Mandela: interventie SADC in Congo 'legitiem'

DURBAN, 3 SEPT. De Zuid-Afrikaanse president Nelson Mandela heeft vanmorgen in de havenstad Durban na een ontmoeting van de veertien lidstaten van SADC, de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika, gezegd dat de gehele organisatie de militaire interventie in Congo steunt. Tot nu toe had Zuid-Afrika de militaire hulp van de SADC-leden Zimbabwe, Angola en Namibië aan de belegerde Congolese president Laurent-Désiré Kabila verworpen.

“Het is heel redelijk dat wanneer de legitieme leider van een regering zegt: 'Een invasie door een buitenlandse mogendheid heeft plaatsgehad, alstublieft, help ons', buurlanden daar positief op reageren”, zo zei Mandela. De bijeenkomst van de SADC-landen werd gehouden in de marge van de topontmoeting van de Beweging van niet-gebonden landen (NAM), die geheel wordt beheerst door de Congolese crisis. Kabila zelf was niet aanwezig bij het beraad onder auspiciën van de Verenigde Naties, hij verliet Durban vanmorgen.

Kabila had gisteren in een keiharde rede al duidelijk gemaakt waar hij stond door Rwanda en Oeganda te beschuldigen van genocide. De Zuid-Afrikaanse president zowel als de secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan, smeekten gisteren om vrede. “Mijn Afrikaanse broeders, ik doe nogmaals een beroep op u. Wij moeten de wil hebben problemen op te lossen met politieke in plaats van militaire middelen. Voor elke dag dat we daarin niet slagen, betalen onschuldige mensen een vreselijke prijs”, zo zei Annan.

Annan woonde vanmorgen de SADC-vergadering bij, maar een eerder verwacht gezamenlijk vredesoverleg van alle betrokken Afrikaanse staten kwam niet van de grond. Mandela's uitspraken van vanmorgen wijzen erop dat de SADC-landen nu één lijn hebben getrokken en er gezamenlijk vanuit gaan dat Rwanda en Oeganda de aanstichters zijn van de opstand in Congo. President Yoweri Museveni van Oeganda erkende vanmorgen in Durban dat zijn land “al een jaar troepen heeft gestationeerd in Congo” om daar Oegandese rebellen te bestrijden. Die kunnen worden teruggetrokken als “er andere regelingen worden getroffen”, aldus Museveni.

In Durban bestond gisteren even de hoop dat het tot een dialoog zou komen, nadat Kabila, die aanvankelijk had gezegd niet naar de Zuid-Afrikaanse havenstad te zullen komen, toch kwam opdagen, evenals de leiders van de andere betrokken landen. Kabila toonde zich in zijn rede voor de NAM echter onverzoenlijk.

De Congolese president lanceerde een keiharde aanval op de buurlanden Oeganda en Rwanda, die hij ziet als aanstichters van de opstand tegen zijn regime. Beide landen zouden troepen hebben gestuurd om de Tutsi-rebellen ter zijde te staan. “Onder het mom slachtoffers te zijn van genocide zijn de extremisten, gesteund door Kagame (de Rwandese sterke man), zelf brute genocidale moordenaars”, aldus Kabila. “Deze soldaten hebben in het westen van onze republiek gemoord, verkracht en vernietigd.”

Kabila zei ook dat de rebellen de havenstad Matadi en de waterkrachtcentrale Inga hebben vernietigd. Hij vroeg de NAM een “onvoorwaardelijke veroordeling van de agressie” uit te spreken en de terugtrekking te eisen van de Rwandese en Oegandese militairen. Kabila prees daarentegen zijn drie bondgenoten in de strijd tegen de muiterij: Zimbabwe, Angola en Namibië, die op zijn verzoek troepen en wapens hebben gestuurd.

Rwanda en Oeganda hebben ontkend de rebellie in Congo te steunen, maar hebben beide gezegd hun 'nationale belangen' te zullen verdedigen, ook in Congo. Inmiddels is komen vast te staan dat de twee landen troepen hebben gelegerd in het oosten van Congo.