Urenlang zwelgen in het verval van Ludwig

Ludwig. Regie: Luchino Visconti. Met: Helmut Berger, Romy Schneider, Trevor Howard, Silvana Mangano, Helmut Griem, Nora Ricci, Gert Fröbe. In: Nederlands Filmmuseum, Amsterdam; 't Hoogt, Utrecht.

Gewend als de hedendaagse bioscoopbezoeker is aan speelfilms met een overzichtelijke en makkelijk programmeerbare tijdsduur van negentig minuten is het wel eens een louterende ervaring om zo lang in het bioscoopduister door te brengen dat een film andere wetten van tijd en duur in werking stelt. Ludwig is zo'n film, of was zo'n film en is het nu weer, want deze film uit 1972 van Luchino Visconti is behalve in de oorspronkelijke versie van ruim vier uur die nu weer te zien is, vooral in diverse kortere uitvoeringen in omloop gebracht. Met name de verhaalstructuur moest het hierbij ontgelden. De film was oorspronkelijk opgezet als een raamvertelling met 'getuigen' die in een soort tribunaal verslag doen van verschillende episodes uit het leven van koning Ludwig II van Beieren, de waanzinnige sprookjeskoning, om zo het verval van zijn verstandelijke vermogens aan te tonen.

Voor het natuurlijke verloop van de gebeurtenissen zijn die getuigen wel nodig, door ze weg te laten sprongen de scènes soms abrupt en niet altijd even helder in elkaar over. Aan de andere kant zijn de recht in de camera sprekende, tegen een zwarte achtergrond gefilmde personages een stijlbreuk die het verhaal doet hakkelen en ophoudt. Voor wie eerdere versies zag, voegt de integrale Ludwig weinig essentieels toe.

Wel biedt deze re-issue (nadat het Filmmuseum eerder Visconti's Dood in Venetië, The Damned en Il gattopardo heruitbracht) een uitgelezen kans om kennis te maken met een mooie, tragische en intens romantische film, die al in de jaren zeventig als 'het ware vervolg op Sissi' werd omschreven. Ludwig is vooral een eerbetoon aan acteur Helmut Berger, die zijn carrière te danken heeft aan de hoofdrol in Visconti's The Damned (1969) en die in 1993 in Ludwig 1881 (Donatello Dubini) zijn legendarische rol nog eens in de herinnering riep. Berger moet als de wijfelende homoseksuele Ludwig voor hele generaties mannen een prachtig idool zijn geweest, een duister prinsje, een verfijnde duivel.

Berger is mooi als de op achtienjarige leeftijd tot koning van Beieren gekroonde wereldvreemde vorst, die zijn tijd liever besteedt aan zijn vriendschap met componist Richard Wagner dan aan staatszaken. Hij is mooier nog in de onvermijdelijke ondergang van zijn waardigheid die dat in gang zet. Ludwig is een van die tragische personages in wiens verval je letterlijk kunt zwelgen. Zijn liefde voor zijn nicht Elisabeth van Oostenrijk ('Sissi', een zeer volwassen Romy Schneider rehabiliteert de suikerzoete prinses die ze in de gelijknamige filmreeks neerzette) wordt nooit geconsumeerd en het gegluur naar dienstknapen en boerenzonen blijft onhandig en vol schuld- en zondebesef, maar daardoor des te tragischer. De sfeer van de incestueuze Europese koningshuizen aan het einde van de negentiende eeuw is goed getroffen, vol eindeloze hemelbedden, ruisende japonnen, strakke kuitbroeken, zilveren kandelaars en verstikkende gedragscodes. Dat dat tot niets anders dan treurige waanzin kan leiden, dat elk individu in die melancholiek makende decadentie moet verzuipen, dat zijn kenmerkende Visconti-thema's, die ook in Ludwig worden beproefd. Dat dat vier uur duurt geeft hem, als bij een negentiende eeuwse roman, de gelegenheid om de aandacht van de toeschouwer op te slorpen en hem mee te nemen in een wereld waarin het ook na afloop van de film nog dagen zal blijven regenen.