Jongens en meisjes

MEISJES DOEN HET op school beter dan jongens. In Groot-Brittannië boeken de meisjes van zestien, als het gaat om talenkennis, ruim twintig procent betere resultaten dan de jongens. Zijn ze eenmaal achttien, dan passeren ze de jongens ook in veel bèta-vakken, zo bleek ruim een jaar geleden uit onderzoek van de New Scientist.

Als dat zo doorgaat, wordt de 21ste eeuw de eeuw van de vrouw, zoals de twintigste de eeuw van de politiek was. De opmars der vrouwen is namelijk een internationale trend, veroorzaakt door een combinatie van factoren. De vrouwenemancipatie heeft zich in de jongste generaties zo langzamerhand echt genesteld. Meisjes zijn bovendien over het algemeen eerder volwassen, dat was zo en dat is nog steeds zo. En, wellicht het belangrijkste, ze studeren veelal twee keer zo hard als jongens. Studies in Engeland hebben zelfs aan het licht gebracht dat jongens beter gaan werken als ze in de klas naast een meisje zitten. Zo'n plek leidt niet af, maar houdt ze juist bij de les.

Ook aan Nederland is deze ontwikkeling niet voorbijgegaan. Op de hogere opleidingen in het onderwijs manifesteren de vrouwen zich steeds nadrukkelijker. Sterker, in veel migrantengemeenschappen hebben de meisjes eveneens meer succes in het onderwijs dan de jongens. Het Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP) heeft dat in zijn Rapportage minderheden 1997 onthuld. De prestaties van meisjes uit zogeheten allochtone kring zijn over de hele linie “beduidend” beter dan die van de jongens, aldus dit rapport.

Het meest in het oog springt het verschil tussen Marokkaanse jongens en meisjes. Van de jongens haalt ongeveer veertig procent na zes jaar voortgezet onderwijs een diploma, onder de meisjes is dat percentage zeventig procent. Het verlangen om economisch onafhankelijk te zijn en een minder grote behoefte om in of rond de disco te patsen, spelen de meisjes in de kaart. Voor Marokkaanse meisjes is school bovendien ook een manier om met een maatschappelijk gewaardeerd motief vaker van huis te zijn dan vader of oudere broer eigenlijk oorbaar achten. OP HET EERSTE GEZICHT is dat een gunstig perspectief. In de hooggekwalificeerde dienstenmaatschappij die Nederland afgelopen kwart eeuw is geworden, is een diploma een conditio sine qua non voor het leven. Voor drop-outs is steeds minder plaats. De droom om van krantenjongen miljonair te worden, is amper nog realistisch. Een opleiding afmaken getuigt derhalve van meer werkelijkheidszin dan loeren op het grote geld van dat ene moment.

Jongeren uit een migrantenmilieu hebben, zo blijkt uit de statistieken, minder kans van slagen op de middelbare school dan hun autochtone Hollandse leeftijdgenoten. Als meisjes met die handicap het er beter van afbrengen dan jongens, is dat een vorm van een dubbele emancipatie op dubbele snelheid.

Een keerzijde is er ook: en wel aan de kant van de jongens. Wanneer zij hun vrouwelijke generatiegenoten vooruit zien gaan, kan dat een stimulans zijn om vooral niet achter te blijven. Maar het kan evenzeer een alibi zijn om juist recalcitrant te worden. Het succes van de meisjes kan er bovendien toe leiden dat zij zich twee keer zo snel aanpassen aan de Nederlandse samenleving als de jongens en daardoor een andere positie verwerven op de huwelijksmarkt. Want het idee dat alleen liefde voor het trouwen van doorslaggevend belang is, is lang niet overal gemeengoed. Zeker niet in culturen waar uithuwelijken nog normaal wordt gevonden en meisjes die zich daarvan de dupe voelen, alle middelen moeten aanwenden om zo'n noodlot af te wenden. DIT SCHEPT EEN DILEMMA. De verhoudingsgewijs voortvarende benadering van meisjes moet uiteraard ondersteund worden. Ze mogen niet gestraft worden voor hun eigen ambities. Maar een open oog voor de schaduwkant is evenzeer geboden. Dat de politie in een aantal grote steden problemen heeft met 'hang-jongeren' heeft vele oorzaken en kan niet alleen met een deken van begrip behandeld worden. Het langzaam maar zeker uiteenlopen van de carrières van de jongens en de meisjes zou er wel eens één van kunnen zijn.

De internationele onderwijstrend onder (migranten)meisjes illustreert hoe dan ook dat emancipatie en integratie weliswaar bij elkaar horen, maar niet noodzakelijkerwijs in hetzelfde tempo voortschrijden.