'Dodenlijn 51 naar Amstelveen moet ondergronds'

AMSTERDAM, 2 SEPT. Naast de trambaan ligt een kleine gedenksteen. Die is voor de eerste dode, een vijftienjarige scholiere. Twee sneltrams passeerden elkaar op de kruising van de Buitenveldertse laan en de Van Boshuizenstraat. Dorien van den Brom kwam er tussen. Dat was in 1995. Huisarts Nico van Hasselt, hij woont pal aan het kruispunt, richtte uit woede het actiecomite Te Sneltram op. “De 51 is geen tram, maar een trein. Die hoort niet in de bebouwde kom.”

Maandag werd een 21-jarige student geschept door sneltram 51. Gisteren overleed hij aan zijn verwondingen. Hij is het achtste dodelijke slachtoffer.

Tramlijn 51 rijdt vanaf het Amsterdamse Centraal Station, via Buitenveldert naar Amstelveen. Tot het Wereldhandelscentrum is het traject ondergronds, en is er niets aan de hand. Komt de tram bovengronds, dan passeert hij respectievelijk een universiteit, een studentenflat, een middelbare school en een winkelcentrum.

Huisarts Van Hasselt staat op het kruispunt bij de school. Aan weerszijden voortrazend autoverkeer, over de middenberm rijdt om de zeven minuten een sneltram, en nog een gewone tram. Een meute scholieren steekt over. Ze nemen niet het zebrabad, maar het olifantspad, een 'clandestiene' oversteekplaats over het spoor. De belsignalen kondigen een naderende tram aan. De scholieren zijn niet onder indruk. “Zie je die walkmans”,zegt Van Hasselt.

Sinds april staan langs het hele traject hekken. Het actiecomite vroeg er al in 1996 om, toen kort na elkaar drie doden vielen. Maar gemeente Amstelveen en stadsdeel Buitenveldert konden het niet eens worden. Van Hasselt: “Amstelveen heeft de hekken aaneengesloten geplaatst, Buitenveldert heeft uitsparingen gemaakt.” De scholieren weten de gaten in het hekwerk feilloos te vinden.

Ook de perrons zijn levensgevaarlijk, vindt Van Hasselt. Het zijn zogenoemde gecombineerde perrons, een laaggelegen gedeelte voor de gewone tram, een hoger gedeelte voor lijn 51. Twee maanden geleden nog haalde Van Hasselt een dode vrouw van de rails, ze was van het perron gevallen. “Een zelfmoord”, zegt de politie. “Ze verloor haar evenwicht”, zegt Van Hasselt.

De bestuurders van de sneltram, zegt Van Hasselt, zijn treinmachinisten en geen trambestuurders. “Ze letten op seinen en niet op mensen. Hij rijdt als het sein aangeeft dat hij moet rijden. Hij anticipeert niet op voetgangers die door lopen.”

Trambestuurder Bram was achttien jaar buschauffeur in Amsterdam, nu rijdt hij al een paar jaar op de sneltram. Met zijn linkervoet houdt hij het dodemanspedaal ingedrukt. Haalt hij zijn voet weg, dan remt de tram vanzelf. Met zijn andere voet geeft hij gas. Harder dan veertig rijdt hij niet in Buitenveldert, een extra veiligheidsmaatregel van het GVB. Vlak voor het perron rent een vrouw met een kinderwagen de trambaan over. Bram “staat in de blokken” en komt net op tijd tot stilstand. Als dank steekt de vrouw haar middelvinger op.

“Het is een stukje verkeersmentaliteit”, zegt GVB-woordvoerder Hennie van den Berg. “Mensen wagen hun leven op de kruispunten.” Sinds de tram rijdt, eind 1990, zijn er gemiddeld zeventien ongelukken per jaar gebeurd. Bij geen van die aanrijdingen had de trambestuurder schuld, zegt Van den Berg. De man die maandag werd geschept, sprong op de rails om de tram nog te kunnen halen.

“Het was weer een klassiek ongeval”, verzucht stadsdeelvoorzitter Jaap Pluim van Buitenveldert. “We hebben nu belsignalen, hekken, lichten en schrikhekken geplaatst. Nog steeds lopen mensen bij hun volle verstand onder de tram. Dat is voer voor psychologen. Welke maatregel kunnen wij nu nog nemen?” Van Hasselt van het actiecomité: “De zwakste schakel in het verkeer is de mens. Die moet je niet de gelegenheid geven fouten te maken. De tramlijn moet op palen, en anders onder de grond.”

De Amsterdamse deelraad Buitenveldert overweegt het bovengrondse gedeelte van sneltram 51 ondergronds te leggen. De deelraad wil de bestaande infrastructuur van de Zuidas, het kantorengebied aan de rand van de stad, in de grond laten zinken. “Dan zal een gedeelte van lijn 51 wel moeten verzinken”, zegt deelraadvoorzitter J. Pluim. Wanneer de Zuidas ondergronds wordt, hangt volgens Pluim van de financiering van het rijk af. “Pas als dat rond is, kunnen we beginnen met de tram.” Hij sluit niet uit dat het gehele tramtraject wordt aangepakt. Maar ook dat hangt weer af van eventuele rijksfinanciering. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat is niet van plan geld te investeren in de verbouwing van de Zuidas, zegt een woordvoerder. “Wij financieren de aanpassing van bestaande infrastructuur niet.” Koninklijke Wegenbouw Stevin presenteerde al twee jaar geleden een speciale methode om de tramlijn gedeeltelijk te laten verzinken.