Oudste zin

Ewoud Sanders (NRC Handelsblad, 19 augustus) lijkt van mening dat het Nederlandse 'Hebban olla uogala nestas hagunnan hinase hic anda thuuuat unbidan uui nu' er eerder was dan de Latijnse tegenhanger van deze regels.

Victor E. van Vriesland haalt, ter toelichting van het weglaten van de '11e eeuwse west-vlaamse versregels' in de derde druk van de 'Spiegel van de Nederlandse poëzie door alle eeuwen', een van de publicaties over deze kwestie als volgt aan: De weglating leek geboden na het verschijnen van de alle vorige publicaties op dit gebied weerleggende studie van J.M. de Smet: Het oudste zinnetje in onze moederstaal - Leuvense Bijdragen, tijdschrift voor Moderne Philologie, XLIV-de jaarg. 1954, afl. 3/4. Daarin wordt aangetoond dat het hier een 'probatio pennae' betreft, niet in de 11de maar in de eerste helft der 12de eeuw ontstaan in de abdij van Rochester, en wel als vertaling in volkstaal van het voorafgaande Latijnse zinnetje, naar het voorbeeld van de tweetalige colloquium-boekjes, waaruit in Engeland de 'scholares' Latijn leerden. Als vertaling onderkend, kwam het geschrift voor een plaats in deze bloemlezing niet meer in aanmerking.