Congo moet rebellie nog leren waarderen

De politieke pleitbezorgers van de militaire revolte in Congo doen hun best om als brede beweging te poseren, maar in het 'bevrijde' oosten ziet men vooral Tutsi's.

GOMA, 3 SEPT. Met onbegrip reageren bewoners van het door rebellen gecontroleerde Goma op de opstand tegen de Congolese president Laurent-Désiré Kabila. “Waarom moeten we een tweede keer bevrijd worden”, vraagt een winkelier zich af. “Kabila is niet zo slecht als de rebellen het doen voorkomen. Sinds de val van Mobutu, nog maar één jaar geleden, gaat het ons beter.” Een klant kijkt om zich heen of er rebellen meeluisteren en fluistert: “Waarom zouden we hen steunen? Het zijn Rwandezen! En waarom moeten wíj bang zijn voor bombardementen? Laten de Angolese vliegtuigen doorvliegen naar Kigali en daar hun bommen afwerpen.”

In de sjieke villa aan het Kivumeer van ex-president Mobutu zitten de politieke leiders van de Congolese Alliantie voor Democratie (RCD) te vergaderen rond een grote marmeren tafel. De RCD-leiders spreken niet tegen dat ze in bevrijd gebied met apathie door de bevolking zijn ontvangen. “We moeten nog een sociale basis leggen voor onze opstand”, legt RCD-voorzitter Ernest Wamba dia Wamba uit. “Vechten tegen Mobutu was gemakkelijk, je hoefde de Congolezen niets uit te leggen. De bevolking kent de slechte kanten van Kabila nog niet goed genoeg.” Wamba dia Wamba, tot voor kort hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Dar es-Salaam, vertelt hoe er op slecht bezochte openbare bijeenkomsten in rebellengebied boegeroep opsteeg uit de menigte. “Ze wilden weten wat de Rwandese en Congolese Tutsi's te maken hebben met onze opstand. Het zal nog veel tijd vergen de mensen uit te leggen waarvoor we strijden.” De RCD ontkent dat Rwanda bij de strijd is betrokken, hoewel er overtuigende bewijzen van het tegendeel bestaan.

De uit de oostelijke provincie Maniema afkomstige Arthur Z'Ahidi Ngoma werd aanvankelijk naar voren geschoven als de politieke leider van de opstand, maar neemt nu genoegen met een lagere functie. De sigaren rokende Ngoma beweert het initiatief te hebben genomen voor de rebellie. “Ik geloofde nooit in Kabila en zijn rebellenbeweging want ze waren niet democratisch”, verklaart de jurist en voormalige medewerker van de culturele VN-organisatie UNESCO. “Hun fout was dat ze Congo exclusief voor zich opeisten, ze begrepen niet dat er verscheidene opinies in het land leven. We moeten de Congolezen laten zien dat we beter zijn dan Mobutu en Kabila. We moeten hun uitleggen dat we geen Tutsi-beweging zijn. Rwanda mag Congo nooit beheersen.”

De bevolking van Oost-Congo maakt nauwelijks onderscheid tussen Rwandezen en Congolese Tutsi's of Banyamulenge. De Banyamulenge zijn een omstreden bevolkingsgroep in Congo.

Pagina 4: 'Wij maakten Kabila tot wat hij is'

Sinds 1797, onder de Tutsi-koning Yuhu Gahindiro, trokken Tutsi's naar Oost-Congo waar ze destijds deel gingen uitmaken van het grote Rwandese rijk. Ze namen de naam Banyamulenge aan, naar de Mulenge-bergen rond de huidige stad Uvira. Hun ongeveer 400.000 nazaten woonden nog rondom Uvira toen Congo in 1960 onafhankelijk werd. Ze kregen de Congolese nationaliteit, maar die werd hun later door de regering in Kinshasa weer ontnomen.

Congolese belangengroepen gebruikten de Banyamulenge herhaaldelijk als speelbal in hun machtsstrijd. Kabila, bijvoorbeeld, vocht in de jaren zeventig met zijn guerrillabeweging tegen hen, maar sloot in 1996 een verbond met de Banyamulenge toen de regering-Mobutu hen dreigde uit te wijzen naar Rwanda. Kabila zegde toe dat ze, als hij eenmaal aan de macht zou zijn, de Congolese nationaliteit zouden krijgen maar kwam deze belofte niet na. Hoewel een van de kleinste Congolese bevolkingsgroepen spelen de Banyamulenge een omstreden maar invloedrijke rol in het nationale zakenleven en binnen de intelligentsia, mede door hun nauwe banden met het door Tutsi's gedomineerde regime in Rwanda.

Evenals twee jaar geleden vormen de Banyamulenge de speerpunt van de rebellie. Bizima Karaha is een Banyamulenge. Hij diende als Kabila's minister van Buitenlandse Zaken. Vlak voor de nieuwe opstand vorige maand begon, ontvluchtte hij Kinshasa. Tijdens Kabila's mars naar Kinshasa in 1996-'97 fungeerde hij als woordvoerder en onderhandelaar van de rebellen en ook nu is hij weer prominent aanwezig. “Wij maakten Kabila in deze villa tot wat hij is”, begint Karaha, die Kabila's vertrouweling werd. “Ik had zelfs toegang tot zijn slaapkamer”, vertelt hij, “ik ken de man door en door. Kabila is een domme dictator, Mobutu had tenminste hersenen.” Als hij Kabila's slechte eigenschappen zo goed kende, waarom werkte hij dan met hem samen? “We dachten door hem te omringen met goede adviseurs hem minder gevaarlijk te maken. Maar natuurlijk, ik voel me schuldig. Daarom zal ik de rest van mijn leven besteden aan zijn vernietiging”, verklaart de 30-jarige Karaha. Hij voegt eraan toe: “Het moet je zijn opgevallen dat ik hem sinds december niet meer in het openbaar heb verdedigd.”

Geen goed woord hebben de rebellenleiders over voor Kabila. Het hoofddoel van hun opstand blijkt zijn ondergang. Aanvankelijk had dit via een staatsgreep door Tutsi-militairen moeten geschieden, maar Kabila kreeg lucht van het complot en wees de toen nog met zijn toestemming in Congo gestationeerde Rwandese soldaten uit. Bovendien ging Kabila samenwerken met Rwanda's aartsvijanden, de radicale Hutu-milities (Interahamwe) die uit zijn op een nieuwe volkerenmoord op Tutsi's. Na de mislukking van de staatsgreep werd 'de nationale opstand' tegen Kabila uitgeroepen.

Karaha vertelt sappige verhalen over corruptie van Kabila. “Hij vroeg me twee maanden geleden waarom ik nog geen nieuwe ambassades in het buitenland had geopend. Ik vertelde hem dat de Centrale Bank niet over voldoende geld beschikte. Daarop liet hij zijn 17 jaar oude nichtje aanrukken met koffers waarin twee miljoen dollar aan bankbiljetten zat. Hij zei: 'Ik schiet het wel voor uit eigen zak.' Kabila heeft meer geld dan er in de staatskas zit.”

De RCD laat zich niet eenvoudig een etnisch etiket opplakken. Onder de militairen spelen de Tutsi's een hoofdrol. Het politieke leiderschap bestaat echter uit een bont gezelschap, met een kleine minderheid van Tutsi's. Lunda Bululu, hoofd van de uitvoerende raad van de RCD, komt uit de zuidelijke provincie Katanga en diende onder Mubutu als premier en minister van Buitenlandse Zaken. “Congo werd nooit eerder geleid door zo'n tribalistische president”, verkondigt Bululu. “Op alle centrale posten zette Kabila leden van zijn eigen stam uit Katanga of van zijn familie. Hij heeft geen nationaal politiek programma en probeerde nooit om alle groeperingen en regio's bij zijn regime te betrekken. Hij leidde Congo naar de afgrond. Daarom vecht ik voor een nieuwe bevrijding.”

De RCD-leiders zeggen geleerd te hebben van de fouten van Kabila. Ze stelden een voorlopig bestuurscollectief samen om te voorkomen dat er onder hen een nieuwe dictator als Kabila opstaat. Ze beloven, eenmaal in Kinshasa, een nationale conferentie te organiseren met alle politieke groeperingen van het land. Of politici dan wel militairen de richting van de RCD bepalen, is onduidelijk. Pas twee weken na het door de militaire leider Jean-Pierre Ondekane begonnen offensief richting Kinshasa arriveerden er politieke leiders in Goma. “Er bestaat nog een kloof tussen ons en de militaire vleugel van de RCD”, zegt Wamba dia Wamba. “Het is ook allemaal zo snel gegaan met deze opstand. Maar we overleggen met de militairen, ze houden ons op de hoogte van wat ze doen.”

De bevolking van Goma lijkt intussen nauwelijks geïnteresseerd in de intenties van de rebellen. De stadsbewoners praten over andere prioriteiten. Handelaren willen hun door de rebellen geconfisqueerde communicatieapparatuur terug om weer zaken te kunnen doen. Burgers klagen over de terugkeer van voormalige soldaten van Mobutu die meevechten met de rebellen en als voorheen bij wegversperringen geld afpersen. Nergens waar de rebellen hun bevrijdingsmissie uitvoeren, halen Congolezen hen juichend binnen. Met Kabila twee jaar geleden was dat anders, toen leefde er alom een gevoel van bevrijding.

Congolezen ontwikkelden in ruim dertig jaar kleptocratie onder Mobutu een nihilistische houding tegen iedere overheid. Ze verwachten van een regering niet zozeer dat deze diensten verleent, ze willen bovenal af van de negatieve kanten van het bestuur in Congo. Ze wensen een einde aan de afpersing door soldaten en een regime dat hun vrede en stabiliteit garandeert. Kabila had aan die verwachting redelijk voldaan en niemand wil een nieuwe oorlog. “Laat ons met rust, dat is alles wat we vragen”, vat een zakenman in Goma het samen.