Congo en Angola zijn het oneens

KINSHASA/GOMA, 2 SEPT. Er tekent zich een meningsverschil af tussen de door opstandelingen belaagde regering van Congo en haar Angolese bondgenoten. Zij lijken het oneens over een mogelijke confrontatie met Rwandese troepen.

Volgens waarnemers ter plaatse hebben Angolese troepen, die oprukten vanuit het westen, zaterdag pas op de plaats gemaakt voor Matadi, een havenstad aan de monding van de rivier de Congo, om de daar aanwezige rebellentroepen, die naar verluidt werden aangevoerd door Rwandese officieren, de kans te geven via het vliegveld van Matadi het westelijke strijdtoneel te verlaten. De Angolezen trokken pas een dag later de inmiddels door rebellen verlaten stad binnen.

Gisteren verklaarde de Congolese onderminister van Binnenlandse Zaken, Faustin Munene, dat een niet nader genoemd aantal rebellen, die zich zouden ophouden op 250 kilometer ten westen van de hoofdstad Kinshasa, “in feite krijgsgevangenen zijn”. “Zij krijgen geen vrije aftocht voordat alle Rwandese en Oegandese troepen zich terugtrekken uit het oosten”, aldus Munene.

De kabinetschef van Congo's president Kabila, Abdoulaye Yerodia, zei gisteren dat de troepen uit Angola en Zimbabwe die het regeringsleger hebben bijgestaan tegen de opstandelingen in het westen nu bereid zijn te helpen bij een opmars naar het oosten. Dit wordt van Angolese zijde tegengesproken. Een hoge Angolese militair zei gisteren dat zo'n offensief zou leiden tot “harde confrontaties” met Rwandese militairen. “Wij zijn niet in oorlog met Rwanda en dat is ook nooit onze bedoeling geweest”, aldus de officier.

Het oostelijke rebellenleger zet inmiddels zijn opmars voort in de zuidelijke provincie Katanga, die rijk is aan mineralen.Maandag namen de rebellen Manono, de geboorteplaats van Kabila, in. De verovering van Katanga zou de opstandelingen de financiële middelen verschaffen om de oorlog tegen Kabila voort te zetten. (AFP, Reuters)