'Fouten VS bij keuze doelwit Soedan'

WASHINGTON, 2 SEPT. Amerikaanse regeringsfunctionarissen erkennen dat Washington fouten heeft gemaakt bij de selectie van een farmaceutische fabriek in Soedan als doelwit voor een bombardement op 20 augustus. Maar de Amerikaanse regering houdt vol dat de verwoesting van de fabriek gerechtvaardigd was.

Toen president Clinton vorige maand opdracht gaf om de zogeheten El-Shifa-fabriek met Tomahawk-kruisraketten te bestoken, wist Washington bijvoorbeeld nog niet dat er geneesmiddelen voor mensen en dieren werden geproduceerd. Dat meldde The Los Angeles Times gisteren op gezag van anonieme regeringsfunctionarissen.

Deze functionarissen erkennen ook dat de regering-Clinton aanvankelijk te veel gewicht toekende aan aanwijzingen dat Osama Bin-Laden, de vermeende financier van terrorisme, een financieel belang in de fabriek had. De Amerikanen verdenken Bin-Laden ervan achter de recente bomaanslagen op de Amerikaanse ambassades in Kenia en Tanzania te zitten. De verwoesting van de farmaceutische fabriek in de Soedanese hoofdstad Khartoum was een van de vergeldingsmaatregelen voor die aanslagen.

Verscheidene bondgenoten van de Verenigde Staten hebben de afgelopen dagen twijfels geuit over de Amerikaanse bewering dat de fabriek in Khartoum een rol speelde bij de productie van het dodelijke zenuwgas VX. Ook in de Amerikaanse pers heerst daarover skepsis.

Om te laten zien dat de regering zich voor het bombardement wel degelijk grondig over de fabriek heeft georiënteerd, hebben de Amerikaanse inlichtingendiensten nu de ongebruikelijke stap gezet enig inzicht te geven in de manier waarop ze, via een geheime operatie, hun informatie over de fabriek verzamelden. Al maanden geleden blijken de inlichtingendiensten de fabriek uitgekozen te hebben als mogelijk doelwit voor een gewapende aanval.

De Amerikaanse vermoedens dat de fabriek betrokken was bij de vervaardiging van chemische wapens werden vorig jaar aangewakkerd toen bleek dat de directeur van de fabriek naar Irak reisde, waar hij een ontmoeting had met de man die de Amerikanen als “de vader van het Iraakse VX-programma” beschouwen. Een geheim agent van Washington nam daarop bodemmonsters bij verschillende plaatsen in Soedan waarvan vermoed werd dat er chemische wapens gemaakt worden.

Alleen in de aarde afkomstig van het terrein rondom de nu verwoeste fabriek werd een hoge concentratie van EMPTA aangetroffen, een chemische substantie waarvan VX gemaakt kan worden. De Amerikanen zeggen dat ze hun agent inmiddels onderworpen hebben aan een leugendetector, om na te gaan of hij zich wel aan de preciese instructies van zijn opdrachtgevers heeft gehouden.

Voor het testen van het bodemmonster nam de Amerikaanse regering een particulier bureau in de arm, dat bevestigde dat er 2,5 keer zoveel EMPTA in de grond zat als nodig is om de stof in een laboratorium te kunnen aantonen. Hoe de stof in de grond buiten de fabriek terecht is gekomen is de Amerikanen niet duidelijk.

Volgens sommige chemici, onder anderen een explosievendeskundige van het Los Alamos National Laboratory in New Mexico die in The Los Angeles Times wordt aangehaald, wordt EMPTA ook gebruikt in bestrijdingsmiddelen voor onkruid en plantenziekten. Andere deskundigen hebben dit ontkend.

De Amerikaanse regering verzet zich tegen een oproep van Soedan aan de Verenigde Naties om waarnemers naar de ruïne van de fabriek te sturen, die zouden moeten zoeken naar stoffen die op de productie van VX kunnen wijzen. Onder meer Amerika's bondgenoot Japan zou voor een dergelijke onderzoeksmissie zijn.

Minister van Defensie William Cohen en CIA-directeur George Tenet rechtvaardigden de aanval op de farmaceutische fabriek gisteren achter gesloten deuren tegenover een groep van 42 senatoren. Cohen en Tenet betoogden dat het bodemmonster, maar ook afgeluisterde telefoongesprekken die vanuit de fabriek gevoerd werden, sterke aanwijzingen vormen dat de fabriek deel uitmaakte van een geheim programma voor de productie van chemische wapens, dat gebruikt zou kunnen worden door Bin Laden.

Hoewel Bin Laden naar nu blijkt geen direct financieel belang in de fabriek had, zou nieuwe informatie van Amerikaanse inlichtingendiensten erop wijzen dat hij wel op een indirecte manier bij de onderneming betrokken was, via zijn contacten met de eigenaar van de fabriek, Saleh Idris.

De aanwezige senatoren toonden geen twijfel over de vraag of de verwoesting van de fabriek gerechtvaardigd was. Aan het eind van de bijeenkomst applaudisseerden ze voor Cohen en Tenet.