Alleen 'revolutie' redt Brazilië van millenniumramp

Brazilië is het meest gecomputeriseerde land van Zuid-Amerika. Maar ook het land met de meeste anal- fabeten. En klantvriende- lijkheid is er een vreemd woord. Voor de aanpak van het millenniumprobleem is dan ook een culturele revolutie nodig.

RIO DE JANEIRO, 2 SEPT. De pin-automaat van de Banco Itaú informeert beleefd dat hij 'tijdelijk geen diensten kan verlenen'. Geen probleem. Want aan de overkant is nog een bank. In de luchtgekoelde hal van de Banco do Brasil staat een lange rij glimmende pin-automaten. Op de meeste is een papiertje geplakt: 'Onderhoud. Tijdelijk buiten dienst'.

Bij de loketten staat een rij van uren. Berustend wiegen de mensen van hun ene been op het andere. Sommigen kijken naar buiten, anderen naar elkaar. Na veertig minuten gaat de hemelse poort van loket nummer vier open. “Geld opnemen? Dat kan”, zegt een vriendelijke dame. Dan moet ze naar de terminal bellen, in São Paulo. Maar telefoneren kost geld, en de operator ook. Dus moet ze wel kosten rekenen. Tien Real (ongeveer 18 gulden) graag. Vooruit te betalen.

De bankemployé belt met São Paulo, en vraagt me hoeveel krediet ik nog heb. Ik heb geen idee, en gok maar wat. “Verkeerd”, zegt de dame na overleg met São Paulo, en waarschuwt: “U mag nog twee keer proberen, daarna schakelt de computer helaas uit, en kunt u niets opnemen.” Ook de derde keer gaat het mis. Tien real armer, en nog geen geld. Maar wel in het meest gecomputeriseerde land van Latijns Amerika.

Al in de tijd van de dictaturen, was de Braziliaanse staat een van de eerste die computers had. Grote bakbeesten maalden de informatie van het militaire bewind bij elkaar. Later, tijdens het 'economisch wonder' van de dictatuur in de jaren zeventig, begonnen ook particuliere bedrijven hun administratie op computer te zetten. Veel eerder vaak dan in Europa. Toen, eind jaren tachtig, kwam de democratie. Samen daarmee marcheerden de desk- en laptops in groten getale het land binnen. In de informatica-bijlagen en kleurenkaterns van de vrije pers gaat het nu even heftig over web-browsers en virtuele spelletjes als in de landen van de eerste wereld. De grootste particuliere bank van Brazilië, Bradesco, heeft het grootste en meest uitgebreide elektronische netwerk ter wereld. “Op de terminals kan de klant elke denkbare en ondenkbare operatie binnen een paar minuten uitvoeren”, zegt Carlos Teixeiro. “Op voorwaarde natuurlijk dat het systeem niet plat ligt, of er weer een stroomstoring is.”

Teixeiro is ex-systeemanalist en informatica-specialist. Hij heeft verscheidene boeken over de Braziliaanse informatica geschreven. Op zichzelf is er geen enkel verschil met andere landen, maar in de uitwerking en toepassing is Brazilië wel degelijk uniek in de wereld.

Ook in de informatica weerspiegelt zich de eeuwige paradox van de Latijns-Amerikaanse reus. Aan de ene kant het meest gecomputeriseerde land van het Latijnse continent. Maar tevens het land met de meeste analfabeten, en het grootste percentage mensen dat nog niet eens de lagere school heeft afgemaakt. In Brazilië heeft nog geen 17 procent van de bevolking een lagereschooldiploma.

“Hoe moeten de mensen de informatie begrijpen die over de digitale terminals van al die bankterminals rolt”, vraagt Teixeiro. Niet dus. Hoe kunnen de mensen iets begrijpen van de elektriciteits- en gasrekeningen die met onbegrijpelijke codes en afkortingen uit de computers van de toeleveringsbedrijven komen? Teixeiro vertelt hoe hele straten zich soms laten helpen door dat ene slimme jongetje of meisje dat wel naar school is geweest. Elke dag zijn er dan ook weer de verhalen van mensen die door een 'behulpzame' alfabeet die bij de geldautomaten rondhangt, zijn getild.

De meesten ontwijken dan ook de gedigitaliseerde samenleving, en doen het gewoon handje contantje. “Meer dan wat ook toont juist de informatisering aan hoe Brazilië verdeeld is tussen een kleine groep ingewijden, en een grote meerderheid van de bevolking die is uitgesloten van het maatschappelijk proces.”

De overheid mag dan hoogwaardig gecomputeriseerd zijn, uit een recent onderzoek van het Braziliaanse Bureau voor Statistiek blijkt dat nog geen vijf procent van de Brazilianen een eigen computer in huis heeft. Toch zal ook in Brazilië de millennium-bug toeslaan, wanneer op 31 december 1999 in de computerbreinen de cijfers '99' overspringen op '00', waardoor de computer kan denken dat het jaar 1900 is aangebroken. “Het is met de millennium-bug net als met al het andere in Brazilië”, zegt Teixeiro. “Mensen stellen het probleem uit totdat het zich voordoet.”

Teixeiro voorziet rampen in het jaar 2000. Met name bij de overheid. De regering zegt op het millennium te zijn voorbereid. Maar er is geen plan, geen programma, en er zijn ook geen speciale fondsen. “Het hangt van de voortvarendheid van elke individuele directeur of afdelingshoofd af, of er voorbereidingen worden getroffen.” Teixeiro wijst op de kosten, maar ook op de tijd die een omschakeling van de computers met zich meebrengt. Teixeiro huivert bij de gedachte aan al die geboorteregisters, kamers van koophandel en ziekenhuisadministraties op tilt. Daarbij komt dat Brazilië een van de meest bureaucratische landen ter wereld is. Voor elke officiële handeling moet er weer een uittreksel uit het bevolkingsregister, een afschrift, een bon, een nieuw origineel tevoorschijn worden getoverd. Door de informatiseringsboom zijn veel systemen overbelast. Wie in Brazilië kent ze niet. De keurige moderne tafeltjes met computers van het laatste model, compleet met laser-printer en scanner. De ambtenaar tikt, drukt op de enter-knop, maar dan gebeurt er niets meer. Minuten, soms kwartieren lang zit het systeem te hikken en te kauwen. In ziekenhuizen, waar het om leven en dood gaat, schrijft het personeel de patiëntengegevens soms op briefjes, om ze in de nacht, wanneer het rustig is, in de computer te voeren.

Bij privé-bedrijven is de capaciteit meestal beter bewaakt. Ook zijn zij zich meer bewust van de noodzaak om vóór het jaar 2000 hun zaakjes op orde te hebben. Vooral buitenlandse bedrijven, maar ook de Braziliaanse banken zijn met hun voorbeiding al ver gevorderd. De lange rijen bij de (geprivatiseerde) bank hebben dan ook een heel andere oorzaak dan informatica-prutserij. “Waar er vroeger tien mensen achter het loket zaten, zijn het er nu maar drie”, verklaart Teixeiro. Terwijl er grote investeringen in de informatisering zijn gestopt, is overal bezuinigd op personeel.

De kwaliteit van Braziliaanse producten en diensten is er daardoor niet op vooruit gegaan. Zeep die niet wast, snoeren die doorbranden en etiketten die loslaten. Mensen die wachten in lange rijen, worden afgeblaft of helemaal niet geholpen. “De gesloten economie en het gebrek aan burgerrechten zijn de belangrijkste oorzaak van een traditie waarin kwaliteit geen enkele rol speelt”, verklaart Julio Bueno. Hij is een soort staatssecretaris 'kwaliteit' van de regering. Nu de economie is opengegaan, en consumentenorganisaties zijn toegestaan, ligt in Brazilië de weg open voor 'kwaliteit', gebaart Bueno.

De directeur van Inmetro vertelt over de resultaten die zijn orgaan behaald heeft met de productie van kaas, mineraalwater en condooms. De kaas heeft geen salmonella meer, het mineraalwater komt niet meer uit de kraan, en de condooms slaan niet lek meer. Maar er moet nog een hele hoop gebeuren, verzucht hij. “U moet begrijpen. Het is niet zomaar kwaliteitsverbetering waar we aan werken. We zijn bezig met een hele culturele revolutie. En het zal waarschijnlijk nog generaties duren voordat die voltooid zal zijn.”

Het belangrijkste dat Brazilië zal moeten leren, zegt Bueno, is dat elk mens een burger is. “Hier is een mens alleen belangrijk als hij geld heeft. De anderen, de armen, tellen niet. Niet voor de overheid en niet voor het bedrijfsleven. We moeten dat systeem van apartheid doorbreken. Dát is kwaliteit, lévenskwaliteit.”

Intussen probeert Orlando (28) in de sloppenwijk Monte dos Prazeres het materiaal bijeen te sprokkelen voor de bouw van een eigen huisje. Hij heeft de deur en het raamkozijn al. En ook het beton voor de vloer. Hij heeft geen bankrekening, geen telefoon, of ziektekostenverzekering. In het jaar 2000 is zijn huisje af. Met een millennium-bug zal híj niet zitten.