Overbrugging van de eeuwen tussen Gershwin en Sartorio

Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Antonio Sartorio: l'Orfeo door Teatro Lirico o.l.v. Stephan Stubbs en werken van Gershwin door Jack Gibbons piano. Gehoord 31/8, 1/9 Utrecht.

Wanneer is een opera succesvol? In het Utrechtse Festival Oude Muziek bracht Teatro Lirico onder leiding van Stephen Stubbs een concertante uitvoering van Antonio Sartorio's l'Orfeo uit 1672. De vijftien opera's van Sartorio (circa 1620-1681) worden wel gekarakteriseerd als de apotheose van de Venetiaanse Opera in het laatste kwart van de 17de eeuw. Sartorio's Orfeo moet succesvol zijn geweest, want deze haalde zelfs de 18de eeuw. Het Teatro San Salvatore schrapte Cavalli's Massenzio van de speellijst omdat het bij voorbaat te saai werd geacht om te kunnen figureren naast Sartorio's opwindende Orfeo. Op hetzelfde libretto schreef Sartorio vervolgens zíjn Massenzio met 78 aria's en duetten in slechts dertien dagen.

De zwakte van Sartorio is het ontbreken van ensembles en koren, maar dat hij het in de geschiedenis niet heeft gehaald komt doordat er te weinig ruimte was voor de 'grandiosità' van castraten. Wel zijn de virtuositeitseisen groter dan in de Orfeo's van Monteverdi (1607), Landi (1619) en Rossi (1647), die het ensemble van Stephan Stubbs al eens eerder programmeerde.

Al die snelle loopjes vormen bij Sartorio geen vrijbrief voor de solist om zich eigengereid te doen gelden. Ze hebben een strikt expressieve waarde, ze beogen de uitdrukkingskracht van de tekst te verhogen. Typerend voor de late Venetiaanse Opera zijn dan ook de stijlvolle versieringen steeds aan het eind van een vraag, niet zozeer virtuoos, dan wel elegant muzikaal. Het treffendst is Sartorio in zijn chromatiek, zoals in de scène waarin Euridice door een slang wordt gebeten. Luigi Dallapiccola had er in onze eeuw voor getekend, voor de dalende figuraties die steeds verder inkrimpen in een puur eigentijds twaalftoons-belcanto.

Zo'n drie uur lang luisteren naar aria's en een enkel duet is te veel gevraagd, hoe hemels de muziek ook bij tijd en wijle mag zijn en hoe goed er ook wordt gemusiceerd. Suzie Le Blanc als Euridice bleek niet geheel gedisponeerd, maar wist wel te ontroeren, zelfs meer nog dan de gemakkelijk zingende Ellin Hagis als Orfeo. Het overtuigendst was de Zweedse Ann Hallenberg als Aristeo, een sterke, stralende sopraan die door haar kracht aanvankelijk balansproblemen veroorzaakte, maar zich later ontwikkelde tot de ster van de avond.

Dinsdag belandde men na Sartorio's opera plots in een geheel ander sfeerbereik tweeëneenhalve eeuw later in de Winkel van Sinkel bij een informeel Gershwin-programma. Daar wijdde pianist Jack Gibbons zich aan reconstructies van Gershwins improvisaties op pianolarollen. Reeds als 17-jarige werkte de componist in de Perfection Studios te New Jersey aan die rollen. De laatste van de in totaal 130 zijn de beste, het beïnvloedde zijn enigszins droge stijl van spelen. Gibbons bracht hits als de Rhapsodie in Blue, vanavond wijdt hij zich aan onder meer An American in Paris. Zoiets is amusant, maar of het ook thuishoort op een festival als dit? De meningen zullen wel verdeeld blijven.