Lege handen

Vier woorden lagen het jonge PvdA-lid Jan Nagel in de jaren zestig in de mond bestorven: Die Man Moet Weg. Volgens de overlevering fluisterde hij deze woorden of sprak hij ze hardop uit aan het begin van menig partijraad en congres. Steen des aanstoots vormde steevast de oude - en in de ogen van de jonge socialistische hemelbestormers - dus saaie PvdA-bestuurders van wie begin jaren zeventig dan ook weinig meer vernomen werd. Van Jan Nagel wordt de laatste maanden des te meer vernomen en wel in zijn hoedanigheid van fractievoorzitter van de lokale partij Leefbaar Hilversum, die na de laatste gemeenteraadsverkiezingen met veertien zetels in de raad kwam en twee wethouders leverde. PvdA en VVD kwamen ook in het college.

Inmiddels zijn die laatste partijen uit het college gestapt, mede uit onvrede over het functioneren van de wethouders van Leefbaar Hilversum die, zo luidt de kritiek, niet deskundig, lui en onbetrouwbaar zouden zijn. Heerlijk om in Vrij Nederland uit de mond van Jan Nagel te lezen: “Het is een kwestie van fatsoen dat je netjes met je collega-bestuurders omgaat.” En: “Ik word door deze mensen van de PvdA en VVD beschadigd. Ik kan me moeilijk verweren.” Zou hij zich ooit, als Nieuw Linkser in de PvdA, één moment hebben bekommerd om de diegenen die het slachtoffer werden van de 'ideologie' van de nieuwe garde? Uit het vraaggesprek blijkt dat Nagel socialist werd “omdat hij geloofde dat socialisten betere mensen waren”. Nagel: “Tot ik in de politiek ging en er vrij snel achter kwam dat het zo niet werkt. Het gaat helaas bijna altijd om hun eigen positie” - dixit Jan Nagel. De interviewer, hij heeft voor de gelegenheid de knipselmap inzake Nagel doorgevlooid, memoreert aan 's mans beste eigenschap: het openbreken van verstokte structuren. Voor wie nog eens kennis wil nemen van Nagels (buitenlands)politieke activiteiten zij ondermeer verwezen naar het recente proefschrift van Jacco Pekelder 'Nederland en de DDR'. Erg verhelderend.

Nagels oud-partijgenoot Bram Peper mag in Elsevier vertellen dat hij “geketend is aan het intellectueel debat, niet aan staatsie.” Uit het vraaggesprek blijkt daarvan weinig, wat weer voeding geeft aan de gedachte dat de term 'intellectueel debat' te pas, maar vaker te onpas wordt gebruikt. Als hoogleraar en burgemeester van Rotterdam blijkt hij 'mentale soevereiniteit' te hebben verworven. Erg blij is hij dat Nederland als eerste land in Europa een heuse minister heeft voor het grotestedenbeleid. En als vrucht van de democratisering beschouwt hij het feit dat “de burgers uit hun schulp zijn gekropen”. Mij staat vooral bij dat An Verdoold, de actievoerder uit Spangen, uit haar schulp kroop omdat de lokale - Rotterdamse - overheid met lege handen stond waar het het drugsprobleem in deze wijk betrof. De term dekolonisatie reserveert Peper niet meer alleen voor onze voormalige koloniën, zo blijkt: “Het politiek systeem is niet erg vernieuwd in Nederland. De dekolonisatie van de burger heeft niet tot een dekolonisatie van de werkwijze geleid.” Collega-ministers zullen nog plezier beleven aan zijn intellectuele vergezichten.

Een nieuwe hoofdredacteur, een nieuw geluid. Dat was destijds zo bij het dagblad Trouw waar de kerkpagina helaas verdween van pagina 2. Het is zo bij VN waar de rubriek 'Vrije Tribune' naar achteren is verplaatst ten gunste van een nieuwe rubriek 'Laag water' - een pagina vol triviale wetenswaardigheden en veel blauw/rood gedrukte namen. Je moet hem een paar keer lezen wil er iets van blijven hangen.

Het is, voor wie ervan houdt, een onderwerp om van te smullen en alleen al daarom is het leuk, maar nauwelijks meer dan dat, dat HP/De Tijd aandacht besteed aan het fenomeen politiek adviseur. Voor tegenstanders is “een partijpolitiek persoon in ambtelijke dienst een staatsrechtelijke doodzonde”. De kabinetten Kok I en II hebben besloten het fenomeen te gedogen, mits het niet uit de hand loopt. Aldus blijft het fenomeen volgens HP/De Tijd “omringd met mythevorming, geheimzinnigheid en wantrouwen”. Maar dat geldt voor meer verschijnselen op en rond het Binnenhof.