Agusta-affaire trof Belgische politiek hard

Vandaag begint in België 'het politieke proces van de eeuw'. Kopstukken uit de politiek moeten zich verantwoorden voor het mogelijk aannemen van smeergeld van het Italiaanse Agusta en het Franse Dassault.

BRUSSEL, 2 SEPT. De zelfmoord van een generaal, vier ministers die aftraden nadat ze in opspraak waren geraakt, de secretaris-generaal van de NAVO die opstapte omdat hij was doorverwezen naar het hoogste rechtscollege van België en de oud-directeur van een Italiaanse helikopterfabriek die bezweek aan een hartaanval anderhalve week voordat hij terecht moest staan op verdenking van corruptie. De Agusta- en Dassault-smeergeldaffaires hebben alle ingrediënten voor een drama in meerdere bedrijven.

Twaalf verdachten, onder wie drie socialistische oud-ministers, moeten zich vanaf vandaag verdedigen tegen de verdenking van corruptie bij overheidsbestellingen. Justitie stuitte, tijdens het onderzoek naar de moord in 1991 op de Luikse socialist André Cools, op aanwijzingen van onregelmatigheden bij de aankoop eind jaren tachtig van Agusta-helikopters voor het Belgische leger. Een getuige legde het verband tussen Agusta en Cools: de 'peetvader van Luik' zou zijn vermoord omdat hij had ontdekt dat partijgenoten achter zijn rug om hadden besloten dat Agusta-gelden niet naar Luik zouden gaan. Het is nog altijd onduidelijk of de moord op Cools inderdaad verband houdt met de Agusta-affaire.

In januari 1993 was voor het eerst sprake van de Agusta-affaire, nadat justitie huiszoekingen had verricht bij Belgische kantoren van Agusta. Gezocht werd naar bewijzen dat de helikopterfabrikant smeergeld had betaald aan de machtige Parti Socialiste, om in december 1988 een miljoenenorder voor 46 helikopters binnen te halen. De PS-er Guy Coëme was ten tijde van de aankoop minister van Defensie. Het noodlijdende Agusta had veel over voor de buitenlandse bestelling, die het wegkaapte voor een (goedkopere) Franse en een (duurdere, maar beter beoordeelde) Duitse concurrent. In ruil voor de order beloofde het Italiaanse bedrijf economische compensaties, zoals investeringen in het Limburgse Lummen en een onderhoudscentrum voor helikopters in Zaventem. Van de meeste compensaties is overigens niets terecht gekomen, waarvoor Agusta een miljoenenboete kreeg die nog altijd niet is voldaan.

De grote klap voor de Waalse socialisten kwam eind 1993, toen justitie vroeg om opheffing van de parlementaire onschendbaarheid van drie PS-kopstukken: de minister-president van de Waalse regering Guy ('Dieu') Spitaels, federaal minister Guy Coëme, en Waals minister Guy Mathot. Justitie wilde de 'drie Guy's', zoals ze direct werden genoemd, verhoren in verband met de Agusta-order. Nadat hun onschendbaarheid gedeeltelijk was opgeheven, traden de drie in januari 1994 af. Alleen Mathot, die er aanvankelijk van werd verdacht Agusta-smeergeld te hebben geïnd, is nu niet gedagvaard omdat justitie over onvoldoende bewijs tegen hem beschikt. Het Hof van Cassatie zou ook geen bewijs hebben dat Agusta geld heeft betaald aan de PS.

Tot 1995 beperkte de Agusta-affaire zich tot de Waalse socialisten. Maar in februari van dat jaar bekende de oud-penningmeester van de Socialistische Partij, Etienne Mangé, dat via Zwitserse rekeningen 51 miljoen frank (bijna 3 miljoen gulden) van Agusta naar de Vlaamse socialisten was gegaan. Aanvankelijk beweerden SP-kopstukken als partijvoorzitter Louis Tobback en oud-minister en inmiddels NAVO-chef Willy Claes dat ze “nooitoftenooit” van Agusta-gelden hadden gehoord. Een bewering waarop ze kort daarop terugkwamen, toen ze zich plots herinnerden dat penningmeester Mangé inderdaad had verteld dat Agusta bereid was geld te betalen, hetgeen ze onmiddellijk van de hand hadden gewezen.

Het zou niet de enige keer zijn dat een bewering van Claes werd tegengesproken. Hij had ook gezegd niets af te weten van de investering die Agusta had beloofd voor Lummen, in zijn kiesdistrict, op het moment dat hij als minister van Economische Zaken moest beslissen over de compensatie-orders van de helikopterbouwer. Op een bedrijfsfilm bleek echter dat Claes op de hoogte moet zijn geweest. Tegenstrijdige verklaringen zijn er ook over een ontmoeting die Claes in januari 1989 zou hebben gehad met Agusta-topman Raffaelo Teti - die anderhalve week geleden aan een hartaanval overleed in een ziekenhuis in Rome. Claes en Teti hebben ontkend dat ze elkaar zagen, maar verschillende getuigen beweren het tegendeel.

Justitie zou geen harde bewijzen hebben tegen Claes. Maar er zijn wel de formele ontkenningen die Claes later moest wijzigen en de bewering van een Agusta-lobbyist dat een deel van zijn commissieloon naar zijn kabinet ging. De Kamer vond de aanwijzingen zwaarwegend genoeg om hem eind 1995 door te verwijzen naar het Hof van Cassatie. In een dramatische toespraak kondigde Claes daarop zijn vertrek aan bij de NAVO. De zoon van een straatmuzikant, die met trots zijn bijnaam little red man droeg, was toen net een jaar secretaris-generaal.

In maart 1995 had inmiddels SP-minister Frank Vandenbroucke van Buitenlandse Zaken ontslag genomen, omdat in de loop van het smeergeldonderzoek bekend was geworden dat hij als partijvoorzitter opdracht had gegeven zwart geld in brand te steken. Bovendien was uitgelekt dat niet alleen Agusta, maar ook de Franse luchtvaartgroep Dassault via Zwitserse rekeningen ruim 3 miljoen gulden had betaald aan de Vlaamse SP. Ook de PS zou van het bedrijf 1,7 miljoen gulden hebben ontvangen. Het geld werd onmiddellijk in verband gebracht met twee overheidsopdrachten in 1989, voor de modernisering van F16's en van Mirages door Dassault. Een week nadat het nieuws uitlekte, pleegde voormalig luchtmachtgeneraal Jacques Lefebvre, die voor beide Dassault-contracten pleitte, zelfmoord.

Bezwarend voor oud-Defensieminister Coëme zijn de verklaringen van militairen dat medewerkers van zijn kabinet druk hebben uitgeoefend op de luchtmachttop, om Dassault gunstig te beoordelen. De luchtmacht was aanvankelijk voorstander van het Amerikaanse bedrijf Litton, maar in haar uiteindelijke verslag staat dat de offertes van Dassault en Litton gelijkwaardig zijn. Dassault bood ook betere economische compensaties, zo oordeelde minister Claes van Economische Zaken. Claes, Coëme en Spitaels zeggen niets af te weten van de miljoenen die Dassault aan hun partij overmaakte. Directeur Serge Dassault, die eveneens terecht staat, zegt evenmin iets te weten van giften aan SP en PS. Het Hof van Cassatie onderzoekt nog of ook de Franstalige christendemocraten geld van Dassault hebben ontvangen.

Op zich waren giften van bedrijven aan partijen eind jaren tachtig in België nog toegestaan en zelfs fiscaal aftrekbaar. Claes maakte er nooit een geheim van dat hij in die tijd van dure verkiezingscampagnes “met de pet” rondging om de SP te financieren. Maar dat is iets anders dan dat bedrijven geld gaven om beleid te beïnvloeden.

Het Belgische 'proces van de eeuw' zal naar verwachting enkele maanden duren. De openbare aanklager, procureur-generaal Eliane Liekendael, zou het proces het liefst afgerond willen zien als ze in december met pensioen gaat. Indien de oud-ministers schuldig worden bevonden, wacht hun waarschijnlijk enkele jaren (voorwaardelijk) celstraf en een tijdelijk verlies van burgerrechten, wat een politieke come back onmogelijk zou maken. De socialistische partijen kunnen verplicht worden de miljoenengiften mèt rente en een eventuele boete te betalen aan de overheid. En de Agusta-helikopters? Die werden - (NAVO-)oefeningen daargelaten - dit jaar voor het eerst ingezet, bij de grootschalige zoekactie naar de kortstondig ontsnapte kinderontvoerder Marc Dutroux.