Derde Wereld vergrijst snel

Het geboortecijfer in ontwikkelingslanden is sinds 1960 omlaag gegaan van 2,4 naar 1,7 procent. Op termijn lijkt de 'bevolkingsbom' daarmee gedemonteerd. Maar ligt er een nieuw demo- grafisch gevaar op de loer?

PRAAG, 2 SEPT. Bij het woord 'vergrijzing' denken de meeste demografen nog steeds uitsluitend aan landen als Japan en Duitsland. Maar niet lang meer, zo voorspelt het vandaag gepubliceerde jaarlijkse rapport van de UNFPA, het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties. Want het aantal ouderen in de Derde Wereld groeit snel, en het is volgens het UNFPA de hoogste tijd dat Derde-wereldlanden speciale voorzieningen treffen voor de groeiende groep 65-plussers.

De vergrijzing in de Derde Wereld gaat hard, zo blijkt uit het rapport. Was in 1950 de verhouding in ontwikkelingslanden tussen 'kinderen onder de 15' en 'ouderen boven de 65 jaar' nog tien staat tot één, nu is dat al teruggelopen tot zeven tot een. Deze verschuiving is het gevolg van twee ontwikkelingen. De eerste is dat het geboortecijfer in de Derde Wereld als geheel sterk is afgenomen, van 2,4 in 1960 naar 1,7 procent nu.

Tegelijkertijd is de levensverwachting aanzienlijk gestegen: deze is in de Derde Wereld nu gemiddeld ongeveer anderhalf keer zo lang als in 1950 en neemt snel toe. In het jaar 2150, zo verwacht het UNFPA, worden ook in de Derde Wereld mannen gemiddeld 82 jaar oud en vrouwen 86. Het gevolg van beide ontwikkelingen is dat de groep ouderen in de bevolking sterk aan het toenemen is. Stijgt het aantal 65-plussers dit jaar in de hele wereld met 9 miljoen, in het jaar 2050 zal die toename 21 miljoen bedragen. Van die groei komt in dat jaar, zo verwacht UNFPA, maar liefst 97 procent voor rekening van de Derde Wereld als geheel (en daarvan meer dan eenvierde in India).

Veel regeringen in ontwikkelingslanden beseffen nog maar nauwelijks dat de vergrijzing niet langer tot de Eerste wereld (industrielanden) beperkt is. “Beheersing van de bevolkingsgroei is nog steeds prioriteit nummer één”, aldus Stan Bernstein, een onderzoeker bij het Bevolkingsfonds. “Maar Derde-wereldlanden moeten nu al over de vergrijzing nadenken om straks de problemen op te kunnen vangen.”

Een van de grootste vragen is wie straks voor al die ouden van dagen moet zorgen. Tot zo'n twintig jaar geleden was dat in veel Derde-wereldlanden geen probleem, omdat die taak automatisch aan de kinderen toeviel. Maar ook in de Derde Wereld zijn de tijden veranderd. Het aantal vrouwen dat buitenshuis werkt is de afgelopen jaren ook daar sterk gestegen. Voor die groep is verzorging van de ouders een zware belasting. Daar komt nog bij dat die ouders gemiddeld een steeds hogere leeftijd bereiken en dus relatief steeds meer behoefte krijgen aan - bijvoorbeeld - medische verzorging. Verdeling van de verzorgingstaken tussen de kinderen wordt steeds moeilijker, omdat de gezinsgrootte in de Derde Wereld steeds kleiner wordt, en er dus steeds minder kinderen komen om de taken tussen te verdelen. Ook financieel voorziet het UNFPA problemen. Want al mogen dan inmiddels 155 landen publieke voorzieningen hebben getroffen voor de oude dag, slechts dertig procent van alle mensen boven de 60 kan daar een beroep op doen. Derde-wereldlanden moeten dus nu al een deel van de economische koek opzij leggen, om straks de vergrijzing op te kunnen vangen.

In het bevolkingsrapport onderstreept het UNFPA dat - zeker op korte termijn - de demografische veranderingen in de Derde Wereld eerder voordelig zijn dan nadelig. Want omdat het aantal kinderen als percentage van de totale bevolking terugloopt en het aantal ouderen pas langzaam begint te stijgen, is het percentage mensen dat deelneemt aan het arbeidsproces een aantal jaren uitzonderlijk hoog. Dat betekent dat elke werkende in de Derde Wereld voor veel minder kinderen en ouden van dagen hoeft te zorgen dan in bijvoorbeeld Europa.

Dat heeft tot gevolg dat gedurende een aantal jaren regeringen de mogelijkheid hebben om 'extra' belasting te heffen en dat geld gebruiken om te investeren in bijvoorbeeld onderwijs en infrastructuur. Zo kan de basis worden gelegd voor duurzame economische groei. Volgens het UNFPA is dit een van de geheimen van het succes van een aantal Aziatische landen. Zo investeerde Zuid-Korea tussen 1970 en 1990 fors in het onderwijs. Het percentage kinderen dat naar de middelbare school ging nam toe van 38 in 1970 tot 84 in 1990. Per leerling gaf het land in 1990 meer dan drie keer zo veel geld uit als in 1970.

De vergrijzing zal niet overal in de Derde Wereld even snel verlopen. Vooral in Afrika bezuiden de Sahara verloopt het proces langzamer. Het aantal 65-plussers zal daar stijgen van 23 miljoen (1995) tot 61 miljoen in 2025. Maar omdat de vruchtbaarheid daar hoog blijft liggen, neemt het percentage 65-plussers in de totale bevolking slechts toe van 3,2 naar 4,2 procent.