'N-Iers akkoord versterkt'; Sinn Féin: geweld moet voorbij zijn

LONDEN, 2 SEPT. Sinn Féin, de politieke tak van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA), heeft gisteren verklaard dat het geweld in Noord-Ierland voorgoed voorbij moet zijn.

“Sinn Féin gelooft dat het geweld dat we hebben meegemaakt voor ons allen een zaak van het verleden dient te zijn - over, gedaan en voorbij”, aldus Sinn Féin-leider Gerry Adams gisteren in Belfast. Sinn Féin heeft nog niet eerder zo ondubbelzinnig geweld als middel om de Ierse hereniging te bereiken verworpen.

De Britse regering heeft de verklaring “belangrijk en welkom” genoemd. De Ierse regering sprak van een “grote vooruitgang in de consolidatie van het Goede Vrijdag-akkoord”. De Amerikaanse president Clinton, die deze week Noord-Ierland en de Ierse republiek bezoekt, verwelkomde Adams' verklaring als “een belangrijke bijdrage aan het opbouwen van vertrouwen”.

De unionistische leider David Trimble, tevens premier van Noord-Ierland, zal Adams en andere politici naar verwachting vandaag uitnodigen voor een rondetafelgesprek op maandag. Het is dan voor het eerst dat Trimble en Adams in levenden lijve met elkaar spreken. Trimble reageerde gisteren gereserveerd op Adams' afzwering van de gewapende strijd. “Zorgvuldig gekozen woorden zijn niet voldoende”, aldus Trimble, die opnieuw eiste dat de IRA alle wapens en explosieven inlevert. Volgens John Hume, leider van de gematigde katholieke SDLP, betekent de uitspraak van Adams “dat de republikeinse beweging haar zogenaamde oorlog beëindigt”.

Het Britse en het Ierse parlement debatteren vanmiddag in een buitengewone zitting over wetsvoorstellen voor een verscherping van maatregelen tegen terrorisme. De nieuwe wetgeving is een rechtstreeks gevolg van de bomaanslag in de Noord-Ierse stad Omagh door een nationalistische splintergroepering, de 'Real IRA', waarbij op 15 augustus 28 doden vielen en 220 mensen gewond raakten.

De Britse antiterreurwet geniet ruime steun binnen alle partijen, hoewel sommige Labourparlementariërs vanmiddag mogelijk alsnog zullen tegenstemmen omdat de nieuwe wet zou indruisen tegen de Europese conventie voor de rechten van de mens, en kan leiden tot rechterlijke dwalingen.

Als een verdachte bij een verhoor weigert te antwoorden op de vraag of hij lid is van een terreurbeweging mag een rechter dat volgens het wetsvoorstel voortaan als een bevestiging beschouwen. Goederen van veroordeelde terroristen mogen worden geconfisqueerd.

De regering-Blair heeft enkele omstreden bepalingen van de Conspiracy and Criminal Evidence Bill, zoals de antiterreurwet officieel heet, sinds vorige week aangepast. De verklaring onder ede van één, hoge politiefunctionaris is bij nader inzien niet voldoende om een verdachte te beschouwen als lid van een terreurbeweging. Rechters moeten ook ander bewijsmateriaal meewegen, aldus de wet. En zwijgen zal niet ten nadele van een verdachte worden uitgelegd zolang hij geen advocaat heeft gesproken. De Conservatieve partij zal vanmiddag onder meer voorstellen om vast te leggen dat het functioneren van de wet na een jaar opnieuw wordt beoordeeld.

Vandaag zijn de eerste twee voor terreurdaden veroordeelde gevangenen vrijgelaten. Het gaat om slodaten die een katholieke tiener hadden gedood en daarvoor tot zes jaar cel waren veroordeeld. Volgende week zullen, in overeenstemming met het vredesakkoord nog meer gevangenen worden vrijgelaten. De Britse minister van Binnenlandse Zaken, Jack Straw, sloot vanochtend uit dat de verantwoordelijken voor 'Omagh' voor die regeling in aanmerking komen.