Puriteinen

Een tijdje geleden (een jaar of dertig om precies te zijn) hebben wij hier in het westen met elkaar afgesproken dat de seks voortaan vrij is, dat wil zeggen behorend bij ieders privé-domein en uitgesloten van maatschappelijke bemoeienis of regelgeving. Het beoefenen van voor- en buitenechtelijke seks, homoseksualiteit, pornografie, prostitutie wordt nu beschouwd als iets wat mensen zelf moeten weten en waar vanuit de overheid in ieder geval geen sancties meer op staan, behalve wanneer het minderjarigen betreft, die - daar is iedereen het over eens - bescherming nodig hebben.

Een dergelijke persoonlijke vrijheid is uniek, wanneer je culturen met elkaar vergelijkt. Geen enkele niet-westerse cultuur legt haar burgers zo weinig beperkingen in sexualibus op en ook vroeger was het nooit en nergens beter. De oude Grieken krijgen altijd lof voor hun soepele houding tegenover homoseksualiteit, maar een getrouwde vrouw die zich een slippertje permitteerde werd voor het gerecht gesleept.

De vrijheid die mensen ter beschikking staat in het privé-domein breidt zich langzaam uit in de richting van het publieke domein. De kolonisering van de openbare ruimte door seks (een naijleffect van de seksuele revolutie) roept ergernis op onder conservatieve columnisten als Gerry van der List en Dorien Pessers, maar ook onder eerzame, middle of the road burgers die in ingezonden brieven hun ongenoegen uiten over hijgerige billboards langs de snelweg, vulgaire reclameaffiches in de abri's van het openbaar vervoer, wildplassen of als obsceen ervaren kunstwerken in het gemeenteplantsoen.

Het is jammer dat nu net de Gay Games-parade als brandpunt van de onvrede boven kwam drijven, want, zoals Sjoerd de Jong terecht opmerkte in een radiodebat: die gay-parade is net zoiets als het carnaval van Rio waar vrouwen met kwastjes aan hun borsten staan te kronkelen op een tractor. Homoseksuele of heteroseksuele expressie, wat doet het ertoe zolang een en ander scherp afgebakend is in ruimte en tijd en gekoppeld aan vergunningen.

Maar verder blijft de ergernis van de nieuwe puriteinen over aantasting van de openbare ruimte onverminderd van kracht. Mijn eigen aversie betreft niet zozeer de seks zelf, alswel de commerciële oogmerken ervan en de vermenging van sferen. Bedrijven brengen hun producten aan de man door middel van seksueel geladen advertenties, maar vervelender is dat je in de publieke ruimte, waar iedereen geacht wordt een bepaald decorum in acht te nemen, ineens geprikt wordt door de een of andere vorm van seksueel vertoon, waar je niet op zit te wachten, althans niet in deze contekst.

Misschien ben je vredig het menu van die avond aan het opstellen, of ben je dik of oud, zodat je alweer met je neus op je eigen imperfectie wordt gedrukt, of ben je in gedachten een vergadering aan het voorbereiden, desnoods draai je in je eigen hoofd je eigen onovertrefbare seksfilm af, hoe het ook zij, een seksuele prik werkt altijd ordeverstorend en minimaal ontregelend, dus er valt alles voor te zeggen om de openbare ruimte hiervan te vrijwaren. Er zijn tenslotte meer dan genoeg semi-openbare, semi-besloten gelegenheden voorhanden, zoals bars, disco's, musea, theaters, Internet, hele rosse wijken, bibliotheken, tijdschriftenwinkels, waaruit iedereen precies datgene van zijn gading kan uitzoeken op het moment dat het hem of haar uitkomt. Daar hoeven de postkantoren, collegezalen, ziekenhuizen en stations niet in te voorzien.

De openbare ruimte een beetje zakelijk en functioneel houden, zodat iedereen van kleuter tot bejaarde er ongestoord in kan verblijven, lijkt een even bescheiden als haalbare doelstelling. Er heeft bij mijn weten niemand geprotesteerd toen burgemeester Patijn een eind maakte aan het etaleren van scabreuze ansichtkaarten op ooghoogte van achtjarigen. Die kaarten zijn nog steeds te koop, maar de begerige klant moet er even naar zoeken. Het is altijd goed om een beetje moeite te moeten doen.

Hoe bescheiden ook, deze doelstelling, er zijn altijd mensen die meer willen. Hans Hillen kreeg de pers, zijn eigen CDA en de feministen over zich heen, omdat hij in een Opzij-interview onaardige dingen zei over 'de' vrouwelijke politici. Maar schokkender vond ik zijn oproep aan de journalistiek om meer aandacht te besteden aan affaires, overspel en andere morele verloedering onder politici. Hier spreekt geen nieuwe maar een oude puritein: iemand die denkt dat hij het verval waarachtig een halt kan toeroepen door de zondaars te exposeren.

Dit moet een misverstand zijn. Mensen laten zich niet van seks afbrengen door (de dreiging van) externe sancties, hoogstens door interne (geïnternaliseerde) overwegingen. Hillens simplistische anti-verloederingsrecept bijt trouwens in z'n eigen staart: zijn schandpaalmethode zal nog meer seks overhevelen van het privé- naar het openbare domein, waardoor de media nog verder zullen frivoliseren. Hans Hillen ziet wel iets in schaalvergroting van het roddelcircuit tot nationale proporties ter ontmaskering van de hypocrisie. Maar we hadden nu net afgesproken in de seksuele revolutie dat niets wat twee volwassenen met elkaar vrijwillig uitspoken tot de openbare orde behoort.

Zelfs niet als ze met de mond iets anders belijden dan hun privé-gedrag laat zien? Zelfs dan niet, want opinies over de ongewenstheid van ontrouw, overspel en prostitutiebezoek zijn altijd gratuit. Mensen horen hun partners niet te bedriegen is een stelling die iedereen onderschrijft, ook degenen die desondanks overspel plegen en in een behendige mentale bokkensprong zichzelf, het incident, de situatie tot noodzakelijke uitzondering op de regel bestempelen. Elk geval van overspel is eendimensionaal en moreel aanvechtbaar, maar elke overspelige waant zich, hoe vluchtig ook, een madame Bovary. Daar heeft hij/zij ook alle recht toe, want het gaat per definitie over eigen, particuliere, persoonlijke privé-seks (Clinton had door moeten gaan met liegen - hij was ten onder gegaan, maar had een daad gesteld).

Hillens ideetje om dit soort tragische escapades te exposeren duidt op een infaam verlangen om mensen aan flarden te scheuren en bovendien leidt het niet tot minder criminaliteit of beter onderwijs, zelfs niet tot een sterkere hoeksteen.