De Russische adviseur

rofessor Eduard Bomhoff is een aardige econoom die grossiert in dwarse meningen en onconventionele adviezen. Gewoonlijk levert dat pikante stukken op. Maar soms orakelt de professor onzin, spreekt hij zichzelf in opvolgende columns tegen of laaft hij zich aan een niet-genoemde bron.

Neem Rusland. Onder de kop 'Bankierswaarheid' gaf Bomhoff in zijn column van 20 juni de Russische regering een populistisch advies. Rusland moest zijn dollarinkomsten niet gebruiken om de woekerrente te betalen aan hebzuchtige bankiers in New York, maar om Russische onderwijzers, ambtenaren en AOW'ers hun achterstallige salarissen uit te betalen. Die bankiers zouden kermen dat “het hele wereldgeldstelsel in dodelijk gevaar verkeert”, maar daarvan moesten de Russische autoriteiten zich niets aantrekken.

De dollars die Rusland zou uitsparen, waren nodig voor gebruik in eigen land. Want, zo verzekerde Bomhoff, de Russische burgers zijn beter af als de buitenlandse schulden niet betaald worden. Dan is geld beschikbaar om gangsters en corruptie te bestrijden en komen Russische generaals niet in de verleiding kernwapens te verkopen. Conclusie: “Hoe sneller Rusland een rechtsstaat wordt, des te groter is de kans dat de hervormingen doorgaan”.

In dezelfde column pleitte Bomhoff ook voor opschorting van de schuldbetalingen door Indonesië en voor inflatie in Japan.

Het was een verbluffend betoog omdat Bomhoff, voordat hij naar Nijenrode vertrok, monetaire economie doceerde aan de Erasmus Universiteit. Gewoonlijk zijn monetaire economen voorstanders van 'hard geld', een stabiele munt en lage inflatie als basis voor een gezonde economie. Een strak monetair beleid moet zorgen voor stabiliteit. In deze optiek is een hoge rente niet zozeer afgedwongen door grijpgrage financiers, maar het gevolg van onzekerheid.

Daarnaast lost eenzijdige opschorting van rente- en schuldbetalingen niets op, ook al hebben landen in het verleden hiertoe hun toevlucht genomen als ze door hun deviezenreserves heen raakten. Zo'n stap stort landen in een gegarandeerde crisis, leidt tot instabiliteit, jaagt de inflatie op en blokkeert verdere internationale kredietverlening, met alle negatieve gevolgen van dien voor de bevolking.

Kortom, zonder een woord aan de binnenlandse politieke en economische oorzaken van Ruslands ellende of aan de schaamteloze kapitaalvlucht te besteden, kwam de professor met een even demagogisch als simpel advies: pak het geld van de buitenlandse bankiers en geef het aan de arme baboesjka's.

Nou, de Russen hebben deze aanbeveling ter harte genomen. Op 17 augustus kondigde de Russische regering aan de betalingen van de buitenlandse schuld op te schorten en de koers van de roebel los te laten. Een week later werden de binnenlandse schulden waardeloos verklaard. Deze Russische default vormde de druppel die de financiële wereld in de daarop volgende weken op de rand van paniek bracht. Mischien hadden de Russen het advies wat al te letterlijk genomen. In ieder geval verkeert het 'wereldgeldstelsel' in een gevaarlijke crisis.

Geschrokken van de effecten die de navolging van zijn advies heeft teweeggebracht, schrijft Bomhoff op 29 augustus in zijn column ('Arme Russen') iets heel anders. Niet over de slechte New-Yorkse bankiers, maar over de Russische gangster-kapitalisten. Die dienen terstond te worden aangepakt, hun vermogen moet worden geconfisqueerd. Een streng regime moet de wilde kleptocratie temmen. Rusland heeft een stelsel van eerlijke belastingheffing en toeëigening door de staat van de inkomsten uit de grondstoffen- en energie-exporten nodig.

Voor zo'n beleid biedt een “autoritair regime” de beste kans. Anders dreigen hyperinflatie of het uiteenvallen van de Russische federatie. Het Westen moet zo'n sterke regering verwelkomen en als de crisis eenmaal achter de rug is, komt de rechtsstaat vanzelf wel. Bomhoff heeft al een kandidaat-sterke man op het oog: generaal Lebed, de verzoener van Tsjetsjenië en nu gouverneur van de regio Krasnojarsk.

Ter onderbouwing van zijn stelling beweert Bomhoff dat autoritaire regimes in Latijns Amerika, Taiwan, Singapore en Zuid-Korea het pad naar economische vrijheid effenden. Waarbij hij vergeet dat de generaalsregimes van Zuid-Amerika ten onder gingen in het bankroet van de schuldencrisis begin jaren tachtig, en dat in Zuid-Korea vorig jaar een nieuwe democratische president de puinhopen van zijn autoritaire voorganger mocht opruimen. Indonesië's president Soeharto, die eerder dit jaar na de ineenstorting van de roepia werd afgezet, was de verpersoonlijking van de autoritaire kleptocraat.

Hoe dan ook, het is een andere analyse dan die van twee maanden eerder. Kennelijk is Bomhoff in de vakantietijd geïnspireerd door professor Vladimir Kvint, die hij aanhaalt als Rusland-kenner. Deze Russische econoom heeft een artikel geschreven in het jongste nummer van het zakenblad Forbes waarop Bomhoff zwaar leunt, zonder deze bron te noemen. De betoogtrant en een aantal voorbeelden van Kvint heeft hij in zijn eigen woorden weergegeven.

Deze eeuw staat bol van oproepen voor een 'sterke man' in tijden van crises. Het is geen origineel idee om zo'n pleidooi te houden als uitweg om de Russische tycoons aan te pakken, belastingen te heffen en de corruptie te bestrijden.

Het is wel de vraag of een sociaal-democratische econoom die de beginselen van de vrije markteconomie aanhangt, dat moet doen. Wat voor 'streng regime' zou Bomhoff wensen? Nationalistisch, neo-communistisch of dictatoriaal? Zouden zijns inziens behalve Lebed ook Zjirinovski, Zjoeganov of Berezovski hiervoor in aanmerking komen?

Autoritaire regimes hebben vrijwel altijd de neiging hopeloos te ontsporen. De economische vrijheid, democratie en rechtsstaat komen daarmee geen stap dichterbij. Naar valt te vrezen: ook niet in Rusland.