Zuid-Afrika leest 'ongebondenen' de les

Vandaag begint in het Zuid-Afrikaanse Durban de tweedaagse topconferentie van de Beweging van Niet-Gebonden Landen (NAM). Economisch problemen, internationaal terrorisme en de oorlog in Congo staan hoog op de agenda.

DURBAN, 2 SEPT. Zuid-Afrikaanse regeringsfunctionarissen willen er niet van horen, dat de Beweging van Niet-Gebonden Landen (NAM - Non-Aligned Movement) onbelangrijk zou zijn. Critici spreken over een 'tandeloze tijger' en een 'duur en nutteloos festijn'. Maar Zuid-Afrika, vanaf vandaag voor drie jaar voorzitter, meent de NAM nieuw leven te kunnen inblazen.

“We zouden de top van de NAM of het voorzitterschap daarvan niet hebben geaccepteerd als het alleen een talkshow zou zijn”, zegt Jackie Selebi, directeur-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken. En vice-president Thabo Mbeki noemde de beweging aan de vooravond van de top “een schatkamer van democratie, mensenrechten en goed bestuur”.

In de voorbereidende ministersbijeenkomsten van de afgelopen dagen stelden deelnemende landen een economisch rapport op dat aan de staatshoofden en regeringsleiders wordt voorgelegd. Essentie, in de woorden van Mbeki: “Hoe kan de wereldeconomie worden geherstructureerd zodat tegemoet wordt gekomen aan de behoeftes van de ontwikkelingslanden?” Daarmee is de 37 jaar oude beweging terug bij haar ontstaan: als een blok van Derde Wereldlanden die een rechtmatig deel van de koek opeisten maar nooit kregen.

De NAM telt 113 'lidstaten', hoofdzakelijk landen in Afrika, Zuid- en Zuid-Oost-Azië en Latijns Amerika. Van een formele organisatie is geen sprake, er is geen gebouw en zelfs geen secretariaat, slechts een eenmaal per drie jaar wisselende voorzitter. 61 procent van alle staten die lid zijn van de Verenigde Naties zijn ook aangesloten bij de NAM. Maar daarmee is ook alles gezegd, want de Beweging heeft in tegenstelling tot de VN nauwelijks invloed.

Het idee voor een zogenoemde ongebonden beweging ontstond in het midden van de jaren vijftig. Landen in de Derde Wereld die niet wensten te kiezen in de Koude Oorlog tussen Oost en West zochten een derde weg. In 1961 kwam het tot oprichting van de beweging, in de Joegoslavische hoofdstad Belgrado. Hoewel de NAM vogels van diverse pluimage aantrok, werden zij het eens over antikolonialisme als gemeenschappelijke noemer. Rond 1960 verkreeg, met name in Afrika, een reeks van landen zijn onafhankelijkheid. Veel leden van de jonge NAM stonden net politiek op eigen benen.

Het antikoloniale standpunt bracht de ongebonden beweging vrijwel automatisch dichtbij het wereldcommunisme. De Sovjet-Unie en haar bondgenoten wisten met succes het idee uit te dragen dat 'kolonialisme en imperialisme' Westerse instituties waren. Moskou had veel invloed op de NAM en haar leden. Volkeren en landen die door Rusland waren opgeslokt heetten destijds te zijn 'bevrijd'. Pas met de ondergang van het Oost-Europese communisme en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie viel dit eenzijdige beeld weg en sloten ex-Sovjet-republieken zich aan bij de NAM.

In de jaren zestig was de toenmalige Indiase premier Jawaharlal Nehru een fel pleitbezorger van de ongebonden beweging. Hij formuleerde vijf elkaar sterk overlappende beginselen voor de NAM: respect voor territoriale integriteit, wederzijdse non-agressie, non-interventie in elkaars binnenlandse aangelegenheden, soevereine gelijkheid en vreedzame coëxistentie. Prachtige termen, maar de aangesloten landen trokken zich er bitter weinig van aan. In bijna vier decennia 'ongebondenheid' zijn de conflicten nauwelijks te tellen. Alleen in Afrika hadden sinds 1970 dertig oorlogen plaats, veelal tussen staten onderling.

Nu er geen oost- en westblok meer bestaan, is het de vraag welk bestaansrecht de niet-gebonden beweging nog heeft. Critici hebben die vraag al beantwoord: geen. Duncan Du Bois, onafhankelijk commentator, zegt dat de “houdbaarheidsdatum van de NAM allang is verstreken”. Du Bois noemt de bijeenkomst in Durban “een kostbaar feestelijk onthaal voor de gekken en bedelaars van de wereld”.

Van eenheid onder de aanwezigen is geen sprake. Verscheidene leden van de NAM nemen hun burenruzies mee: India en Pakistan, Koeweit en Irak en een heel handvol Afrikaanse staten dat nu is betrokken bij de oorlog in Congo.

Wat stelt de nieuwe voorzitter Zuid-Afrika zich voor ogen tussen nu en 2002? Thabo Mbeki lichtte dezer dagen de sluier op. Tijdens een ministersbijeenkomst schetste hij een duidelijke breuk met het verleden van de NAM. De opgehouden hand en de beschuldigende vinger richting rijke Westen hebben plaats gemaakt voor zelfbespiegeling: “Wij moeten onze eigen bevrijders worden. We moeten profiteren van de nieuwe mogelijkheden een einde te maken aan de armoede in de wereld. We hebben het niet over uitbreiding van een systeem van liefdadigheid en hulp, maar over benutting van bronnen.” Ook de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Ghanees Kofi Annan die eveneens in Durban aanwezig is, heeft met name Afrikaanse landen er op gewezen dat ze niet langer anderen verantwoordelijk moeten houden voor hun eigen falen.

Mkebi sprak met een hang naar het verleden over “wij arme landen”, een achterhaalde term, want verscheidene 'ongebonden landen' uit Azië hebben zich sinds 1961 aardig opgewerkt, terwijl enkele Arabische 'lidstaten' tot de rijkste ter wereld behoren. Sprekend over Afrika had Mbeki gelijk: daar is in veertig jaar weinig verbeterd voor de gewone bevolking.

De doorgaans voorzichtige, met veel omhaal van woorden sprekende Mbeki, brak in heldere termen een lans voor democratie. “Degenen onder ons die de eigen bevolking democratische en mensenrechten ontzeggen, die zich fixeren op het voeren van oorlogen tegen anderen, die het te druk hebben met het plunderen van de schatkist of die smeken om liefdadigheid, zullen geen tijd hebben om deze historische uitdaging te aanvaarden. De NAM moet de schatkamer zijn van democratie, mensenrechten en goed bestuur en de stem van de armen.”