De leraar dicteert het antwoord niet meer

Het Edison College in Apeldoorn begon vorige week met de nieuwe examenprogramma's voor Havo en VWO. Vandaag de klas in met Havo 4. “Wat doet u hier als leraar?”

APELDOORN, 2 SEPT. De geschiedenisles in Havo 4 is amper begonnen of de leraar krijgt een socratisch vraagstuk voorgelegd. Cihan Özan (16) wil weten waarom niet alle antwoorden op de vragen uit het werkboek worden besproken.

“Waarom wel?” vraagt de docent, Pieter Bart Hensens.

“Nou”, zegt Cihan, “d'r kunnen toch fouten tussen zitten?”

“Daarvoor heb je antwoordbladen. Het verschil met de derde klas is dat je het nu zelf moet doen.”

“Waarom?”

“Dat is waarom je hier zit.”

“Maar waarom staat u hier dan?”

Hensens, 'een toffe leraar' volgens zijn leerlingen, lacht met de klas mee. Zegt dan: “Ik sta hier om de verhalen te vertellen.”

De bestaansvraag is in het studiehuis actueler dan ooit. Want in zulke onzekere tijden zijn de vierdeklassers Havo van het Edison Collge op zoek naar hun nieuwe plek. Ze zitten langer op school, meestal van acht uur 's ochtends tot half vier 's middags. Met studiewijzers voor elk vak moeten ze zelf hun lesplan trekken en ook zelfstandig in de studievleugel aan de slag gaan, en dat gedurende zes tot acht van hun 35 wekelijkse lesuren. Ze hebben meer en ook nieuwe, onbekende vakken. Schriftelijke overhoringen en proefwerken zijn ingeruild voor een voortgangscontrole na tweeëneenhalve week en een diagnostische toets elke vijf weken.

Maar wel het “allermoeilijkste” is, zeggen de Havo-leerlingen, dat elke leraar “het weer totaal anders wil”. Allemaal bouwen de docenten hun eigen studiehuis, zodat elk uur weer compleet anders is. De ene leraar borduurt vrolijk voort op de klassikale werkwijze uit de onderbouw. Een ander zegt dat “die rol in het schoolboek is gestopt” en dat hij als begeleider leerlingen kan helpen zich op eigen krachten kennis te verwerven. En waar een traditioneel autoritaire leraar lesgeeft op basis van orde en plicht, voert het volgende uur een “invoelende en meedenkende” collega een gevecht om de motivatie van zijn leerlingen.

Een dag mee de klas in maakt die onderlinge verschillen zonneklaar. Neem het tweede uur Economie II. Lerares Ria Bouwmeester geeft Havo 4 les zoals “ik al jaren doe”. Ze begint met controle van het huiswerk. “Terence maakt er maar meteen een potje van.” Dan “een stukje klassikaal.” Bouwmeester bespreekt moeilijke vragen, dicteert de antwoorden, en legt begrippen als welstand, welvaart en prijselasticiteit uit. En de laatste tien minuten mogen de leerlingen voor zichzelf aan de slag met nieuwe opgaven.

De lesuren daarna gaan heel anders. Hensens behandelt de geschiedenis van de Griekse stadstaat met groepswerk, ad-hoc verhalen en met het klassikaal bespreken van moeilijke vragen. “Ik werk niet volgens het catechismusmodel”, zegt Hensens tegen zijn leerlingen. “Dicteren geeft jullie maar een schijnhouvast.” Lerares Nederlands L. Schuuring, die vers van de lerarenopleiding komt, zet de groep zelfs het hele lesuur aan het werk. De vierdeklassers maken opgaven waarvan ze de antwoorden kunnen terugvinden in het tekstboek. Als leerlingen klagen dat het moeilijk is, gaat Schuuring de tafels langs. Maar afgezien van enkele zittenblijvers, lijkt de klas niet echt geboeid. De meesten zitten te draaien en zachtjes te kletsen (“hoe moet ik de nieuwe poes noemen?”)

Na een waarschuwing (“Je komt jezelf zo bij de toets wel tegen”) laat Schuuring ze begaan. Als ze niet willen, dan kun je hoog of laag springen, heeft ze ervaren, het baat niet. “Dan willen ze niet. Dat is niet mijn probleem, dat is hun probleem. Zíj moeten zelfstandig worden.”

De leraren voeren zelf verschillende verklaringen aan voor hun afwijkende aanpak in Havo 4. Zo bepalen het vak en de persoonlijkheid van de docent hoe zelfstandig leerlingen aan de slag kunnen. Daarnaast telt mee dat sommige leraren zich nog moeten omscholen en moeten omschakelen. Maar tegelijkertijd meten sommigen zich bewust het traditionele klassikale keurslijf aan uit angst dat de Havo-leerlingen de nieuwe vrijheid niet aankunnen.

Economiedocent Bouwmeester: “Op de Havo zijn ze ermee opgegroeid dat leraren alles braaf uitleggen en controleren. Ze willen die structuur en zekerheid, ze willen die stok achter de deur. Geef ze die dan.” Eén aspect herkent geschiedenisleraar Hensens daar wel in. Drie jaar geleden, toen hij met de zelfwerkzaamheid aan de slag ging, lieten vier meisjes al na een week geschiedenis vallen. “Ze zeiden: we vinden geschiedenis niks meer aan. Er worden geen verhalen meer verteld. Nou, dat kwam hard aan hoor.”

Zelf hebben de vierdeklassers het liefst een leraar die veel verhalen vertelt en die je ook aan het werk zet. Maar dat moet niet te gortig worden, vindt Sadish Toekoen (17). Dat het bijvoorbeeld langer duurt om de ingewikkelde antwoorden op de antwoordbladen te ontcijferen dan dat de leraar het je uitlegt, vindt hij “belachelijk”.

De enige aan wie elke les vandaag voorbijgaat is Leonie Hadderingh (15). Ze hangt op haar stoel tegen de muur aan, haar boeken nog dicht voor zich, en ze kletst onafgebroken met haar buurvrouw. Waarom? “Je mag toch zelf weten wanneer je werkt: thuis, in de klas, of in de studievleugel.” Bovendien vraagt ze zich af of ze het wel nodig heeft. Na een overstap van het atheneum heeft ze naar eigen zeggen drie Havo op haar sloffen gehaald.

Ze schuift met haar agenda. Er valt een foto uit. Een bruinverbrande jongen op een Frans terras. Haar buurvrouw, Rianne van Noort, slaat haar ogen neer. Haast plechtig zegt ze: “We missen allebei onze vakantieliefde. Dat verwerken we.”

Leonie knikt: “Ik heb het na school te druk met paardrijden en dansles. Dus moet ik op school maar bijpraten met mijn vriendinnen.”