Fonds beticht Cor Suijk van afpersing

ROTTERDAM, 3 SEPT. Het Anne Frank Fonds in Bazel weigert ieder gesprek met Cor Suijk over financiële steun aan het Anne Frank Center in New York zolang Suijk niet de vijf onlangs opgedoken dagboekpagina's van Anne Frank aan het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) geeft.

Dit heeft voorzitter Buddy Elias van het fonds gisteren meegedeeld in een gesprek met deze krant. “Alle pagina's uit het dagboek behoren toe aan het RIOD. Dat heeft Otto Frank in zijn testament bepaald. Het is de plicht van Suijk de pagina's onmiddellijkte overhandigen aan het RIOD”, aldus Elias. Hij noemt het “ongehoord” dat de pagina's inmiddels grotendeels in Nederlandse kranten zijn gepubliceerd. Suijk, voormalig medewerker en ex-mededirecteur van de Anne Frank Stichting in Amsterdam, heeft vijf onbekende pagina's van Anne Frank in zijn bezit. Hij zegt ze in 1980 te hebben gekregen van Otto Frank, de vader van Anne. Hij zou niet hebben gewild dat ze gepubliceerd werden omdat de pagina's passages bevatten over het huwelijk van de ouders Frank, alsmede een passage waarin Anne zegt dat niemand haar dagboek ooit zou mogen lezen.

Suijk wil de pagina's alleen aan het RIOD geven als zich een sponsor aandient die het noodlijdende Anne Frank Center in New York financieel wil ondersteunen. Aanvankelijk dacht Suijk aan “ten minste” enkele miljoenen guldens, inmiddels zegt hij te hopen op één miljoen. Suijk: “De sponsor zal geëerd worden als de persoon of instelling die de dagboekbladen heeft behouden. De sponsor zal op Schiphol landen, een zoen van de koningin krijgen en een accolade van de premier.”

Suijk geeft als sponsor de voorkeur aan het Anne Frank Fonds in Bazel, dat de auteursrechten op het werk van Anne Frank bezit en projecten over haar financieel ondersteunt. Suijk: “Ik grijp deze kans aan om geld te krijgen voor het belangrijke werk in Amerika. Ik wil later nooit het verwijt krijgen dat ik deze gelegenheid niet heb benut. Laat het Anne Frank Fonds maar over de brug komen. Die zitten al veel te lang op hun miljoenen.” Buddy Elias, neef van Anne Frank, noemt de handelwijze van Suijk “afpersing”. Elias: “Als Suijk de pagina's verkoopt, is dat verraad aan Otto Frank.” De voorzitter van het fonds bestrijdt dat Suijk de pagina's heeft gekregen. Elias: “Het is onmogelijk dat Otto Frank drie maanden voor zijn dood de pagina's aan Suijk ten geschenke heeft gegeven. Otto Frank was een totaal integere man die nooit op deze wijze met het dagboek van zijn dochter zou omspringen.”

Elias zegt verder verontwaardigd te zijn over een bezoek dat Suijk in de herfst van vorig jaar aan de tweede vrouw van Otto Frank, die toen nog in hun woning in Bazel woonde, zou hebben gebracht. Elias: “Hij kwam met een kopieerapparaat binnen en heeft daar documenten uit ons archief gekopieerd. Welke documenten dat waren, weten we niet. Mevrouw Frank veronderstelde dat het in orde was, maar wij wisten van niets. We zagen ons gedwongen het materiaal daar weg te halen.” De dagboekbladen zaten daar in elk geval niet bij. “We wisten dat er iets aan het dagboek ontbrak, maar we wisten niet wat.” Elias spreekt de bewering van Suijk tegen dat het Anne Frank Fonds op zijn miljoenen zou zitten en te weinig geld uitgeeft. Elias: “Wij geven jaarlijks een half miljoen uit aan projecten over de hele wereld rondom Anne Frank. Wie bij ons een goed plan indient, krijgt financiële steun. Ook het Anne Frank Center in New York heeft vorig jaar twintigduizend dollar van ons gekregen.”

Het is overigens niet juist, aldus Elias, om uit de opgedoken opmerking van Anne Frank dat niemand haar dagboek zou mogen lezen, te concluderen dat het besluit van Otto Frank om het te publiceren onjuist zou zijn geweest. Elias: “Deze opmerking van het kleine duiveltje Anne gold uitsluitend de bewoners van Het Achterhuis.”