Een bij voorbaat kansloos gevecht

NIJMEGEN. Gisteravond. Voor het asielzoekerscentrum houden politieauto's en een ambulance stil. Op de tweede verdieping gaat een deur op slot, de deur van het echtpaar Kol. Voor hun kamer houden Koerden nerveus de wacht. Ze proberen de pers te alarmeren. Tegen half acht komt de groep politiemensen op straat in beweging.

Achter de deur wacht het echtpaar Kol op “de overval”, de sanctie op hun hongerstaking. Sinds 4 augustus weigeren de twee te eten. Abdul Gani Kol (34) maakt het redelijk, maar zijn vrouw, Sadiye Kol (34), holt zienderogen achteruit.

Bewegingloos ligt ze in bed, een rammelende buidel botten. In haar urine wordt bloed aangetroffen. Ze drinkt te weinig. Haar vertrouwensarts noemt haar lichamelijke conditie zorgwekkend. Naarmate de tijd verstrijkt, raken het Nijmeegse asielzoekerscentrum en de gemeente in paniek.

“Als de vrouw sterft, krijg ik de pers op mijn dak”, zegt de directeur van het asielzoekerscentrum. Het crisisoverleg draait op volle, maar vergeefse, toeren. Ook op het stadhuis zoekt men koortsachtig naar oplossingen. Men benadert Justitie: kan de vrouw een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen op medische gronden? Justitie weigert. Even koppig stelt het echtpaar Kol zich op. Zelfs als Amnesty International zich met hun zaak wil bemoeien, blijven de twee voedsel en medicijnen weigeren. “Ik leef al viereneenhalf jaar in een hel”, luidt Sadiye's argument.

Haar lot en dat van haar echtgenoot stond centraal in de column Levend in een Turks graf (NRC Handelsblad, 23 juli). Na viereneenhalf jaar in een asielzoekerscentrum te hebben verbleven, moet Abdul Gani Kol definitief het land uit. Daarbij rijst een onvoorzien probleem: Turkije wil de Koerdische 'oproerkraaier' niet meer terug. De oplossing van Justitie: Gani moet opnieuw asiel aanvragen - wellicht weer voor jaren de wachtkamer in.

Intussen wist zijn vrouw Sadiye uit Turkije te vluchten, met achterlating van hun vijf kinderen: Yasemin (12), Emin (10), Ihsan (9), Orhan (8) en Fatma (7). Als ze in Nederland arriveert, wordt haar asielverzoek vrijwel onmiddellijk afgewezen. Haar nader verhoor blijkt een oppervlakkig opstelletje. Ze heeft niet alles durven en kunnen vertellen, bijvoorbeeld dat ze verkracht is door Turkse militairen.

Het echtpaar is radeloos, vooral wegens hun kinderen die nog in Turkije zijn, maar niet mogen komen. Om de ernst van hun situatie te verduidelijken, gaan ze over op het uiterste middel: hongerstaking. Ze eisen een verblijfsvergunning en de overkomst van hun kinderen naar Nederland.

Hun actie roept weerstand op. Hongerstaking is uit de gratie. Het heet 'chantage' - en daarvoor wijkt Justitie niet, bevreesd voor precedentwerking. Het echtpaar wil echter niet chanteren. Ze zijn eenvoudig de wanhoop nabij. Ze lijken op zelfmoordenaars met nog een sprankje hoop.

Hun hongerstaking is een opmerkelijke verzetsdaad: de meeste asielzoekers die jarenlang moeten wachten, kwijnen weg. Hun kracht, wil en levenslust verdwijnen. Het echtpaar Kol daarentegen is nog in staat een daad te stellen: genoeg! Ze hebben genoeg van het gesol met hen - door Turkije dat kritische Koerden vervolgt, en door Nederland dat geen professioneel asielzoekersbeleid weet te voeren.

Twee individuen nemen het op tegen machtige staten. Ze zetten hun hoogste, en tevens enige, goed in: zichzelf. Ze lijken bij voorbaat kansloos.

Rond half acht komt de politie hun kamer binnen. Sadiye verzet zich niet: in Turkije heeft ze haar lesje gehad. Gedwee werkt ze mee aan haar dwangopname op een psychiatrische afdeling in een ziekenhuis. Zonder dat ze het weet, maakt ze geschiedenis: nooit eerder in Nederland is een hongerstakende asielzoeker per IBS (inbewaringstelling) afgevoerd.

Ze ervaren het als een poging hun hongerstaking te breken. De twee zijn van elkaar gescheiden. Gani is als een gebroken man achtergebleven, bezorgd om zijn vrouw die naar een psychiatrische afdeling is gebracht. Is zij gek?

De IBS (inbewaringstelling) werd door de burgemeester ondertekend op basis van een openbare orde-probleem: de verstervende Sadiye Kol veroorzaakt onrust in het Nijmeegse asielzoekerscentrum. Elke dag lopen Turkse Koerden haar kamer in en uit.

Haar vertrouwensarts is verrast. De IBS kwam zonder overleg met hem tot stand. Het werd hem als voldongen feit gepresenteerd, terwijl hij weet dat Sadiye Kol geen dwangopname wil - waarbij ze overigens wél verpleegd, maar nog niet gevoed mag worden.

Het besluit van de gemeente staat op gespannen voet met internationale uitspraken en verklaringen (Tokio; Malta). Centraal daarin staat het respect voor de hongerstaker en voor zijn beslissing om voedsel en hulp te weigeren. In principe moet de wens van de hongerstaker gerespecteerd worden. Vantevoren spreken arts en hongerstaker af of ingrijpen gewenst is wanneer de situatie ernstig wordt. Het echtpaar Kol koos voor geen interventie. Maar daar heeft Nijmegen, zo blijkt, geen boodschap aan.

Op het stadhuis rechtvaardigt men de IBS met de woorden dat de vrouw niet weet waarmee zij bezig is. Als moeder van vijf kinderen hoort ze zich verantwoordelijker te gedragen.