Milieubeleid nog vol smetten

Nederland wil een gidsland zijn als het om milieubeleid gaat. Maar het laat meer dan eens steken vallen.

DEN HAAG, 3 SEPT. Minister Pronk (VROM), die in een vorig leven op Ontwikkelingssamenwerking Nederland graag als gidsland zag optreden, hoopt diezelfde ambitie nu ook in het milieubeleid te verwezenlijken.

“Nederland moet een grensverleggend milieubeleid voeren, gidsland zijn”, liet hij journalisten op maandag weten. Een dag later merkte hij in de Tweede Kamer op dat Nederland op milieuterrein voortvarend te werk moest gaan. “De algemene politieke lijn is duidelijk”, aldus Pronk. “Wij wachten niet af totdat er een eensluidend standpunt is bewerkstelligd in de EU, want dat zou wel eens kunnen betekenen dat er geen eensluidende Europese standpunten komen omdat wij nu steeds met unanimiteit moeten werken.”

Terloops meldde de minister verder nog even dat Nederland volgens hem “in de EU economisch gezien een groot land” is, dat de andere lidstaten van de Europese Unie niet zomaar kunnen negeren.

Bij zijn betoog liet Pronk geheel buiten beschouwing dat datzelfde grote gidsland Nederland de afgelopen jaren meer dan eens belangrijke officieel vastgestelde milieurichtlijnen van diezelfde EU aan zijn laars heeft gelapt. “Enige bescheidenheid zou hem passen”, aldus prof. H.M. Sevenster, een deskundige op het terrein van het Europees milieurecht. “Minister Pronk moet zich realiseren dat we op een aantal punten te kort schieten.”

Sevenster wijst erop dat Nederland in mei van dit jaar opnieuw is veroordeeld door het Europese Hof van Justitie omdat het niet aan de vogelrichtlijn van de EU had voldaan. Het had in slechts 23 gebieden speciale beschermingszones voor vogels vastgesteld terwijl dat in werkelijkheid, op grond van criteria die zijn vastgelegd in de Habitat-richtlijn van de EU, had moeten gebeuren in drie keer zoveel gebieden. Nederland is in deze kwestie inmiddels meerdere keren terechtgewezen door het Europese Hof. Het is volgens Sevenster niet de enige smet op het Nederlandse blazoen. Zo liet de Nederlandse overheid enkele keren ten onrechte na bij bepaalde projecten een milieu-effectrapportage uit te voeren. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de verzwaring van de dijken langs de Nederlandse rivieren. Ook daarbij trad Nederland de Europese regels met voeten. Inmiddels heeft Den Haag overigens stappen genomen om een herhaling hiervan te voorkomen.

Op het terrein van de EU-richtlijn voor de gewasbescherming (die vooral het gebruik van bestrijdingsmiddelen aan banden legt) liet Nederland eveneens steken vallen. Niet allleen nam Den Haag de Europese regels pas twee jaar later over dan was voorgeschreven, maar bovendien introduceerde Nederland een overgangsregeling die opnieuw afweek van de Europese normen. Begin dit jaar kwam dat het kabinet op een berisping te staan van een beroepscollege.

Ook in een andere belangrijke milieukwestie, die van de nitraatconcentraties in de bodem, schiet Nederland te kort. Er zit te veel nitraat in de grond door de enorme hoeveelheden mest die de intensieve veehouderij afscheidt. Volgens de Europese regels zou Nederland een beleid moeten volgen dat er toe leidt dat er in het jaar 2003 niet meer dan 50 milligram nitraat zit in elke liter grond. Het kabinet houdt vol dat het deze limiet wel zal halen, maar zowel de Nederlandse milieubeweging als de Europese Commissie vindt dat Nederland tot dusverre veel te weinig maatregelen heeft genomen om dat aannemelijk te maken. Brussel heeft Nederland al herhaaldelijk gewaarschuwd op dit punt. Het probleem voor Pronk is dat hij hierover niet alleen kan beslissen maar sterk afhankelijk is van het ministerie van Landbouw.

“Je ziet vaak dat Nederland voorop loopt in milieukwesties waar het zelf weinig pijn hoeft te lijden”, aldus J.H. Jans, hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. “Dat was bij voorbeeld zo bij de invoering van de katalysator in auto's. Dat is makkelijk als je zelf geen grote auto-industrie hebt, maar bij iets als de nitraatkwestie moet je in je eigen vlees snijden en dat kost meer moeite.”

Jans wijst er overigens op dat het Nederlandse milieubeleid in het algemeen de toets der Europese kritiek wel kan doorstaan. Hij verwelkomt tevens het standpunt van Pronk om voortvarend op te treden. Ook de Stichting Natuur en Milieu denkt er zo over. “Wij juichen de uitlating van Pronk op zichzelf toe, al erkennen we dat er een zekere spanning bestaat met de gebrekkige manier waarop Nederland sommige Europese milieuregels uitvoert”, aldus woordvoerder J. Henselmans.