Crisis in Kosovo: doorbraak gemeld

PRIŠTINA, 3 SEPT. Westerse diplomaten hebben gisteren melding gemaakt van een 'procedurele doorbraak' in de Kosovo-crisis die op termijn zou kunnen leiden tot vredesoverleg. Het bloedvergieten gaat inmiddels door: de afgelopen twee dagen zijn in Kosovo 35 mensen gedood in de strijd.

Volgens de Westerse diplomaten zijn de Serviërs en de Albanezen het er gisteren over eens geworden drie tot vijf jaar lang niet te praten over de toekomstige status van Kosovo en overleg - àls het tot overleg komt - te concentreren op een vredesregeling en een nog onduidelijke mate van autonomie voor Kosovo binnen de Joegoslavische republiek Servië.

Tot nu toe hebben vertegenwoordigers van de Albanezen in Kosovo geweigerd met de Serviërs te praten zolang de Servische politietroepen hun offensief voortzetten en zolang de onafhankelijkheid - al dan niet na een overgangstermijn - niet ter sprake komt. De Serviërs hebben geweigerd die onafhankelijkheid te bespreken. Door af te spreken vooralsnog niet over de toekomstige status van Kosovo te praten, zou de weg vrij kunnen komen voor overleg over een staakt-het-vuren en de mate van autonomie voor Kosovo.

De doorbraak is het resultaat van een voorstel van de Joegoslavische president Slobodan Miloševic, die dinsdag met de Amerikaanse bemiddelaar Christopher Hill sprak. Hij stelde voor Kosovo een niet nader toegelichte mate van autonomie te geven en na drie tot vijf jaar om de tafel te gaan zitten om te bezien hoe die regeling werkt. Miloševic wil een overgangsperiode van vijf jaar; de Albanezen staan op een periode van drie jaar.

Waarnemers hebben gewaarschuwd dat de 'procedurele doorbraak' niet betekent dat het daadwerkelijk tot overleg komt: aan de Albanese eis van terugtrekking van de Servische politietroepen is niet voldaan. Bovendien bestaat er zo goed als zeker een brede kloof tussen de autonomie die de Albanezen voor zo'n overgangsperiode eisen en de autonomie die Miloševic wil toestaan. Tenslotte is de 'doorbraak' bereikt met Ibrahim Rugova, de leider van de Kosovo-Albanezen wiens autoriteit de afgelopen maanden sterk is aangetast, vooral door de snelle groei van het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK. Het UÇK, dat gewapende strijd voert tegen de Serviërs, wil niets van Rugova weten. Het is ook niet betrokken bij de besprekingen die hebben geleid tot de 'procedurele doorbraak' van gisteren.

Bij Prizren in het zuiden van Kosovo zijn gisteren vijftien strijders van het UÇK gedood bij gevechten met de Servische politie. De strijd brak los toen - volgen Albanese bronnen - het UÇK een gecoördineerde aanval deed op de Servische politie in vier dorpen en een voorstad van Prizren. De Serviërs meldden dat de Servische politie de aanval had geopend. Twee Servische politiemannen werden gewond en vijftien UÇK-strijders werden gevangen genomen. Volgens de Serviërs zijn in en rond Prizren in twee dagen in totaal 35 UÇK-strijders gedood. (AFP, Reuters, AP)