MD-11 van Swissair stort in oceaan; Vliegramp bij kust Canada: 229 doden

MONTREAL, 3 SEPT. Bij een vliegramp met een toestel van de Zwitserse luchtvaartmaatschappij Swissair, gisteravond laat voor de Canadese oostkust, zijn alle 229 inzittenden, 215 passagiers en 14 bemanningsleden, omgekomen.

Ten minste achttien slachtoffers zijn vanmorgen opgevist uit de Atlantische Oceaan. De oorzaak van de ramp is waarschijnlijk een technisch mankement of brand aan boord.

Vissers- en hulpschepen op de plaats waar het toestel is neergestort meldden vanmorgen doden te hebben gevonden in een enorm gebied van kleine wrakstukken. Volgens Swissair waren 215 passagiers en veertien bemanningsleden aan boord; 54 van hen waren klanten of werknemers van het Amerikaanse Delta Airlines, dat de vlucht - nummer 111 - exploiteerde in samenwerking met Swissair.

Het toestel, een McDonnell Douglas MD-11, was op weg van de luchthaven John F. Kennedy in New York naar Genève, toen het te maken kreeg met motorproblemen. Volgens een noodsignaal dat werd ontvangen door de luchtleiding in de Canadese plaats Moncton stond een van de motoren in brand en vormde zich rook in de cockpit. Het vliegtuig was toen ruim anderhalf uur onderweg.

De piloot wilde een noodlanding maken bij het Canadese Halifax en zou twee ton aan brandstof hebben geloosd, toen het toestel tegen half elf plaatselijke tijd (half vier vanmorgen Nederlandse tijd) van de radar verdween. Het stortte ten zuiden van het vissersdorpje Peggy's Cove in het water, ongeveer tachtig kilometer ten zuidwesten van Halifax.

Na een zoekoperatie van ongeveer drie uur werden wrakstukken van het vliegtuig gevonden, zeven kilometer ten zuiden van de kust van de Canadese deelstaat Nova Scotia. Een grootschalige reddingsoperatie met schepen en helikopters werd op touw gezet door de Canadese kustwacht en marine. Ook tientallen ambulances en brandweerwagens uit Halifax en omgeving werden ingezet, maar hun personeel kon urenlang weinig anders doen dan wachten aan de wal totdat het toestel was gevonden.

Vijf uur na de ramp werden in het belangrijkste ziekenhuis van Halifax spoedvoorbereidingen getroffen voor de aankomst van doden in plaats van overlevenden. “We hebben de buitengewone staat van alertheid opgeheven, want er zijn geen overlevenden op komst”, zei Chris Power van het Queen Elizabeth ziekenhuis.

Pagina 5: 'Een vreselijke explosie'

Marineschepen haalden de slachtoffers op van vissersboten, onder het licht van schijnwerpers van helikopters. “De stemming is afschuwelijk,” zei Rob Gordon van de Canadese omroeporganisatie CBC vanaf een van de boten. “De vissers willen geen lijken aan boord halen, maar komen er steeds meer tegen tussen de brokstukken.” Ooggetuigen uit het nabijgelegen dorp Blandford omschreven het lawaai van een zeer laagvliegend toestel, dat hun huizen deed schudden. Het werd gevolgd door een luide knal, maar bewoners van de kust die naar buiten gingen om te kijken, konden niets ontdekken. “We hoorden een vreselijke explosie,” zei Audrey Bachman. “Ik keek in de richting van Peggy's Cove, maar er was geen brand te zien.”

De weersomstandigheden ten tijde van de ramp waren redelijk: het was donker, maar het regende niet en het zicht was relatief goed. Het water rond de wrakstukken was kalm, met een temperatuur van zestien graden celcius. Later in de morgen begon het echter hard te regenen. Een onderzoek naar de oorzaak van de vliegramp zal worden geleid door de Canadese autoriteiten. Volgens Jim Harris van de Verkeersveiligheidsraad in Ottawa “hebben we al onderzoekers ter plekke om delen van het vliegtuig te identificeren.”

Swissair heeft speciale telefoonlijnen opengesteld in de Verenigde Staten, Canada en Zwitserland voor mensen die familieleden of bekenden aan boord van het vliegtuig hadden. Walter Vollenweider, vice-president van Swissair in de Verenigde Staten, betuigde vanmorgen zijn spijt van “dit tragisch ongeval”.

Niet bekend