De nationale boekerij

De Koninklijke Bibliotheek bestaat tweehonderd jaar. Een echte nationale bibliotheek is zij pas in de loop van deze eeuw geworden. Inmiddels wordt vrijwel al het Nederlandse drukwerk in het Depot bewaard, inclusief pornobladen.

HABENT SUA FATA LIBELLI. Boeken hebben hun eigenaardige lotgevallen. Een Romeinse auteur merkte dat al op in de derde eeuw na Christus. Hoe boordevol merkwaardigheden moet dan wel de geschiedenis van de twee eeuwen oude Koninklijke Bibliotheek (KB) zijn, waar 2,2 miljoen boeken staan, om van andere 'informatiedragers' nog te zwijgen. En dan zijn er bovendien de bibliothecarissen geweest en hun medewerkers, de gebruikers, de gebouwen.

Over de KB en haar rijke, veelzijdige bezit aan handschriften, boeken, brieven, affiches, pamfletten, kaarten, kranten en tijdschriften is veel gepubliceerd. De bibliografie over de bibliotheek telt vele honderden nummers. Daarmee is de KB de meest beschreven Nederlandse bibliotheek, maar niet de grootste. Dat is de universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Vergeleken met de tientallen miljoenen items van nationale bibliotheken als de British Library en de Library of Congress is onze nationale bibliotheek zelfs betrekkelijk klein.

Het opmerkelijke van de KB begint al bij de naam, of beter: bij de twee namen - Koninklijke Bibliotheek én Nationale Bibliotheek. In navolging van de Franse revolutionairen met hun Bibliothèque Nationale confisqueerden de Bataafse leiders de boekerij van de gevluchte stadhouder Willem V. Zij bestempelden deze tot Nationale Bibliotheek. Dat betekende vooral dat het geen particuliere bibliotheek meer was, maar staatseigendom en - in mindere mate - dat het publiek toegang had.

Koning Lodewijk Napoleon, broer van de grote Napoleon, verhief de bibliotheek tot Koninklijke, maar na zijn vertrek decreteerde de grote broer (27 juni 1811) dat de gemeente Den Haag voor de verzameling moest zorgen. Franse commissarissen kwamen nog even langs om wat boeken mee te nemen (roven) voor de keizerlijke bibliotheek in Parijs.

Het Haagse stadsbestuur was dolblij toen na de Franse bezetting koning Willem I zich over de collectie ontfermde. Het merendeel van de door de Fransen weggevoerde boeken kwam terug en de Koninklijke Bibliotheek begon een nieuw, aanvankelijk heel rustig leven.

Tijdens de Duitse bezetting - voor deze bibliotheek betrekkelijk kalm verlopen - moest de instelling weer Nationale Bibliotheek heten. Ter gelegenheid van de opening van het nieuwe gebouw in september 1982 verscheen een Koninklijk Besluit (het KB-KB) waarbij de Koninklijke Bibliotheek formeel de functie van nationale bibliotheek kreeg. Daarover straks. Het Koninklijk Besluit is destijds kennelijk in haast opgesteld: het riep nogal wat vragen op. Bibliothecarissen van andere grote Nederlandse wetenschappelijke bibliotheken reageerden verstoord. Zij waren helemaal niet op de hoogte gebracht van deze ingrijpende maatregel.

Anderhalve eeuw lang zat de KB op het deftige Lange Voorhout in een statige, sfeervolle patriciërsvilla die gaandeweg - ondanks allerlei aanbouwsels - veel te klein werd. Instorting dreigde. In 1982 werd het nieuwe gebouw geopend, goed bereikbaar vlakbij het Centraal Station en het Algemeen Rijksarchief.

Hardnekkige geruchten willen dat de architect in zijn ontwerp de ingang had vergeten. Hoe 't ook zij, tot voor kort was de entree via een roltrap met ijzeren roosters beslist niet koninklijk. Bovendien was deze onooglijke constructie weggestopt, zodat de bezoeker vanaf het Centraal Station via een winderige onderdoorgang bij de trap belandde. 's Winters was het soms oppassen geblazen. Borden waarschuwden voor vallend ijs vanaf het gebouw.

Van een bibliotheek mag de gebruiker verwachten daar ook de recente, actuele literatuur te vinden. Bij de KB - en het gros van de wetenschappelijke bibliotheken - was daarvan in de eerste decennia van de negentiende eeuw geen sprake. Recente publicaties moest de professor thuis hebben staan, in zijn privébibliotheek. De boekerij, aanvankelijk gecombineerd met een prentenkabinet, was een soort museum annex archief dat zich toelegde op het binnenhalen van kostbare middeleeuwse handschriften en oude drukken. Vooral werd gezocht naar incunabelen: boeken (wiegedrukken) met losse metalen letters gedrukt vóór 1501. Een deel daarvan kwam in toonkasten te liggen, een in livrei gestoken bediende hield toezicht.

Abonnementen op tijdschriften? Neen, dat vluchtige materiaal hoorde in een fraaie bibliotheek niet thuis. En zoals elders werd op de KB met het catalogiseren geen haast gemaakt. Een handschriftencatalogus, in 1834 op last van het departement begonnen, verscheen uiteindelijk, maar gaf titels zonder datering en was daardoor onbruikbaar. Van royale openingstijden wilde men niet weten. In de winter was de bibliotheek soms wekenlang dicht, doodsbenauwd als men was voor kachels in het gebouw. Was de grote bibliotheek uit de oudheid, die van Alexandrië, niet door vlammen in rook opgegaan?

Met een paar dagen per week een paar uur open gold de KB zelfs als bijzonder gastvrij. Het aantal bezoekers bedroeg omstreeks 1840 zo'n dozijn per dag, per jaar werden nog geen duizend boeken uitgeleend, het totale bezit zal toen circa 100.000 banden hebben omvat. Er werkten vier of vijf mensen (nu ruim driehonderd). De onderbetaalde bibliothecaris had nog een bijbaantje.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw gaan ook de bibliotheken zich moderniseren en specialiseren. Er komen vaste, jaarlijke aanschafbudgetten, geschenken stromen binnen, tot complete geleerdenbibliotheken toe, het bezit verdwijnt grotendeels in voor het publiek niet toegankelijke magazijnen, een catalogiseer- en collectioneringsbeleid ontwikkelt zich, de openingstijden worden ruimer.

Thorbecke, die zelf op de bibliotheek van de Leidse universiteit had gewerkt, bemoeide zich intensief met de KB. Hij beval dat werken op het gebied van bijvoorbeeld wiskunde en techniek niet meer mochten worden aangeschaft. De KB werd mede daardoor een humaniora-bibliotheek en is dat nog steeds. Zo moet men voor techniek naar Delft, voor landbouwliteratuur is Wageningen zwaartepunt en voor biomedische wetenschappen de bibliotheek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in Amsterdam.

In het laatste kwart van de negentiende eeuw ontwikkelt zich - allereerst in Engeland - het concept van nationale bibliotheek. Als grootste en belangrijkste van het land moet de nationale bibliotheek een centrale functie vervullen, onder meer door een centrale catalogus aan te leggen en de nationale bibliografie te verzorgen op basis van het wettelijk depot (de verplichte inlevering van alle in het land verschenen publicaties).

In Nederland, wars van centralisatie, liep het wat anders. Van 1895 tot 1921 drukte bibliothecaris dr. W.G.C. Bijvanck zijn stempel op de KB. Bijvanck wilde de KB tot het op de actualiteit gerichte dynamische middelpunt van de nationale cultuur- en wetenschapsbeoefening maken. Hij voelde weinig voor de KB als echte nationale bibliotheek met nationale bibliografische taken. Zelfs de eigen catalogi in orde maken sprak hem niet erg aan, wat regelmatig tot Kamervragen leidde.

Pas na 1921, onder bibliothecaris dr. P.C. Molhuysen, werd de basis gelegd voor de KB als nationale bibliotheek. Molhuysen zette de centrale catalogus van boeken op en het internationale ruilbureau. Zijn opvolger dr. L. Brummel zette dat werk voort, onder meer door de aanleg van een centrale catalogus van periodieken.

Vooral onder bibliothecaris dr. C. Reedijk (van 1962 tot 1987) is de KB de heuse nationale bibliotheek geworden. Hoewel het niet is gelukt een 'wettelijk depot' in te voeren - zoals in vrijwel alle andere landen het geval is - werkt de regeling waarbij de erkende uitgevers vrijwillig hun publicaties in de KB deponeren bevredigend. Vrijwel alles wat in Nederland na 1974 is verschenen (klein drukwerk zoals kalenders e.d. uitgezonderd) vindt men in het Depot, inclusief een keur aan vaderlandse pornoblaadjes. Tja, de KB is de papieren afspiegeling van onze nationale cultuur in al haar varianten.

De KB heeft een groot aandeel in het samenstellen van de nationale bibliografie, coördineert en stimulereert de bibliothecaire samenwerking op nationaal en internationaal niveau (met name de samenwerking met Vlaanderen en Indonesië) en heeft een voortrekkersrol in de bibliotheekautomatisering en het conserveringsbeleid. Het koninklijk besluit uit 1982 bevestigde taken die de KB in feite voor een deel allang vervulde.

Waarmee beslist niet is gezegd dat de KB rustige tijden tegemoet gaat. Zij zal zich actief gaan bezighouden met de al jaren slepende en netelige kwestie van de coördinatie van de collectievorming, onvermijdelijk gezien de slinkende bibliotheekbudgetten en de stijgende prijzen van wetenschappelijke publicaties,vooral de tijdschriften. Om van de problemen die het elektronisch uitgeven oproept nog maar te zwijgen.

JUBILEUM

Op diverse manieren wordt aandacht besteed aan 200 jaar Koninklijke Bibliotheek:

Tentoonstelling Tot en met 18 oktober is de tentoonstelling Het wonderbaarlijke alfabet te zien in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Aan de hand van boeken, handschriften, pamfletten, boekbanden en papiersoorten krijgt de bezoeker een indruk van de veelzijdigheid van het boekenbezit van de KB. Openingstijden: ma t/m zo 10.00-18.00 uur. Entree 12,50 gulden.

Reductie Lezers van NRC Handelsblad kunnen de KB-tentoonstelling tegen gereduceerd tarief bezoeken, bij vertoning van een bon die regelmatig in deze krant verschijnt. Kinderen krijgen tijdens de Kinderboekenweek (7 tot en met 17 oktober) gratis toegang op vertoon van het boekenweekgeschenk.

Boeken Ter gelegenheid van het jubileum geeft de KB een drietal boeken uit: De wereld van de Koninklijke Bibliotheek, door P.W. Klein en M.A.V. Klein-Meijer (uitgeverij Oorschot, 80 gulden), laat zien hoe maatschappelijke stromingen de ontwikkeling van de KB twee eeuwen lang hebben begeleid en beïnvloed. Verzamelaars en verzamelingen, Koninklijke Bibliotheek 1798-1998 (uitgeverij Waanders, 65 gulden gebonden, 49,50 gulden paperback), rijk geïllustreerde beschrijving van de geschiedenis van tweehonderd jaar verzamelen. Uitgeverij Waanders geeft de facsimile-editie uit van het 'album amicorum' van de zeventiende-eeuwse rector van de Latijnse School in Amsterdam, Jacob Heyblocq. Het album, dat 295 gulden kost tijdens de tentoonstelling en 350 gulden daarna, bevat inscripties en tekeningen van onder meer Vondel, Cats, Rembrandt, Huygens en Hooft.

Jubileumpostzegel Voor 80 cent kunnen verzamelaars een jubileumpostzegel kopen. Op de zegel staat een Geuzenliedboekje uit 1851. Het exemplaar heeft een oplage van acht miljoen en is tot en met 31 juli 1999 verkrijgbaar op alle postkantoren.

GESCHIEDENIS

Een greep uit de geschiedenis van de KB:

17 augustus 1798 Burger-representant A.J. Verbeek doet het voorstel om van de geabandonneerde bibliotheek van de Vorst van Nassau een nationale bibliotheek te maken.

1800 Eerste, gedrukte catalogus (5.482 nummers).

1806-1811 Onder koning Lodewijk Napoleon de eerste grote aankopen: de collectie-Romswinckel (ca. 23.000 banden en ca. 9.500 kaarten) en de collectie-Visser, waarmee de basis wordt gelegd voor de verzameling incunabelen (met losse letters gedrukte boeken van voor 1501).

1819 Koning Willem I laat de bibliotheek overbrengen naar het Lange Voorhout.

1830 Aankoop van het Egmondse Evangeliarium, handschrift uit de tiende eeuw.

1848 Legaat van W.J.H. van Westreenen van Tiellandt, waarin veel handschriften en oude drukken.

1866 Verwerving van dertig alba amicorum als grondslag voor de grote verzameling nu.

1891 De bibliothecaris woont niet langer in de bibliotheek zelf.

1908 Opening nieuwe leeszaal aan het Lange Voorhout.

1922 Dr. P.C. Molhuysen begint met de Centrale Catalogus (CC) van boeken, waaraan tientallen bibliotheken gaan meewerken. Deze CC telde rond 1937 één miljoen titels. (De elektronische NCC biedt nu circa twaalf miljoen boektitels en bijna 500.000 titels van periodieken.)

1943 Dr. L. Brummel begint met de Centrale Catalogus van Periodieken. Vooral tussen 1937 en 1960 zijn talrijke collecties verworven, zoals de Dante-collectie, de Jeanne d'Arc-collectie, de schaakbibliotheek van dr. M. Niemeyer (meer dan 6.000 nummers), de handschriften van Willem Pijper, enz.

1974 Instelling vrijwillig depot, waarin vrijwel alle in Nederland uitgegeven publicaties worden verzameld.

1982 Opening nieuw gebouw. Koninklijk Besluit 'houdende de regeling inzake de Koninklijke Bibliotheek als Nationale Bibliotheek'.

1983 Oprichting van het samenwerkingsverband Nederlands Bibliografisch Centrum, de volledige Nederlandse bibliografie (de vroegere 'Brinkman').