De curieuze charme van de prenten van Bellange

Tentoonstelling: Jacques Bellange, eigenzinnig etser. T/m 18 okt. 1998 in Prentenkabinet Rijksmuseum, Amsterdam. Geopend: dag. van 10 tot 17u.

Schwung kan het grafisch oeuvre van Jacques Bellange (ca. 1575-1616) niet worden ontzegd. Wie de lijnen in zijn prenten volgt, wordt meegetrokken in een zwierige dans. Alle houdingen, gebaren en kledingstukken in zijn bijbelse taferelen zijn dienstbaar gemaakt aan een golvend patroon. Hier is geen verteller aan het werk, maar veeleer een choreograaf.

Bellange mocht zich graag uitleven in de weergave van lange, sierlijk geplooide gewaden. Over de vormen van het menselijk lichaam had hij geheel eigen opvattingen. Op een anatomisch correcte weergave valt hij dan ook zelden te betrappen. De vrouwen in zijn prenten lopen taps toe: ze hebben smalle, afhangende schouders en onwezenlijk brede heupen. Zo verbreedt en versmalt Bellange zijn figuren naar believen. Hij rekt ledematen uit en kort ze elders weer in.

Bellange geldt als een late representant van het maniërisme; een artistieke stroming waarbij het menselijk lichaam veelal in ingewikkelde en sierlijke houdingen werd geplaatst. Of hij ook al door tijdgenoten als een buitenbeentje werd beschouwd, valt moeilijk te zeggen. Zijn naam komt voor in een gedicht uit 1620 waarin een hele trits grote kunstenaars wordt opgesomd. Maar het is best mogelijk dat de dichter, die zojuist een strofe op 'Michelange' had laten eindigen, om een goed rijmwoord verlegen zat.

Bellange heeft nooit school gemaakt en kende geen navolgers. Dat zijn werk in de loop van de zeventiende eeuw al in vergetelheid raakte, heeft waarschijnlijk ook te maken met de plaats waar hij het grootste deel van zijn carrière doorbracht: Nancy. In deze stad - de residentie van het (nog) min of meer zelfstandige hertogdom Lotharingen - werkte hij van 1602 tot zijn dood in 1616 aan het hof. Het waren de artistieke hoogtijdagen van het hertogdom. De schilders Georges de la Tour en Claude Lorrain waren hier in het begin van de zeventiende eeuw enige tijd actief, evenals de etser Jacques Callot.

Aan de hoge welvaart van Lotharingen (die reizigers destijds versteld deed staan) kwam kort na de dood van Bellange een einde. Een derde van de bevolking zou het krijgsgewoel van de Dertigjarige Oorlog en de pest niet overleven. De teloorgang van Lotharingen heeft de nalatenschap van Bellange geen goed gedaan. Van de talrijke decoraties die hij in het hertogelijk paleis te Nancy moet hebben gemaakt is niets bewaard gebleven, evenmin als van de portretten en historiestukken die hij er schilderde. Al wat resteert zijn ruim veertig etsen en een stuk of wat tekeningen.

Die etsen hebben in de loop der eeuwen nogal wat emoties opgeroepen. Achttiende-eeuwse auteurs noemden ze 'bizar' en zelfs 'verfoeilijk'. Ze beklaagden zich erover dat Bellange alle classicistische regels aan zijn laars lapte en geen gevoel voor verhoudingen had. Diezelfde tekortkomingen gaven Bellange in de ogen van veel latere scribenten nu juist een streepje voor. In de jaren '20 van deze eeuw werd het gedachtengoed van Freud zelfs op zijn werk losgelaten: 'De manier waarop Bellange vormen ziet is zeer seksueel en pervers en daarmee volkomen eerlijk, aangezien ze rechtstreeks uit het onderbewustzijn van de kunstenaar afkomstig zijn.'

Op de tentoonstelling in het Prentenkabinet valt vooral het grote vakmanschap op waarmee Bellange zijn langgerekte Madonna's, Christusfiguren, heiligen en bedelaars wist uit te beelden. Door een ondoorgrondelijk samenspel van stippeltjes, krasjes en lijntjes geeft hij zijn figuren nogal wazige contouren. Conservator Ger Luijten noemt het: 'een wat ongewisse lijn'. Het is juist die vaagheid die bijdraagt aan de curieuze charme van de prenten. Luijten vermoedt dat Bellange om vergelijkbare redenen zijn etsplaten niet goed schoonmaakte. 'Er ligt vaak een wat morsige waas over die prenten. Ik denk dat hij dat bewust gedaan heeft om de sfeer te verhogen.'