Tijdelijke aantasting van tijdelijkheid

De kunstenaar Peter Struycken heeft een kort geding aangespannen tegen het Nederlands Architectuurinstituut. Hij vindt dat de tijdelijke schilderingen van Zuid-Afrikaanse kunstenaars in de arcade van het instituut zijn lichtkunstwerk hebben aangetast.

ROTTERDAM, 2 SEPT. Een groepje jongeren voor de ingang van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam slaat het gezelschap met verbazing gade, als het tegen negenen naar buiten komt voor een korte wandeling. Op de voorste rij, omstuwd door fotografen en cameramannen: de rechter, de advocaten, de griffier en kunstenaar Peter Struycken om wiens werk het gaat. Daarachter volgt, een beetje lacherig, een grote groep belangstellenden. “Het lijkt wel een excursie”, zegt iemand. “Jammer dat het regent”, zegt de advocaat van Struycken. “Nu kun je het kunstwerk niet zo scherp zien.”

Mag de eigenaar van een kunstwerk dat werk veranderen zonder toestemming van de kunstenaar die het maakte? Nee, zegt de Auteurswet, in principe niet. Maar het wordt lastig als dat kunstwerk deel uitmaakt van de openbare ruimte. Daar heb je immers ook te maken met andere belangen. En het wordt nog lastiger als het werk in kwestie een lichtkunstwerk is. Want waar bestaat het kunstwerk dan eigenlijk uit? Uit lampen? Of uit alles waar licht op valt? Het lijkt meer een vraag voor een kunstcriticus dan voor een rechter, maar omdat kunstenaar Peter Struycken een kort geding heeft aangespannen tegen het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam, zal de magistraat er een uitspraak over moeten doen.

Technisch gezien bestaat het kunstwerk dat Struycken vijf jaar geleden maakte voor het NAi uit tachtig grote lichtbakken. Ze zijn bevestigd aan het plafond van de 220 meter lange arcade van het instituut. Rode, groene en blauwe tl-balken beschijnen de veertig pilaren waarop het NAi-archief steunt. Elke tien minuten verandert de kleurstelling.

Drie maanden geleden pakte het NAi de pilaren in met beschilderde doeken. Kleurrijke schilderingen zijn het, gemaakt door Zuid-Afrikaanse en Rotterdamse kunstenaars in het kader van de expositie South African Seasons. Peter Struycken kan de street art niet waarderen. Hij vindt dat zijn lichtkunstwerk er door verminkt is. Opdat de rechter zich een goed oordeel zou kunnen vormen, vond het kort geding gisteren buiten de rechtbank plaats, in het NAi. Ook het aanvangstijdstip, acht uur 's avonds, was ongebruikelijk. Overdag is Struyckens kunstwerk immers niet zichtbaar.

“Dus het licht schijnt niet op iets anders dan op de pilaren?” vraagt de rechter, die zijn toga heeft thuisgelaten, aan de kunstenaar. Struycken knikt. “Licht moet altijd ergens op schijnen wil het gezien worden”, zegt hij. En als er nu activiteiten plaatsvinden op de vloer onder de lampen, zou dat het kunstwerk dan ook verstoren, wil de rechter weten. “Absoluut niet”, antwoordt de kunstenaar.

Maar nu is het alsof het kunstwerk van Struycken is geplaatst in een omgeving met een bontgekleurd bloemetjesbehang, betoogt zijn advocaat aan het begin van de avond in het auditorium van het NAi. “De omgeving is een essentieel onderdeel van het werk”, zegt ze. Doordat Struycken geassocieerd wordt met “het rommelige allegaartje” waarvan nu sprake is, wordt zijn goede naam als kunstenaar beschadigd, vindt de raadsvrouw. Dat de expositie van de schilderingen slechts tijdelijk is, doet daar volgens haar niets aan af. Het NAi was eigenlijk van plan de doeken begin deze week al te verwijderen, maar heeft ze een paar dagen langer laten hangen zodat de rechter ze nog kan zien. Zijn uitspraak is vooral van belang voor de toekomst: Struycken wil herhaling voorkomen.

De kwaliteit van Struyckens kunstwerk staat buiten kijf, zegt de advocate van het NAi. Maar het NAi moet in de arcade tijdelijke activiteiten kunnen organiseren om het publiek te attenderen op hetgeen er binnen te zien is. Het is altijd de bedoeling geweest die ruimte te gebruiken, sterker nog, de architect Jo Coenen die het NAi begin jaren '90 ontwierp, opperde zelfs de mogelijkheid om de arcade te gebruiken als parkeerplaats voor auto's.

“De wisselende kleurcombinaties blijven zichtbaar”, aldus de advocate van het het NAi. “Het wezen van het kunstwerk is dus niet gewijzigd of aangetast.” Bovendien, zegt ze, het kunstwerk van Struycken is zelf bij uitstek een symbool van tijdelijkheid en veranderlijkheid: “Overdag is er geen Struycken en dus ook geen aantasting van zijn lichtkunstwerk, 's avonds verandert het kunstwerk - letterlijk - met de tijd. Het lichtkunstwerk wordt dus iedere dag slechts tijdelijk geëxposeerd.” Uitspraak 10 september.