Miloševic biedt Kosovo beperkte autonomie

BELGRADO, 2 SEPT. De Joegoslavische president, Slobodan Miloševic, heeft Kosovo “een passende mate van zelfbestuur” aangeboden. Het aanbod lijkt noch aan de eisen van de Albanezen , noch aan die van de internationale gemeenschap tegemoet te komen.

Miloševic sprak gisteren met de Amerikaanse bemiddelaar Christopher Hill, die probeert een dialoog tussen Belgrado en de Kosovo-Albanezen op gang te brengen. Na afloop meldde het Joegoslavische persbureau Tanjug dat op korte termijn een dialoog tussen de Serviërs en de Albanezen op gang moet komen over “een passende mate van zelfbestuur” voor Kosovo. Volgens Tanjug moet “na een interim-periode van drie tot vijf jaar” worden gepraat over “het functioneren van het akkoord”, om “het te verbeteren op punten waarover wederzijds overeenstemming bestaat”. Nadere details werden niet gegeven. Hills woordvoerder zei dat de voorstellen van Miloševic “zeer vaag” waren geweest.

De voorstellen lijken tekort te schieten in vergelijking met de eisen van de Albanezen, die onafhankelijkheid voor Kosovo wensen en slechts voor een overgangsperiode genoegen zeggen te nemen met een herstel van de autonomie die Kosovo genoot tot die in 1989 werd afgepakt. De voorstellen lijken eveneens tekort te schieten in vergelijking met de eisen van de internationale gemeenschap, die staat op een “substantiële autonomie”. De Serviërs bieden al geruime tijd onderhandelingen aan, maar de Albanezen wijzen die af zolang de Servische politietroepen niet zijn teruggetrokken.

Hill drong gisteren bij Miloševic aan op een verbetering van de coördinatie tussen de Servische overheid in Kosovo en hulporganisaties die in de Servische provincie actief zijn voor de naar schatting 265.000 vluchtelingen. De hulporganisaties klagen over tegenwerking van de Servische autoriteiten.

De Albanezen maakten gisteren melding van gevechten waarbij vier Albanezen, onder wie een vrouw, werden gedood.

Miloševic prees gisteren zijn legereenheden in Kosovo om “hun moed, hun patriottisch geweten en hun professionalisme” in de strijd tegen “de terroristische benden” van het UÇK. Sinds februari hebben de gevechten 690 Albanezen en 66 Servische politiemannen en 22 Joegoslavische soldaten het leven gekost.

Belgrado heeft David Scheffer, president Clintons speciale gezant voor het thema oorlogsmisdaden, een visum geweigerd. Scheffer wilde in Kosovo een onderzoek instellen naar misdrijven van beide strijdende partijen jegens burgers. Volgens Scheffer vestigt de weigering van het visum “opnieuw de aandacht op de onzekerheid van de [Joegoslavische] regering over haar verplichtingen onder het internationale recht”. Hij uitte kritiek op het buitenproportionele geweld van de Serviërs tegen burgers. “We moeten die Servische strijdkrachten die door dorpen trekken en opzettelijk huizen van burgers platbranden duidelijk maken dat ze onderwerp zijn van internationaal onderzoek en internationale vervolging”, aldus Scheffer. Het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië “slaat het gedrag gade” van die Servische troepen. (Reuters, AP, AFP)