Macht Oeganda en Rwanda is mythe

Midden-Afrika balanceert op de rand van een conflict dat zijn weerga niet kent bezuiden de Sahara. Vier weken na het uitbreken van de revolte tegen president Kabila is Congo in tweeën verdeeld. Sinds de interventie van Angola en Zimbabwe - en in mindere mate Namibië - aan de kant van het regeringsleger controleren Kabila's troepen en zijn bondgenoten uit Zuidelijk Afrika het westen van Congo en de rebellen en hun bondgenoten uit Rwanda en Oeganda het oosten. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat het Kabilakamp de overwinning ruikt en in het offensief gaat tegen rebellenposities in het oosten. In dat geval komen de sterkste legers van Zuidelijk en Midden-Afrika tegenover elkaar te staan op het strijdtoneel Congo. Een overzicht van doelen en middelen, door Lolke van der Heide, Koert Lindijer, Menno Steketee en Dirk Vlasblom.

Een Oost-Afrikaanse krant publiceerde twee weken geleden een foto van Oegandese regeringssoldaten die zich in het westen van het land opmaakten voor een gevecht tegen een rebellenbeweging. De meesten van hen gingen blootsvoets en zagen er afgetobd uit. Ondanks de verhoging van de toch al forse defensiebegroting dit jaar slagen de Oegandese strijdkrachten er niet in grote successen te boeken tegen taaie verzetsbewegingen in zowel het noorden als het westen van het land.

In buurland Rwanda gaan de soldaten beter gekleed. De Rwandese soldaten hebben in de regio de naam tot de beste strijders van Afrika te behoren. De minister van Defensie, vice-president en 'sterke man', Paul Kagame, geldt als een briljante militaire strateeg. Zijn strijders maakten een einde aan de genocide in 1994 en vormden de ruggengraat van de oppositiekrachten in (toen nog) Zaïre die vorig jaar president Mobutu ten val brachten. Het Rwandese leger heeft nauwelijks zwaar materieel, maar moderne lichte wapens des te meer. Die stroomden tijdens de burgeroorlog van 1994 van overal in de wereld naar de strijdende partijen. Het aanzien van de Rwandese soldaten blijkt deels een mythe: ze slagen er niet in een einde te maken aan de opstand in het noordwesten van losbandige en slecht bewapende Hutu-milities.

Rwanda en Oeganda zijn bondgenoten. De regimes van Paul Kagame en Yoweri Museveni kwamen beide door een bevrijdingsstrijd aan de macht. De militaire top in beide landen bestaat uit een nieuwe generatie van intellectuelen en toegewijde soldaten. Daarin onderscheiden beide legers zich van vrijwel alle andere strijdkrachten in de regio. In Rwanda blijkt de motivatie uit de tijd van de bevrijdingsstrijd nog niet verloren gegaan onder de lagere rangen. In Oeganda daarentegen heeft na jaren van vergeefse pogingen moorddadige rebellenbewegingen te verslaan de frustratie toegeslagen en worden vele onderdelen van het leger geplaagd door een laag moreel. Recent slaagde het Oegandese leger er wel in de operaties van het West Nijl Bevrijdingsfront, dat vanuit het Ruwenzori-gebergte overvallen uitvoerde, stil te leggen. Maar het Verzetsleger van de Heer (LRA) glipt het telkens uit de handen.

Rwanda en Oeganda schrikken niet terug voor militaire interventies in hun buurlanden onder het voorwendsel hun eigen veiligheid te waarborgen. Oeganda geeft logistieke steun aan de Zuid-Soedanese rebellenbeweging SPLA en Oegandese troepen interveniëren op gezette tijden ook in het zuiden van Soedan en in Oost-Congo. Oegandese en Rwandese militairen speelden een sleutelrol bij de nederlaag van Mobutu's leger in 1996-'97 en zouden volgens sommige bronnen eveneens de drijvende kracht zijn achter de huidige rebellie in Congo, die aanvankelijk razendsnel terreinwinst boekte.

Deze successen zijn in werkelijkheid minder spectaculair dan ze lijken. De niet betaalde en plunderende soldaten van Mobutu toonden geen enkele bereidheid tot vechten en gingen er met de staart tussen de benen vandoor. De strijdkrachten van Kabila blijken al even weinig indrukwekkend. “Kabila heeft nooit beschikt over een echt nationaal leger”, zegt een Westerse militaire expert in de Rwandese hoofdstad Kigali. “Hij voert een coalitie van militaire belangengroepen aan. Er vonden deze maand nauwelijks gevechten plaats tussen de oprukkende verzetsbeweging en Kabila's leger. Pas toen de Angolezen en de Zimbabweanen ingrepen, werd het een serieuze oorlog.”

Een groot deel van de begrotingen van Oeganda en Rwanda gaat op aan defensie-uitgaven. Oeganda spendeert jaarlijks 250 miljoen gulden aan zijn strijdkrachten, dat is zo'n 20 procent van het nationale budget. Volgens uiteenlopende schattingen heeft Oeganda 40- tot 55.000 man onder de wapenen en de Rwandese strijdkrachten tellen 62.000 manschappen. In Oeganda begonnen Westerse donoren, die het leeuwendeel van 's lands ontwikkeling bekostigen, enkele jaren geleden bezwaren te maken tegen de hoge defensie-uitgaven. De regering zette daarop het mes in het defensiebudget, maar kreeg vorig jaar, wegens toenemende rebellenactiviteit, toestemming van haar Westerse partners hier op terug te komen.

In Rwanda oefenen de donoren een dergelijke druk niet uit. De Verenigde Staten en andere Westerse landen delen de Rwandese visie dat het land nog steeds bedreigd wordt door Hutu-militanten die uit zijn op een nieuwe genocide en dat daarom hoge uitgaven voor defensie zijn gerechtvaardigd. Clinton verklaarde tijdens zijn bliksembezoek aan Kigali, eerder dit jaar, dat de VS zouden helpen voorkomen dat er ooit een nieuwe genocide plaatsgrijpt.

De VS onderhouden nauwe betrekkingen met zowel Oeganda als Rwanda, ook op militair gebied. Washington beschouwt Oeganda als een frontlijnstaat tegen het gevaarlijk geachte moslim-fundamentalistische regime in Soedan. Amerikaanse adviseurs leidden Oegandese militairen op en de VS leverden militair materieel. Amerikaanse GI's voerden vorig jaar gezamenlijke oefeningen uit met het Oegandese leger. Een team Amerikaanse experts oefent Rwandese militairen in 'fundamentele militaire vaardigheden', aldus een verklaring van de Amerikaanse ambassade in Kigali. Dit samenwerkingsprogramma begon in 1995. Toen in Congo op 2 augustus een rebellie uitbrak, verbleven 17 Amerikaanse militaire adviseurs in de grensstad Gisenyi. Twee dagen later verlieten zij Rwanda om de indruk te vermijden dat Was-hington militair betrokken was bij de opstand tegen Kabila.