Een verwend kind dat zeurt om aandacht; Nederlandse musical over Pippi Langkous

Jeugdtheater: Pippi Langkous, het sterkste avontuur van de hele wereld. Productie: Tabas & Co. Bewerking en vertaling: An Simons. Regie: Lulu Aertgeerts. Liedteksten: Ivo de Wijs. Muziek: Ronny Mosuse. Spel: Mieke Laureys, Tom de Hoog, Hilde Vanhulle e.a. Gezien 2/9, Stadsschouwburg Eindhoven. Toernee t/m januari 1999. Inl. (0900) 9203.

Pippi Langkous van Astrid Lindgren heeft rode vlechten en reuzenkracht. Ze woont met een aap, een paard en een koffer vol gouden tientjes in haar eigen huis, Villa Kakelbont. Ze heeft geen manieren en geen fantsoen. Maar eerlijk is ze wel, betrouwbaar en vol compassie. Ondanks haar vreemde eigenschappen is Pippi geen sprookjesfiguur, maar een kind dat bovenal oprecht is in al haar gedragingen.

In de musical Pippi Langkous, het sterkste avontuur van de hele wereld, onlangs begonnen aan een lange toernee door Nederland en Vlaanderen, ontbeert Pippi (Mieke Laureys) deze oprechtheid. Pippi heeft ineens meer weg van een aanstellerig, verwend kind, dat koste wat het kost aandacht moet krijgen.

De voorstelling druipt van de olijkheid. Pippi grimast de hele tijd en gooit haar armen en benen voortdurend alle kanten uit. Heel af en toe is dat grappig. Maar Pippi's ironie en haar gevoeligheid ontbreken. Haar schallende lach klinkt onecht en ontroeren met haar directheid doet ze al helemaal niet.

Net als Pippi worden Tommie (Tom de Hoog) en Annika (Hilde Vanhulle) eendimensionaal neergezet. Ze benadrukken tot vervelens toe dat ze zulke brave kinderen zijn. Het blijven echter twee volwassen acteurs in het nepkinderkostuum waarvan het jeugdtheater gevrijwaard dient te blijven. Korte broek of klokkend rokje boven witte kousjes, dat werk. Kleren zoals geen kind ooit draagt.

Het mislukken van de voorstelling is niet alleen te wijten aan het spel, de kostumering of het knullige bouwseltje dat Villa Kakelbont voor moet stellen. Een Nederlandse bewerkster, An Simons, heeft zitten rommelen in het oorspronkelijke script van Astrid Lindgren. Nodeloos zijn dingen toegevoegd of juist weggelaten. De grootste misser is dat Pippi ineens transformeert tot een toverfee, compleet met kristallen bol en vliegend bed. Vreemd genoeg tilt ze om haar kracht te demonstreren slechts even een veel te klein kastje boven haar hoofd.

Tommie en Annika praten, net als het merendeel van de cast, zo Vlaams dat het soms vervreemdend werkt. Om Pippi aan te sporen roepen ze bijvoorbeeld smekend 'Nog, Pippi, nog...'. De teksten zijn bovendien onevenwichtig. Ze vinden Pippi, erg modieus, 'een keitof kind', maar slaken ook truttige kreten als 'verdraaid'.

De musical heeft een fragmentarische opbouw en is slecht getimed. Vaak maken acteurs de indruk dat ze per ongeluk nog op het toneel staan. Regisseuse Lulu Artgeerts liet talloze losse eindjes in stand. De twee politieagenten die Pippi in een weeshuis willen plaatsen, komen nooit aan bij Villa Kakelbont. Pippi's liefste bezigheid, dingen zoeken, wordt alleen even genoemd. Haar fantasievolle kletsverhalen ontbreken helemaal. Vader Langkous is 'negerkoning' op een eiland bevolkt door blanke kannibalen. De kannibalen herkennen Pippi niet en stoppen haar in een kookpot. Pippi kan ze blijkbaar niet aan, terwijl ze even later een troep zeerovers mores leert.

Schrale troost bieden de liedjes, die voor de levendigste ogenblikken in de voorstelling zorgen. Ivo de Wijs schreef aanstekelijk melige, maar enigzins oubollige teksten. Gevoelig als in de tv-serie is de muziek nergens. De Wijs was inventief in het vinden van rijmen op Pippi. Vader Langkous verlangt naar zijn 'schippie', 'naar de Mississippi'. Pippi wordt 'pip-pip-pip-piraat' en joelt van 'hieperdepippi'. Het is even leuk, maar al gauw zouteloos als de rest van de musical. De echte Pippi Langkous bevindt zich in boekhandel en bibliotheek.