Milieu-ruïne

De Dow Jones duikt, jojoot, en de beleggers moeten hun veiligheidsriemen vastmaken om de rit uit te zitten, zeggen ze op CNN. Het zijn uitlopers van de economische orkanen in Rusland en Azië. Het grote, wereldwijde groeifeest is voorbij maar de kater komt elders het hardst aan. Hier een aanslagje op de spaarcentjes, daar de bedreiging van het bestaan zelf.

Gisteren had de zender BBC 1 twee documentaires over Indonesië, dat niet alleen financieel maar ook ecologisch is geruïneerd. Volkeren die zich nooit iets aan de beurskoersen gelegen lieten liggen, omdat ze van de bossen konden leven, wonen nu op kale, zwartgeblakerde grond.

Een BBC-verslaggeefster zocht met Dr. Willie Smits van het Orang Utan Rescue Team naar grote apen in de verbrande wildernis van Borneo. Daktari in de archipel. Deze Nederlander, aan zijn accent te horen, redde er wel 200. Totaal uitgeput en zonder voedsel lagen ze in wat er nog aan bomen restte na het brandschatten van de wouden. De plaatselijke bevolking, ook uitgehongerd, schiet de dieren neer om aan vlees te komen. Ze krijgen een bekeuring. Orang oetans zijn nu eenmaal zeldzamer dan mensen.

Het lijkt futiel, de redding van deze ene knuffelsoort tussen de zwartgeblakerde resten van wat anderhalf jaar geleden nog rijk gevarieerd regenwoud was. Specialisten hebben al voorspeld dat de mensapen het in de volgende eeuw niet meer zullen halen.

Een tweede BBC-documentaire, Kings of the Jungle, inventariseerde de totale schade aan het regenwoud. Hele volkeren hebben hun dagelijkse brood verloren in de veelgeroemde “opkomende markt”. Op Borneo zijn tweeënhalf miljoen Dhayaks verdrongen door de houtkapmaatschappijen. Wie protesteerde, ging het gevang in. Regering en grootgrondbezitters collaboreerden in de verovering van de groene zone. Boeren liggen met aangetaste longen op bed. Wegens de rook. Hun rotanvelden zijn voor eeuwig verloren. “Ik geef me over, ik accepteer mijn lot”, zei een stervende. In het buitenland adverteren de houtkapmaatschappijen op de televisie met de slogan Indonesian Forests Forever.

Het begint in Djakarta te dagen dat de meeste branden vorig jaar niet zijn aangestoken door kleine boeren, zoals de autoriteiten indertijd zeiden. Tachtig procent van de branden vond plaats bij grootgrondbezitters en houtkapbedrijven. Het was lekker goedkoop om mee te doen met de grote wereldbrand die 70 miljoen mensen ademhalingsproblemen bezorgde en een gebied ter grootte van Engeland en Wales vernietigde. Het spaarde bulldozers. De grote droogte en El Niño kregen de schuld. Maar satellietfoto's suggereren dat de wijdverbreide rook en branden de vierjarige warmtestroom van El Niño hebben verergerd.

Een arbeider getuigde dat hij het algemeen verbod platbranden moest negeren van zijn baas, vorig jaar. Hij schrok van de ravage later, de dode vogels en dieren. Er moesten oliepalmen komen. En portokabines. Nieuwe kolonisten zouden rijst planten in de kale, zwarte grond die bij regen wegspoelt. Maar het veen is niet voor de rijstbouw geschikt dus ze lijden honger.

Mohamed “Bob” Hassan, de golfvriend van ex-president Suharto heeft honderden miljoenen verdiend aan de houtkap. Zijn critici wierp hij tegen dat ze niet van concurrentie hielden maar zelf heeft hij tientallen jaren het nationale monopolie op hout gehad. Een openbare aanklager heeft een onderzoek ingesteld tegen zijn praktijken, maar de geïnterviewde minister van bosbouw klonk sceptisch over de afloop. Bewijs is moeilijk.

De toekomst ziet er somber uit. Indonesië is failliet en heeft buitenlandse valuta nodig. De export van hardhout kan daar voor zorgen. De achterblijvers op de leeggeroofde grond hebben niets meer over, dus kappen zelf, waar mogelijk, illegaal. Het Internationale Monetaire Fonds juicht export toe van wat dan ook, want de banken uit Japan en het Westen willen hun uitgeleende geld graag terug zien. Dus koop nog zo'n mooie teakhouten tafel, made in Indonesia.