Met walkman op door natuurkunde knallen

Het Edison College in Apeldoorn begon met de nieuwe examenprogramma's voor Havo en VWO. Vandaag met de vierdeklassers het leerhuis in, zelfstandig leren. “Dit is zwaar kut.”

APELDOORN, 3 SEPT.Het liefst was Charissa van Apeldoorn (15) uit vier Havo vandaag nog van school gegaan. Maar dat heeft haar moeder verboden. Die vindt haar zelfstandig genoeg om de vrijheid van het studiehuis te overleven. En er zijn toch weekplanners, studiewijzers en leraren die je beste vriend zijn? Dat klopt, erkent Charissa, zwetend boven economieopgaven in een studienisje achterin de studievleugel. Maar niemand die haar kan vertellen hoe ze haar economie sneller kan leren. “Want dit is zwaar kut. Ik leer van 's ochtends acht tot 's avonds negen en nog lig ik achter op de rest.”

Veel te veel en veel te moeilijk. De pas verworven zelfstandigheid valt de meeste vierdeklassers Havo en VWO tot nu toe flink tegen. Hun schoolweek is overbeladen, zeggen ze, met allerhande bijdetijdse maar o zo arbeidsintensieve opdrachten - “het lijkt wel alsof elke leraar denkt dat-ie alleen op de wereld is.” Het zelf plannen van huiswerk vinden de meesten een bezoeking. En de gedroomde vrijheid in de studievleugel blijkt eveneens een kat in de zak.

Ja, de walkman mag op. Ja, je kan alle antwoorden gewoon overschrijven uit de nakijkmap zonder dat de leraar ingrijpt. En je kunt “het systeem fokken” door de bibliotheek te bezoeken en daarna 'pleite' te gaan. Maar wie maakt dan die groeiende stapel opdrachten, waarvan sommige werkstukken meetellen voor je eindexamen? Daarmee zet je jezelf alleen maar voor paal, zegt Cihan Özcan. En hij kan het weten. Hij is erdoor blijven zitten.

Bij de schoolbel van elf uur is het dringen geblazen in het studiehuis, zoals de studievleugel op het Edison heet. In afwachting van nieuwbouw bestaat dat leerhuis uit niet meer dan een stiltelokaal, een bibliotheek met jaren zeventig inventaris en drie doorgebroken lokalen voorzien van vier computers zonder internetaansluiting, tafels voor groepswerk, studienisjes en een videohoekje. Omdat er plek is voor zestig man, zoeken tien leerlingen dit uur noodgedwongen elders een studiehoekje. Ze belanden in de dekanenkamer, in de ruimte van de schoolarts, een zit zelfs naast de wc. Allemaal gaan ze aan hun schooltaak werken in een vak naar keuze, voor zichzelf of in een groepje.

De zelfstandigheid van de vierdeklassers in het studiehuis blijkt niet zo groot als de Haagse beleidsmakers opperden. De school heeft niet de helft maar hooguit zeven van de 35 lesuren ingeroosterd voor zelfstudie. Anders wordt “overlaten nalaten”, weet coördinator Dick Bandringa op basis van drie jaar proefdraaien.

Daarnaast heeft de ervaring geleerd “schools” te controleren op absenten en orde en rust. Drie docenten lopen in het studiehuis de tafels langs, helpen soms met een opdracht, maar spelen vooral politie-agent. “Wil je die boterham weer in je tas stoppen”. En tegen twee meisjes die al een half uur elkaars broek bewonderend betasten, dreigt een: “Als je achterop raakt, haal je het nooit meer in.” Wanneer zij zich daarop buigen over een wiskundesom, steekt een mentor haar hoofd om de hoek. Ze wil “een van de dames” meenemen. Om te kijken of zij haar weekplanning heeft ingevuld en nog op schema ligt.

De vraag dringt zich op of met al die begeleiding die vooral is gericht op de zwakke leerlingen, de intellectuele elite van het Edison wel aan zijn trekken komt. Neem Yvonne Selles uit atheneum vier, ze koos het echte betaprofiel. De taken voor deze week zijn af, dus is er tijd om te freaken op haar grafische rekenmachine. “X maal sinus x geeft een prachtige grafiek. En als je dan een breuk maakt door op de ABC toets te drukken...” Het groepje naast haar dat in gesprek was over een scheikundig vraagstuk, is subiet afgeleid. ABC-toets? O, die zit daar. “Jeetje, levende gonio.”

Bandringa erkent dat slimme leerlingen niet de meeste aandacht krijgen in het studiehuis. “We zoeken nog naar een methode om de initiatieven die ze nemen te belonen.” Anderzijds bestrijdt hij de opvatting dat ze “intellectueel droog staan”. In principe kunnen ze met de periodeplanning van elk vak in de hand een jaar vooruit. Daarnaast helpen ze vaak klasgenoten - “een sociale vaardigheid. En het is leuk joh, als zo'n leerling zijn leerstrategie overbrengt op de anderen.” Maar gaat dat dat niet ten koste van meer academisch georiënteerde kennis? Bandringa knikt. “De nadruk op vaardigheden, dat is de keuze van deze onderwijsvernieuwers.” Om leerlingen meer zelfstandigheid bij te brengen en meer te motiveren is het fundamentele, substantiële denken voor een belangrijk deel ingeruild voor het toegepaste denken.

Twee vierdeklassers atheneum zullen dat weten ook als ze in hun studiehuisuur aan een natuurkunde-experiment beginnen. Tamara Granville en Claudia Wattimena moeten aan een gootsteenontstopper gaan hangen om de kracht van het vacuümzuigen te ervaren. Maar dat mogen ze pas nadat is berekend of de ontstopper hun gewicht wel aan kan. Een leuke opdracht, vinden ze, maar had de leraar niet even uit kunnen leggen hoe barometer en schuifmaat werken en wat de formule is? Tamara zegt dat ze er niets van snapt. Claudia ook niet. Ze bladeren een kwartier lang het boek door. Dan gaat de bel.

En Charissa? Wordt zij het eerste slachtoffer van het zwaardere studiehuis? Die conclusie vindt coördinator Bandringa te voorbarig. “Het allereerste begin is even wennen”. Hij heeft wel een tip. Ze moet uren schrijven. Als medeleerlingen dat ook doen en zij ook thuis nog lang in de weer zijn, kan hij wat doen. “Dan hebben de docenten het programma inderdaad te zwaar gemaakt. Met een beetje goede wil heeft een gemiddelde leerling een uurtje huiswerk per dag.” Karatekampioen Rikke Korswagen (15) uit atheneum vier komt voorbij lopen. Hij wil niet meer anders dan het studiehuis. “Zelfstudie is ideaal. Ik kan een dag missen voor een wedstrijd en als ik daarna een weekje knal, is alles weer ingehaald.”