Onrust drukt geldmarkttarieven

AMSTERDAM, 2 SEPT. In de afgelopen week zijn de geldmarkttarieven opnieuw gedaald. De driemaands interbancaire rente, de 'benchmark' van de geldmarkt, daalde fractioneel met 0,01 procentpunt tot 3,39 procent.

Sterker was de daling van het eenjaars tarief, dat 0,05 procentpunt lager uitkwam op 3,62 procent. Een maand geleden bedroegen de driemaands en eenjaars rente nog 3,48 respectievelijk 3,79 procent.

De daling van de rentevoeten houdt vooral verband met de financiële crisis in Rusland en de verbreding van de financiële onrust naar Latijns Amerika. Een en ander zorgde bij beleggers voor een nieuwe 'flight to quality': staatsobligaties van stabiele landen als Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten.

De financiële onrust duwde vooral de Duitse, maar ook de Nederlandse kapitaalmarktrente fors naar beneden. De relatief grote invloed op Duitse obligaties hangt samen met de banden die Duitse banken met Russische bedrijven hebben.

In de afgelopen week zijn bezitters van aandelen van Duitse banken dan ook voor een deel gedraaid naar Duitse obligaties. Het rendement op Nederlandse tienjaars staatsobligaties daalde in een maand tijd met 0,35 basispunten tot 4,45 procent thans. Deze forse daling heeft ook de geldmarkttarieven (vooral de lange kant) naar beneden getrokken.

Dat Duitsland een belangrijke veilige haven blijft, bleek niet alleen uit de relatief forse daling van de Duitse tienjaars rente, maar ook uit de ontwikkeling van de Dmark/gulden koers. Deze is opgelopen tot 1,1290 tegen 1,1276 een maand geleden.

Daarmee noteert de Dmark 0,2 procent boven haar spilkoers ten opzichte van de gulden. Hoewel gering is de afwijking opmerkelijk, gezien de komst van de EMU op 1 januari aanstaande. Immers, de gulden en de Dmark zullen dan tegen de spilkoers opgaan in de euro. Uit de weekstaat blijkt dat de banken ruim bij kas zitten. Zoals gewoonlijk verstrekte De Nederlandsche Bank aan het begin van de nieuwe kasreserveperiode, die afgelopen vrijdag inging, een wat ruimere speciale belening (plus 237 miljoen gulden). Daarnaast vervielen Nederlandsche Bank Certificaten ter waarde van 1.040 miljoen gulden.

Samen met enkele geringe mutaties in de overige posten resulteerde dit in een toename van de Kasreserverekening met 1.240 miljoen gulden tot bijna 6 miljard gulden; ruim boven de gemiddeld verplichte kasreserve van 5.015 miljoen gulden.

Later in de kasreserveperiode zal DNB met een wat krappere belening dit overschot weer afromen.

Bron: ING Economisch Bureau