Sean Connery

In een reeks profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Sean Connery, de beroemdste Schot aller tijden, die in The Avengers pas zijn eerste echte schurkenrol speelt - in kilt - maar wegens zijn pleidooien voor Schotse onafhankelijkheid de adelstand misliep.

Hij werd derde bij de Mr. Universeverkiezing van 1953, diende twaalf jaar in de marine, gebruikte zijn bodybuilding-liefhebberij om te schnabbelen als fotomodel van zwemkleding, maar begon al op z'n 21ste te kalen. Thomas Sean Connery (Edinburgh, 25 augustus 1930) werd op middelbare leeftijd in een internationale poll aangewezen als de meest sexy man van de twintigste eeuw, en speelde nochtans zeven keer James Bond met een toupetje. Op zijn rechterarm bevinden zich twee kleine, als 16-jarige matroos aangebrachte tatoeages: 'Mum and Dad' en 'Scotland Forever'.

Sir August De Wynter, een soort Goldfinger in kilt, in The Avengers is Connery's eerste echte schurkenrol. Hij had gespeeld kunnen worden door Sir Sean Connery, als niet eerder dit jaar de regering-Blair een stokje had gestoken voor zijn verheffing in de adelstand. De officiële belemmeringen waren een uitlating in een dertig jaar oud Playboy-interview ('Soms is het gerechtvaardigd een vrouw te slaan') en de dubieuze belastingmoraal van de in het Spaanse lustoord Marbella residerende ster. Wel richtte Connery in de jaren zeventig met de bevriende autocoureur Jackie Stewart een fonds op voor de studiefinanciering van Schotse kinderen en besteedt hij een deel van zijn forse gages (een half miljoen gulden voor een optreden van een paar minuten als koning Richard Leeuwenhart in Robin Hood: Prince of Thieves) aan de instandhouding van het Scottish National Theater. Dat zijn echter uitgaven buiten de Britse overheid om, en daarin school ook Blairs echte bezwaar. Connery, lid van de Scottish National Party, doneert maandelijks zestienduizend gulden aan zijn partij, zo werd deze zomer onthuld, en riep in 1996 zijn landgenoten op zich af te scheiden van Groot-Brittannië.

In veertig jaar en drieënzestig films evolueerde Tommy Connery, zoon van een vrachtwagenchauffeur en schoolverlater op z'n dertiende, van potige figurant (Time Lock, 1957) via elegante playboy tot patriarchale halfgod. De Himalayabewoners in The man who would be king (1975) waren niet de enigen die Connery bovennatuurlijke eigenschappen toedichtten: ook de middeleeuwse monnik-detective in The Name of the Rose, de Ierse politieman in The Untouchables (Oscar 1987), de Russische duikbootkapitein in The Hunt for Red October, de vader van Indiana Jones en de criminele grootvader in Family Business waren mythische figuren. Zelfs de Schotse junkies in Trainspotting oefenden zich in het uitwisselen van triviale weetjes over hun nationale held.

'Mooi oud worden, met een kop als Picasso of Hitchcock', formuleerde Connery ooit als zijn ideaal. Al zijn de gekozen voorbeelden nauwelijks van toepassing, markant is de verschijning van de oudere Connery ontegenzeggelijk, met zo veel grijs haar aan de onderkant van zijn gezicht dat de leemte aan de bovenkant nauwelijks meer opvalt. Al jarenlang wordt de ster gevraagd voor personages die ouder zijn dan hij werkelijk is. De eerste premier van Schotland zal Connery niet meer worden, maar misschien moet men dan maar voor The man who would be king een monarchie instellen.