Varkensboeren op zoek naar recht

Varkensboeren zouden vanmiddag in groten getale in een tent bij de rechtbank in Den Haag hun kort geding tegen de staat bijwonen. Nog een keer vragen zij aandacht voor de in het nauw gedreven sector.

DEN HAAG, 1 SEPT. Boze boeren zouden aan het begin van de middag onder leiding van voorzitter Wien van den Brink van het Nederlandse Vakbond Varkenshouderijen (NVV) uit het hele land naar de rechtbank aan de Prins Clauslaan in Den Haag oprukken. De grote tent op het parkeerterrein van de rechtbank is er in ieder geval op berekend en is voorzien van monitoren om de zitting te kunnen volgen. Inzet van het kort geding: een schorsing van de Wet Herstructurering Varkenshouderij totdat de rechtmatigheid van die wet is aangetoond. De NVV spande in juli een verkorte bodemprocedure aan tegen de staat. Volgens Van den Brink moet die voor het einde van het jaar duidelijkheid bieden over de vraag of de herstructureringswet houdbaar. “Tot die tijd moet de wet niet in werking treden, vandaar dit kort geding”

De ellende voor de varkenshouders begon op 4 februari 1997 toen op een bedrijf in het Brabantse Venhorst het eerste geval van varkenspest uitbrak. De ziekte verspreidde zich als een olievlek over het zeer dicht met varkens bevolkte Brabantse land. Uiteindelijk werden 429 bedrijven door het virus getroffen. Kosten: twee miljard gulden. De ergste epidemie van varkenspest ooit had varkenshouders en politiek wakker geschud. Maar ook zonder de pest zou de sector hebben moeten saneren.

In april vorig jaar liet Van Aartsen, toen minister van Landbouw, midden in de crisis zijn gedachten over de toekomst gaan. “Als ik nu door de Peel rijd met al die boerderijen die kop aan staart staan, dan denk ik: dat kan op den duur niet meer”, zei hij in een vraaggesprek met deze krant.

Enkele maanden daarna voegde Van Aartsen de daad bij het woord. Het aantal varkens, 14,6 miljoen, zou in één klap moeten worden teruggebracht met 25 procent. Het doel was tweeledig. De kans op een herhaling van een grote epidemie zou worden verkleind en het aantal kilo's fosfaat dat vrijkomt uit de varkensmest zou zoveel dalen dat een ander probleem, het mestoverschot, ook opgelost zou zijn.

In december vorig jaar leidde het debat over de herstructurering tot verhitte taferelen in de vergaderzaal van de Kamer en op de publieke tribune, die door boze boeren werd bevolkt en door de politie werd ontruimd. De Wet Herstructurering Varkenshouderij werd uiteindelijk in april dit jaar door de Eerste Kamer aangenomen. Om de hoeveelheid fosfaat uit varkensmest met veertien miljoen kilo terug te dringen, moet het aantal varkens in twee stappen worden verminderd met zo'n twintig procent.

Bij de inkrimping wordt grofweg uitgegaan van het aantal varkens dat de boeren in 1996 op hun bedrijf hadden staan. Per varken krijgt de boer een recht. Boeren mogen dus vanaf vandaag, bij de eerste vermindering van tien procent, negentig procent houden van aantal dieren dat ze twee jaar geleden hadden. Vervolgens zal de overheid vanaf 1 januari 2000 nog eens maximaal 15 procent van die rechten gaan opkopen. De omvang van de varkensstapel, die nu 14,6 miljoen dieren bedraagt, zal dan worden teruggebracht tot ongeveer elf miljoen. Varkenshouders die hun aantal varkens op peil willen houden, moeten rechten kopen van andere boeren. De blijvers betalen aan de wijkers, zo is het idee. Maar aan het hebben van rechten zijn ook plichten verbonden. Naast de herstructureringswet, waar de rechtzaak vandaag over gaat, ligt er ook nog het Varkensbesluit. De varkensboer moet onder meer garanties bieden aan de dieren op het gebied van welzijn, milieu en gezondheid. Dat vergt vaak grote investeringen in de stallen. Om de sector toch economisch sterk te houden, zou Van Aartsen met nog een wet komen om de dynamiek en onafhankelijkheid na de inkrimping te waarborgen.

Des te groter was dan ook de schok bij de varkenshouders toen vorige week de derde stap in de sanering van de varkenshouderij uitlekte, de zogenoemde Reconstructiewet Concentratiegebieden Varkenshouderij. Daarin is vastgelegd dat er clusters van een miljoen varkens moeten komen in de dichtbevolkte gebieden en dat die gescheiden moeten zijn door zogenoemde varkensvrije zones van één kilometer breedte. Door deze wet zullen veel boeren gedwongen worden hun bedrijf te beëindigen en ergens anders opnieuw te beginnen. Niet de economische positie van de varkenssector, maar de uitbreiding van hoogwaardig natuurgebied lijkt de leidraad van de Reconstructiewet te zijn geworden, stelde landbouworganisatie LTO Nederland.

Ook de Raad van State is niet te spreken over de reconstructiewet, zo blijkt vandaag uit een eveneens uitgelekt advies van het college aan het ministerie. “Niet naar de Tweede Kamer sturen”, is het advies.

Het kort geding en de verkorte bodemprocedure van de NVV zijn overigens niet de enige protestgeluiden die er vanuit de sector tegen de wet te horen zijn. Ook landbouworganisatie LTO Nederland spant vandaag een rechtzaak aan tegen de staat. Het uitblijven van een schadevergoeding voor het afnemen van varkensrechten is een van de struikelblokken voor LTO.

LTO zet in op een schending van een Europese verordening uit 1975 die bepaalt dat de overheid niet mag sturen in de markt door wetgeving. De varkensboeren vinden dat met de herstructureringswet wel degelijk in de markt wordt ingegrepen. Ook schendt de overheid met de herstructureringswet het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens, meent LTO.

Advocaat G. Snijders van LTO meent dat politieke argumenten in de Eerste Kamer zwaarder hebben gewogen dan juridische. De verdeeldheid in de Senaat toont dat aan, meent hij. Daarom heeft hij goede hoop op de afloop van de rechtzaak. Die is echter niet binnen nu en een paar maanden te verwachten. Het hele traject van rechtbank naar eventueel het Europese Hof kan jaren in beslag nemen.