Vrije jongens

Van het rondetafelgesprek wordt verslag gedaan in het komende nummer van het blad Tribuut van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs.

Over belastingadviseurs wordt verschillend gedacht. De helft van de ondernemers meent dat ze op geld belust zijn. Maar ondertussen oogsten ze wel waardering als 'slim en handig' (een score van 84 procent, zo wees onderzoek van het blad Account uit). Misschien zijn het die eigenschappen die in de politiek voor een gemengde waardering zorgen.

De huidige staatssecretaris van cultuur, Rick van der Ploeg, zette de boel als financieel woordvoerder van de PvdA-fractie nog al eens op stelten door belastingadviseurs consequent als 'trapezewerkers' te afficheren en hun dagelijks werk als economisch onnut terzijde te schuiven. Ongedachte bijval kreeg hij van VVD-minister Gerrit Zalm, die bij de presentatie van het belastingplan voor de 21ste eeuw bijna jubelend vaststelde dat de plannen zo knap zijn opgezet dat er in het begin van de komende eeuw werkloosheid in het verschiet ligt voor de belastingadviseurs. Zo'n benadering maakt nieuwsgierig naar het oordeel van de natuurlijke tegenstander van de belastingadviseurs: de Belastingdienst.

Die nieuwsgierigheid moet ook bij de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs hebben bestaan, want vorige week ging de Federatie in het neutrale Haagse hotel Des Indes het gesprek aan met vertegenwoordigers van de belastingheffer. Eerder had federatiewoordvoerder Jacques Booij al eens opgemerkt dat de federatie-adviseurs “niet wensen te worden vereenzelvigd met fiscale constructiemakers, ten dienste staand aan doorgewinterde egoïsten, die graag op dun ijs schaatsen en op het scherpst van de snede opereren”. Van zo'n vereenzelviging is bij de Belastingdienst in elk geval geen sprake, zo blijkt uit het rondetafelgesprek. “Ik denk dat de Belastingdienst zich in de handen mag knijpen dat er belastingadviseurs zijn. De sfeer ten opzichte van belastingadviseurs is ook zeker niet negatief. Je behoort tot dezelfde professie; je hebt elkaar gewoon nodig”, aldus Paul Slijpen, topambtenaar bij de Belastingdienst. Hij neemt afstand van het Binnenhofcircuit: “Ik vang buiten de dienst ook wel eens geluiden op in de richting van het overbodig zijn van het beroep, maar ik denk dat die louter voortkomen uit de afkeer van constructies die voor individuen interessant zijn, maar die de grondslag voor de belastingheffing ondermijnen. Maar dat zijn zeker geen activiteiten waar de adviseur het grootste deel van zijn tijd aan besteedt.”

Dat bemoedigde Booij, die wellicht ook nog de uitspraak in gedachten had van belastinginspecteur Paul Gunnewijk enkele jaren geleden in onder meer de Staatscourant: 'Een binnenschipper is zo betrouwbaar als zijn adviseur.' In de sector van de binnenschippers opereren enkele gespecialiseerde belastingadviseurs van uiteenlopende reputatie. Op die reputatie stemde men in 1995 op het Rotterdamse belastingkantoor het 'behandelplan' van binnenschippers af. Dat werkte goed en de leiding van de Belastingdienst bleek zo tevreden dat de inventieve inspecteur en zijn team de interne 'impulsprijs' van 50.000 gulden in de wacht sleepten.

Bij de binnenschippers schijnt het systeem van selectie op reputatie nog steeds te werken. Maar uitbreiding naar de sectoren van tandartsen en de taxiwereld, waar Gunnewijk ook prima perspectieven voor zijn aanpak voorzag, is niet van de grond gekomen. Sterker nog, Slijpen ontkent in alle toonaarden dat het voor de behandeling door de Belastingdienst ook maar enig verschil zou maken welke belastingadviseur er voor iemand optreedt en meldt zelfs met stelligheid (ook na ruggespraak) dat dit nooit is voorgekomen. De Belastingdienst heeft ofwel 50.000 gulden in het binnenwater gegooid of de laatste ontkenning getuigt van een te kort geheugen. Het kan ook zijn dat een selectiemethode die in 1995 nog geavanceerd was, inmiddels obsoleet is geworden.

Hoe dan ook, Booij vindt bij de Belastingdienst geen gehoor voor zijn pleidooi voor een goedgunstiger afhandeling van de aangiften die zijn verzorgd door gekwalificeerde belastingadviseurs. In zijn visie staat hun opleiding borg voor een deskundige wetsinterpretatie en verhinderen de tuchtregels het om de fiscus verzinsels op de mouw te spelden. Zelfs als het beroep van belastingadviseur wettelijk beschermd zou worden, zal de Belastingdienst geen onderscheid maken aan de hand van het al dan niet erkend zijn van de adviseur van de belastingbetaler, zo liet Slijpen al op voorhand weten.

Daarmee raakt hij aan een tere discussie in de belastingadvieswereld. Iedereen mag een bordje 'belastingadviseur' op de deur spijkeren. Het beroep geniet niet de bescherming die bijvoorbeeld een advocaat kent. Maar veel belastingadviseurs vinden het eigenlijk wel prima dat hun beroep niet wettelijk geregeld is; opmerkelijk genoeg willen juist de hoogst gekwalificeerden dat nog het liefst zo houden. Zij hebben helemaal geen zin om via de wettelijke erkenning de overheid als pottenkijker in hun eigen zaken binnen te halen. Wie weet gaan bemoeizuch- tige ambtenaren zich dan op een dag bezighouden met de gehanteerde tarieven of de tuchtrechtspraak. Of komt er inmenging in de opleidingen, dan wel een verplicht corvee, zoals gratis rechtsbijstand. Hoe anderen ook tegen belastingadviseurs aankijken, zijzelf zien zich het liefst als vrije jongens in een duur pak.