Beperkt overzicht Australische films

Downloading Down Under. Australische Film en Nieuwe Media Festival. 3 t/m 6 sept. In: Rialto, Amsterdam, inl.: (020) 675 3994 en Galerie 2 Hoog Achter, MonteVideo/TBA, inl.: (020) 623 7101. Een deel van het programma is ook te zien op 7 t/m 9 en 14 t/m 16 sept. in het Haags Filmhuis, Den Haag, inl. (070) 365 6030 en op 14 en 21 sept. in Cinematheek Lumière, Maastricht, inl. (043) 321 4080.

Zou het toeval zijn dat het merendeel van de bijdragen aan het minuscule film en nieuwe media festival Downloading Down Under van de hand van vrouwelijke maaksters is? Of zijn zij juist degenen die het 'unieke perspectief op de multiculturele samenleving' dat de samenstellers van het programma in de Australische - onafhankelijke en experimentele - filmproductie menen te herkennen het beste verbeelden? Door korte films te rangschikken in themablokken met namen als 'Boys will be boys', 'Ain't no cowgirls' en 'Girls' own stories' wekken zij in ieder geval wel de indruk dat de Australische New Wave die zij de moeite waard vonden om een Nederlands filmfestival aan te wijden een vrouwelijk accent heeft.

Maar wat dat dan precies is en belangrijker nog, waarom nu juist de Australische filmproductie met een festival moet worden geëerd wordt niet helemaal duidelijk. Niet uit de openingsfilm Fistful of Flies (Monica Pellizzari, 1996) een vormbewuste, maar inhoudelijk wat magere seksuele coming-of-age van een Italiaans/Australisch katholiek pubermeisje en ook niet uit het van de als 'eerste Aboriginal-regisseusse geafficheerde' BeDevil (Tracy Moffat, 1993), een als fake-documentaire opgezet drieluik met Australische spookverhalen. Beide films zijn charmant, zonder dat dat als dooddoener moet worden opgevat, kleurrijk, met een voorkeur voor visueel surrealisme. Maar ze zijn te ongevormd om een hele speelfilmlengte te kunnen boeien. De afstand die deze filmmaaksters zouden overbruggen tussen een individu en zijn culturele geschiedenis is net zomin exclusief voorbehouden aan Australische filmmakers als aan Woody Allen of Steven Spielberg en als aanleiding voor een landenretrospectief wat beperkt.

Het programma omvat vier niet meer al te recente speelfilms (naast voornoemde films nog Only the Brave, Ana Kokkinos, 1994 en Vacant Possession, Margot Nash, 1994), drie documentaires (Mabo: Life of an Island Man, 1997; Billal: Hit and Run, Tom Zubrycki, 1996 en 40.000 Years of Dreaming, George Miller, 1996), twee korte filmprogramma's, drie videoprogramma's, vier cd-roms en een multimedia performance. Het filmgedeelte is te zien in het Amsterdamse Rialto theater en de overige programma's in Galerie 2 Hoog Achter van Montevideo/TBA. De selectie verraadt niet de zorgvuldige hand van een programmeur, maar maakt een tamelijk willekeurige indruk. Gemeenschappelijk aan de films is slechts een licht absurdistische, licht onthutste kijk op de werkelijkheid, een vervreemding waarvan het moeilijk te zeggen is of die inhoudelijk of uit stilistische overwegingen is gemotiveerd. De films maken namelijk zelden de indruk vorm en verhaal tot een organische eenheid te kunnen smeden.