Het nut van oud hout

Er is een Europese richtlijn die voorschrijft dat verpakkings- materiaal ten dele gerecycled wordt. Van alle materialen worden aan hout de minste eisen gesteld, want voor afvalhout zijn al nuttige hergebruiksmogelijk- heden. Het ziet er ook niet naar uit dat hout verdrongen zal worden door kunststof. Zeker bij pallets niet. Hout blijkt bovendien hygiënischer.

Houten verpakkingsmateriaal - zoals pallets, kisten en kratten - zal vanaf het jaar 2001 voor 15 procent worden hergebruikt. Dat is de Nederlandse Emballage- en Palletindustrie Vereniging (EPV) overeengekomen met het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) in het kader van het 'deelconvenant materiaalhergebruik houten verpakkingen'. Om de doelstelling te laten slagen wordt volgende maand de Stichting Kringloop Hout in het leven geroepen. “Daar is de gehele keten in vertegenwoordigd”, zegt voorzitter A. Brand van de EPV, die in 1950 werd opgericht.

Het deelconvenant hout is een van de vijf deelconvenanten die samen het Convenant Verpakkingen II vormen. Voor de fabrikanten en gebruikers van papier of karton, glas, metaal en kunststof geldt dat vanaf 2001 ten minste 65 procent van het materiaal wordt hergebruikt. Het initiatief om hout ook deel uit te laten maken van het convenant is door de EPV zelf genomen.

“Naast de EPV zullen straks ook de boseigenaren en de houthandelaren zitten. Verder is Tetteroo/Presswood, twee bedrijven die zijn gespecialiseerd in het verzamelen en hergebruik van afval- en resthout, vertegenwoordigd en de Vereniging Afvalbeheer. Heel belangrijk is ook dat de zogeheten palletpools, zoals Drankenpallet Beheer Nederland, het Australische bedrijf CHEP en PRS zijn vertegenwoordigd”, zegt Brand.

De omvang van de stroom houten verpakkingen in Nederland beloopt jaarlijks zo'n 180.000 ton. Dat is ongeveer 7 procent van de totale hoeveelheid verpakkingen. Bij het deelconvenant hout gaat het alleen om bedrijfsafval. Bijna alle houten verpakkingen zijn afkomstig van de kantoren-, winkel-, diensten- en industriesector, in het jargon de KWDI-sector genoemd. “Het houten kistje met wijn dat je met kerst krijgt, vormt geen enkel probleem. Het is absoluut zinloos om je te richten op houten verpakkingen die bij particuliere huishoudens vrijkomen. Dat valt dan ook buiten de reikwijdte van dit convenant”, zegt Brand.

De EPV telt 31 producenten en vier handelaren, die samen zo'n tachtig procent van de markt in handen hebben. Die leden gebruiken jaarlijks zo'n 900.000 kubieke meter gezaagd hout. Hun gezamenlijke omzet beloopt jaarlijks rond de 600 miljoen gulden en die wordt voor negentig procent behaald door 'eenmalige en meermalige pallets' (de overige tien procent bestaat voornamelijk uit industriële emballage). Met eenmalige pallets worden vooral exemplaren bedoeld die met de export meegaan en nooit meer in Nederland terugkomen. In totaal worden in Nederland jaarlijks zo'n zestien miljoen pallets gemaakt. Het hout dat daarvoor nodig is komt voor slechts negen procent uit eigen land, de rest is import.

'Wij hebben besloten deel te gaan nemen aan dat Convenant Verpakkingen II, omdat er sinds eind 1994 een Europese richtlijn bestaat die lidstaten verplicht ook op het punt van hout materiaalhergebruik af te gaan dwingen. Daarin wordt het percentage van vijftien genoemd. Op grond van die richtlijn heeft Nederland een 'ministeriële regeling verpakking en verpakkingsafval'. In die regeling worden in de eerste plaats producenten en importeurs - ook wel verpakkers en vullers genoemd - er op aangesproken om met ingang van 1 augustus dit jaar 65 procent van hun verpakkingsmateriaal 'terug te winnen'. Van al die materialen moet bij elkaar 45 procent worden gerecycled, per soort minimaal 15 procent. Daaraan dient volgens de regeling de gehele keten mee te werken'', zegt Brand.

Dat voor hout het laagste percentage is gekozen heeft als reden dat het materiaal nu al heel goed wordt benut. In de betrokken 'KWDI-sector' is meermalig gebruik van met name pallets heel gewoon. Echt afvalhout wordt verwerkt tot spaanplaat, stalstrooisel of gaat uiteindelijk de verbrandingsoven in, waardoor er energie wordt teruggewonnen.

Dat pallets de oven in gaan is echter nadrukkelijk niet de bedoeling van het convenant. Onder hergebruik wordt verstaan dat het afvalhout opnieuw wordt verwerkt in een houten product. “Dat betekent bijvoorbeeld dat als van een afgedankte, niet meer te gebruiken houten pallet twee goede planken worden gebruikt voor de reparatie van een andere nog bruikbare pallet, alleen het hergebruik van die twee planken als materiaalhergebruik wordt gezien. Maar het in omloop brengen van de gerepareerde pallet niet, want die wordt als product hergebruikt, niet als materiaal. Maar ook meermalige pallets komen eens in het afdankstadium en dan kan het hout daarvan weer als materiaal worden hergebruikt. Het hout wordt bijvoorbeeld geshredderd en tot spaanplaat verwerkt of er worden nieuwe klossen voor een pallet van gemaakt”, aldus Brand.

Nederland was volgens hem al snel 'gepalletiseerd', toen begin jaren zestig het gebruik van de vorkheftruck in magazijnen zijn opmars maakte. Pallets en vorkheftrucks zijn sindsdien onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Gezien het gigantische aantal pallets dat in omloop is, bestaan er intussen pools die pallets ophalen en opnieuw distribueren. Daarvoor bestaat een Pallet Return System (PRS). Hoe lang een pallet meegaat is echter moeilijk te zeggen. “Dat hangt af van wat er mee wordt gedaan. Sommige pallets worden zeer zwaar belast en gaan misschien een jaar mee, andere hebben een levensloop van een jaar of tien. Philips gaat uit van een cyclus van zeven jaar. Dat zou een grof gemiddelde kunnen zijn”, zegt Brand. “Een meermalige pallet kost zo'n dertig gulden. Probleem is dus dat reparaties die eraan worden verricht - met het oog op het uurloon - al gauw te duur zijn. Toch is er de afgelopen jaren een enorme toename van die reparaties geweest. Alle grote bedrijven laten hun pallets repareren bij gespecialiseerde bedrijven. Dat rendeert kennelijk toch.”

Hoewel de geschiedenis heeft geleerd dat kratten voor melkflessen, frisdanken en bier allemaal zijn vervangen door kunststof verpakkingen, is Brand er van overtuigd dat houten pallets en emballage de toekomst hebben. “Hout blijkt als grondstof heel goed voor het milieu te zijn, op voorwaarde dat het met zorg en aandacht wordt gewonnen en geproduceerd. De Nederlandse emballageproducenten werken uitsluitend met hout uit productiebossen waarin meer wordt aangeplant dan gekapt. Er is dus geen sprake van roofbouw op de natuur. Die productiebossen leveren door de omzetting van kooldioxide in zuurstof een duidelijke bijdrage aan een schoner milieu. Het bos heeft bovendien geen onbelangrijke recreatieve functie.”

Ook hygiëne vormt volgens hem geen argument om hout door kunststof te vervangen. “Aan de Universiteit van Wisconsin in de Verenigde Staten hebben microbiologen onderzoek gedaan naar de vraag hoe en waarom bacteriën, zoals salmonella, zich hechten aan houten planken of kunststof platen. De Stichting Hout Research heeft vervolgens de Landbouwuniversiteit Wageningen gevraagd ook zo'n onderzoek te doen.

“De uitkomst was verbluffend. Op houten planken - als ze tenminste niet met olie waterafstotend zijn gemaakt - gaan vrijwel alle bacteriën in nog geen drie minuten dood, ook al worden de temperatuur en de luchtvochtigheid verhoogd. “Op kunststofplaten voelen die beestjes zich erg thuis en ze vermenigvuldigen zich vrolijk. Het wassen in heet water en het gebruik van reinigingsmiddelen heeft op het gedrag van die micro-organismen geen enkele invloed. Het gebruik van kunststof verpakkingen voor dingen als vis en fruit ligt dus niet voor de hand, ze bieden duidelijk geen voordelen ten opzichte van hout. Houten snijplanken zijn dus ook beduidend hygiënischer dan kunststof varianten”, zegt Brand.

“Maar ook op het punt van hergebruik zie ik de houten pallet niet verdwijnen. Stel dat je een pallet van kunststof maakt. Als daar een vorkheftruck overheen rijdt, is-ie onherstelbaar beschadigd. Een houten pallet kan worden gerepareerd.”

De EPV heeft TNO ook een milieugericht vergelijkend onderzoek laten doen tussen houten en kunststof pallets. In die 'levenscyclus-analyse' wordt het product gevolgd vanaf het winnen van benodigde grondstoffen tot en met het verwerken van de restanten. Brand: “Daaruit is duidelijk naar voren gekomen dat de houten pallet qua grondstof- en energiegebruik gunstiger is. Ook wat betreft emissie naar lucht en water scoort hij beter. Zelfs de hoeveelheid finaal afval is beduidend minder dan van de kunststofpallet. En als het aan de Stichting Kringloop Hout ligt zullen die uitkomsten vanaf 2001 dus nog beter zijn.”