Vrouw zonder hoed

Het is weer zomer, dus hier in Engeland is het trouwseizoen weer aangebroken, the wedding season. Ik pakte mijn mooiste jurken uit de kast en vroeg aan mijn Britse vriend: “Deze of deze?”

Hij schudde zijn hoofd.

“Wat dan?” vroeg ik.

In de etalage van een dure zaak wees hij een jurk aan, een blauw-wit gestreepte zomerjurk met een ceintuurtje en een kraagje. “Die”, zei hij.

In een groot warenhuis kocht ik iets wat erop leek voor een fractie van de prijs. Ik kocht schoenen en een tas, ik zocht een ketting uit en oorbellen. 's Avonds trok ik alles aan om het te laten keuren.

“Prima”, zei mijn vriend, “nu nog een hoed”.

Ik schoot in de lach: “Ja dat zal wel!”

De dag voor de trouwerij onthaarde ik mijn benen want alle vrouwen doen dat hier.

Je kunt hier óf in de kerk óf op het stadhuis trouwen. Dit zou een kerkelijk huwelijk worden. Om een uur of tien gingen we er heen. Het was er druk en zo om me heen kijkend zag ik wel dat mijn jurk goed was: ik viel niet op. De ceremoniemeester stond bij de deur en vroeg: “Bent u vrienden of familie van de bruid of van de bruidegom?”

Wat een vraag! “Ik mag ze alletwee”, flapte ik eruit.

“De bruid”, zei mijn vriend.

“Dan mag u links plaatsnemen”, zei de ceremoniemeester.

We gingen links van het gangpad zitten, ergens halverwege. Gelukkig zaten er rechts ongeveer evenveel mensen.

Even later werd er gefluisterd: “Daar komt de bruid” en iedereen ging staan. Ik zag nu dat de bruidegom al bij het altaar stond; ik zag hem op de rug. Nieuwsgierig draaide ik me om. De bruid zag er beeldig uit. Ze liep aan de arm van haar vader naar het altaar.

“Kijk voor je”, siste mijn vriend.

Geschrokken deed ik wat me gezegd werd. “Waarom?” fluisterde ik.

“Dat brengt ongeluk”, zei mijn vriend.

“Oh sugar*”, dacht ik en terwijl ik voor me uit keek, realiseerde ik me ook dat ik de enige vrouw was zonder hoed.

Na de kerk gingen we naar haar ouderlijk huis, waar een grote feesttent in de tuin stond, een wit met rose marquee. In de tent stonden ronde tafeltjes, keurig gedekt, met de namen van de gasten. Ik vond mijn naam en ging zitten. Ik bleek aan een heel ander tafeltje ingedeeld te zijn dan mijn vriend en ik voelde me een beetje verloren met links en rechts van me onbekende mannen.

Aan de tafelschikking was veel zorg besteed. Geen enkel stel zat naast elkaar, behalve het bruidspaar. Links en rechts van het bruidspaar zaten de wederzijdse ouders, maar zelfs die hadden voor deze dag van partner geruild.

Er waren geen gedichtjes en liedjes. De vader van de bruid en de ceremoniemeester hielden een toespraak, verder niet.

Na het eten sneed het bruidspaar plechtig de bruidstaart aan. 's Avonds kwamen er nog meer mensen en werd er gedanst.

De bruid en bruidegom vertrokken als eersten, door iedereen uitgewuifd. (*oh sugar! eufemisme voor: o shit!)