Vergeldingsacties

Tegen de recente Amerikaanse vergeldingsacties ter bestrijding van terrorismeacties die Israel al jarenlang uitvoert, zijn tot dusverre alleen volkenrechtelijke bezwaren geopperd. Die acties roepen echter ook in ander opzicht kritische vragen op. Daarbij worden namelijk onschuldige burgers op willekeurige wijze om het leven gebracht. De legitimatie van die acties en dus ook van het doden van onschuldige burgers daarbij, is de bescherming van de nationale veiligheid tegen de georganiseerde misdaad van het terrorisme.

Als men een dergelijke legitimatie aanvaardbaar acht - en daar lijkt het op - hoe kan men dan redelijkerwijze bezwaar maken tegen de doodstraf ter vergelding en bestrijding van zware al of niet georganiseerde criminaliteit, die tevens een ernstige bedreiging vormt van de openbare veiligheid? In het laatste geval gaat het om het doden van zware misdadigers na een openbaar proces waarin de verdediging van de verdachte alle kansen heeft de bewijsvoering te ontkrachten. Toch rust daarop in de meeste Westerse democratieën een onwrikbaar taboe en in Nederland is de doodstraf zelfs in absolute zin uitgesloten.

In het eerste geval worden zoals gezegd onschuldige burgers op volstrekt willekeurige wijze gedood. Hoe valt aanvaarding van die willekeurige schending van het recht op leven van onschuldige burgers ter bestrijding van terrorisme te rijmen met de gangbare principiële bezwaren tegen de doodstraf na een openbaar proces ter vergelding en bestrijding van andere zware criminaliteit? Tot dusverre wordt die voor de hand liggende vraag nauwelijks aan de orde gesteld.