, zegt hij. “De regels hier zijn duidelijk, geen honderd dikke boeken. In Nederland moet je voor een bouwvergunning met allerlei kaarten en plannen komen. Hier heb ik nog nooit een kaart hoeven laten zien. Je hebt hier geen regering die zich overal mee bemoeit en alles belemmert. Eigenlijk ben ik nu een heel zelfstandig varkenshouder.”

Ook Jacqueline Poot, de vrouw van Jaco, heeft het in Canada naar haar zin. “Als de vrouw er niet achter staat, wordt emigreren moeilijk”, zegt zij. Ze heeft een stel paarden en verhaalt enthousiast over de wilde dieren die soms te zien zijn - van prairiewolven tot zwarte beren. De kinderen, acht en vijf, gaan met de schoolbus naar school en spreken al aardig Engels, vertelt ze.

Voor de varkenshouderij in Alberta brengen jonge boeren als Jaco Poot en Jerry Baltussen een toegevoegde waarde mee. Ze leveren niet alleen een bijdrage aan de uitbreiding, maar ook aan de modernisering ervan. De intensieve varkenshouderij in Canada verkeert in een relatief beginstadium, merken beide Nederlanders op. De traditionele Canadese varkensboer is “gewend om vijftig varkens te houden die buiten lopen”, zegt Baltussen. Volgens Poot “gooien sommigen hier er met de pet naar”.

Jack Kalisvaart, een ervaren varkenshouder die al sinds 1969 in Canada actief is, bevestigt die indruk. Kalisvaart, oorspronkelijk afkomstig uit Schiedam, runt een boerderij met driehonderd fokzeugen in centraal Alberta en doet tevens aan akkerbouw. Zijn biggen levert hij aan Poot. Als vice-voorzitter van de ontwikkelingscorporatie voor Varkensvleesproducenten in Alberta is hij zeer te spreken over de impuls die recente Nederlandse immigranten de branche hebben bezorgd.

“Het zijn vernieuwers”, aldus Kalisvaart. “Ze zijn agressief en uitdagend; ze zijn on the ball.” Als voorbeeld noemt hij de nieuwe gewoonte om varkens met lege ingewanden aan de slachterij te leveren. Dat levert schoner vlees op, maar vereist dat de boer de varkens de dag voor hun transport apart zet. “Sommige traditionele boeren willen daar niet aan en komen met smoezen om het niet te doen”, zegt Kalisvaart. “De jonge jongens uit Nederland zeggen: niet zeuren, in Holland doen we dat al jaren. Doe het gewoon.”

De opmars van Nederlandse varkensboeren stuit echter ook op verzet. Vijf procent van de bevolking van Alberta is inmiddels van Nederlandse afkomst, ongeveer 125.000 mensen. Vooral in de omgeving van Neerlandia valt aan de tekenen van hun aanwezigheid niet te ontkomen. Een lange rechte weg door het licht glooiende groene landschap wordt aan weerszijden omgeven door brievenbussen met Nederlandse achternamen en molen- tjes in de tuin.

Landbouwwerktuigen dragen de merknaam 'New Holland', vrachtwagens komen voorbij met het opschrift 'Old Dutch potato chips'. De Nederlanders, zegt Kalisvaart met een glimlach, worden soms bejegend als those darn Dutchmen die “alles overnemen hier”.

Voor buren op de prairie betekent de komst van grote aantallen Nederlanders maar één ding: intensivering van de veehouderij. Tegenstanders vrezen dat vermeerdering van het aantal varkens leidt tot stankoverlast, de toename van mest tot milieuverontreiniging. Ze wijzen op de problemen in Nederland en proberen expansie van varkenshouderijen soms met gerechtelijke acties tegen te houden.

Wouter Beekman, een succesvolle fokker van Nederlandse afkomst die varkenshouderijen van nieuwe zeugen voorziet, ondervond dat toen hij plannen maakte voor uitbreiding en op het punt stond met bouwen te beginnen. Nu zit hij met hoorzittingen en maandenlange vertraging. “Je moet goed je best doen om je buren niet tegen je in het harnas te jagen”, weet hij. Vrees voor 'Nederlandse toestanden' wijst hij echter van de hand. “Alberta heeft altijd mest tekort. Voordat we hier een mestoverschot krijgen - dat maak ik niet meer mee.”

Een ander gevaar dat op de loer ligt voor nieuwe immigranten is misbruik van hun gretigheid om in Canada een probleemloos bestaan te vinden - 'emigratiegeilheid' heet dat in het circuit. In hun haast om aan de problemen in Nederland te ontsnappen vallen goedgelovige boeren soms voor al te rooskleurige voorstellingen van zaken van de overheid en van makelaars in Canada. Kalisvaart weet van ten minste één Nederlander die een boerderij kocht die bij nader inzien in een veel gehavender staat verkeerde dan eerst gedacht. Na vier maanden in Canada maakte hij rechtsomkeert.

“Sommigen komen alleen om aan hun problemen te ontkomen, maar vinden hier nieuwe moeilijkheden”, waarschuwt Kalisvaart. “De verwachtingen van bepaalde immigranten zijn wel eens te hoog.” Vooral de afwezigheid van regels heeft een keerzijde: boeren worden in Canada meer aan hun lot overgelaten. Ook gewenning wil wel eens tegenvallen in een gebied waar de dichtsbijzijnde buren een paar kilometer verderop wonen. En bankiers die startkapitaal verschaffen zitten de nieuwe varkenshouder in Alberta nogal angstvallig achter de vodden, is een veelgehoorde observatie.

“De banken zijn voorzichtiger hier”, zegt Peter Koenraadt, een jonge, beginnende varkensboer in centraal Alberta. “In het begin was het moeilijk om de financiering rond te krijgen.” Koenraadt, een voormalige loonwerker in de Flevopolder, heeft een bedrijf met zevenhonderd mestvarkens. Ze worden gevoerd in vier 'biologische stallen', halfopen koepels die hij vorig jaar zelf heeft gebouwd en waarin de varkens vrij rondlopen. Als ze zijn vetgemest levert hij ze zelf af in een oude schoolbus.

Gewenning is voor Koenraadt en zijn gezin geen probleem geweest, vertelt hij. Veel Nederlandse immigranten zoeken Nederlandse gemeenschappen op in Alberta, rond Nederlands-hervormde, gereformeerde en katholieke kerkgemeentes, maar daar wil Koenraadt naar eigen zeggen niets mee te maken hebben. “Wij blijven buiten de Nederlandse groepen”, zegt hij. “Als je in een bepaald land woont, moet je de taal van dat land spreken.”

Volgens Koenraadt verschaft Alberta, ondanks gevaren waar de boerenimmigrant rekening mee moet houden, beslist de beste voedingsbodem voor een beginnende varkenshouderij als de zijne. “In Nederland zou dit niet kunnen”, zegt hij, doelend op zijn biologische opzet en lage investering. “We verdienen een goede boterham hier. Zolang mijn varkens en koeien gelukkig zijn, en mijn bankier gelukkig is, ben ik gelukkig. Ik ben blij dat we deze stap gezet hebben.”