Belgische politici in Agustazaak voor rechter

BRUSSEL, 2 SEPT. In Brussel is vanmorgen het proces begonnen tegen twaalf verdachten in de zogeheten Agusta- en Dassault-smeergeldaffaires. Het twaalftal wordt beschuldigd van corruptie, in verband met bestellingen eind jaren tachtig voor het Belgische leger bij de Italiaanse helikopterfabrikant Agusta en bij de Franse vliegtuigbouwer Dassault.

Onder de verdachten zijn voormalig secretaris-generaal van de NAVO Willy Claes, Dassault-directeur Serge Dassault, oud-voorzitter van de Waalse Parti Socialiste Guy Spitaels en voormalig PS-minister van Defensie Guy Coëme. De vroegere Agusta-directeur Raffaelo Teti, die ook vandaag had moeten verschijnen, overleed vorige week aan een hartaanval.

Claes, die zich door vijf advocaten laat bijstaan, maakte een gespannen indruk. Hij zag bleek en maakte aantekeningen of hield zijn handen op schoot. Alleen op het moment dat de zitting wegens vertaalproblemen tijdelijk moest worden geschorst, nadat Claes drie keer zijn naam had genoemd, lachte hij even.

Na een verzoek van een van de advocaten dat het proces in het Nederlands, in plaats van in het Frans zou worden gevoerd, nam procureur-generaal Eliane Liekendael het woord. Volgens haar was bij die overheidsopdrachten sprake van “duistere commissiegelden”. Het zou gaan om “ernstige feiten, want je vervolgt ministers niet om een kleinigheid”.

Behalve kopstukken uit de Vlaamse en Waalse socialistische partij staan kabinetsmedewerkers en ambtenaren terecht, die druk zouden hebben uitgeoefend ten gunste van Agusta en Dassault of die smeergeld zouden hebben beheerd. Het proces, dat naar verwachting enkele maanden zal duren, komt zeer ongelegen voor de twee socialistische regeringspartijen, in de aanloop naar de verkiezingen van juni volgend jaar.

Vijftien magistraten hebben zitting in het rechtscollege, de aanklacht omvat zo'n 160.000 pagina's. Belgische (oud-)ministers kunnen alleen door het hoogste rechtscollege berecht worden en wegens het principe van 'samenhang' moeten nu alle verdachten verschijnen voor het Hof van Cassatie. Ze verliezen daarmee het recht op beroep. Verwacht wordt dat de niet-politici zullen eisen dat ze een 'normale' behandeling krijgen voor de correctionele rechtbank.