Kwakkelende leiders in een wereld op drift

Vandaag en morgen ontmoeten twee aangeslagen wereldleiders elkaar in Moskou. Boris Jeltsin is er het ergst aan toe, maar Bill Clinton kan weinig concreets voor hem doen.

ROTTERDAM, 1 SEPT. Hoezeer beïnvloeden een sterk libido of een zwak hart het leiderschap van de wereld? Die vraag welt op nu de Amerikaanse president Clinton en zijn Russische collega Jeltsin elkaar vandaag treffen voor een tweedaagse top onder een somber gesternte van nationale en internationale crises. Amerikaans-Russische toppen waren na de Koude Oorlog al sterk gedevalueerd, maar niet eerder waren de verwachtingen zo laag als bij deze. 's Werelds machtigste leiders zijn op het ogenblik vooral 's werelds kwakkelendste leiders - die indruk kan zelfs de meest gepolijste camera-flirt dezer dagen in Moskou niet wegnemen.

Boris Jeltsin is er als leider zonder regering en economisch programma het ergst aan toe en ontvangt zijn gast met lege handen midden in een machtsvacuüm. De politieke en economische crisis van Rusland bedreigt zijn presidentiële leven acuut, en hij lijkt lichamelijk en geestelijk niet meer berekend op zijn taak. Nog diffuser is de toekomst van zijn land zelf, waar zeven jaar na zijn aantreden nog altijd geen politieke meerderheid voor een hervormingskoers bestaat en oude reflexen allerminst zijn weggesleten.

Het Amerikaanse presidentschap mag dan nog steeds het machtigste instituut in de wereld zijn, Clintons persoonlijke gezag is aangetast door zijn seksaffaire met de jonge stagiaire. Hij lijkt evenmin in staat tot overtuigend leiderschap. Clinton mijdt al maanden elke confrontatie, ook met aardsvijand Saddam Hussein. Zelfs zijn afgekondigde 'oorlog tegen terreur' sluit aan bij een bekend patroon: regeren is voor Clinton vooral een kwestie van reageren. Het bezoek aan de verlamde Jeltsin zal hem evenmin een buitenlands succes opleveren. Of zijn gesprekspartners van vandaag en morgen ook de regeerders van overmorgen zijn, weet immers niemand. Harde afspraken zijn dus uitgesloten.

En dat terwijl de wereld juist nu, misschien wel meer dan ooit na de Koude Oorlog, behoefte heeft aan sterke leiders, nu de internationale stabiliteit zo wordt beproefd door een reeks crises. Ga maar na: de uitzaaiende beurskrach van Azië en Rusland, burger- of etnische oorlogen in Kosovo en Congo, haperende wapeninspecties in Irak, bloedige terreuraanslagen op Amerikaanse doelen, diverse proeven met kernwapens in Azië, stagnerend vredesproces in het Midden-Oosten en een zwak debuut van de nieuwe Japanse premier - een niet eens complete lijst. De wereld, zonder het voorspelbare machtsevenwicht van vóor 1989 en tastend naar een nieuwe ordening, is op drift - en met haar twee van haar belangrijkste leiders. En alsof ze hun malaise onbedoeld symboliseerden, waren beiden de afgelopen dagen gelijktijdig ondergedoken op vakantieadressen, die leiders in normale doen tijdens crises zouden mijden.

Nu komen 'Kosovo', 'Irak', nucleaire kwesties en terreurbestrijding vandaag en morgen weliswaar aan de orde, maar dat zal tot weinig eensgezindheid leiden. Juist over de aanpak van de Iraakse leider Saddam Hussein en de Joegoslavische president Miloševic verschillen de VS en Rusland diep van mening. Achter de schermen geven Amerikaanse regeringsfunctionarissen toe dat de top op een ongelukkig moment plaatsheeft en door de duistere politieke situatie in Rusland een echte agenda mist.

Gingen in het Sovjet-tijdperk Amerikaans-Russische toppen altijd over kernwapens en over oorlog, de afgelopen jaren vervulden de VS en Rusland tijdens hun ontmoetingen voornamelijk de rol van dokter en patiënt. De Amerikanen waren de gangmakers achter de miljardensteun van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) voor Moskou. Inmiddels dreigt het IMF Rusland van het infuus te halen als de hervormingen niet volgens de voorwaarden van het IMF worden doorgezet. Clinton heeft Jeltsin vandaag dan ook geen geld, hoogstens een peptalk te bieden: blijf hervormen, Boris, dan blijven wij je steunen.

Deze morele bijstand is gedeeltelijk ook in Clintons eigen belang: steun aan Jeltsin en diens hervormers is een van de meest constante onderdelen in zijn buitenlands beleid geweest. Als hij nu niet naar Moskou was afgereisd, had hij Jeltsin openlijk laten vallen, en daarmee impliciet erkend dat hij de afgelopen jaren op het verkeerde paard heeft gewed. “Amerika heeft een sterk belang bij het voorkomen dat Rusland terugvalt en bij het promoten van zijn stabiliteit en succes”, zei nationaal veiligheidsadviseur Sandy Berger dit weekeinde.

Zo bezien bestaat er een lotsverbondenheid: een crisis van Rusland is in zekere zin ook een crisis van het Amerikaanse Rusland-beleid, gezien de dokter-patiënt-relatie. Hebben de VS en het IMF Rusland de afgelopen jaren nu te veel, te weinig of gewoon verkeerd gesteund?, is een vraag die dezer dagen in de VS weer - periodiek - gesteld wordt. Veel waarnemers menen dat de dokter de patiënt weliswaar medicijnen heeft gegeven, maar zonder bijsluiter waar de contra-indicaties in staan. Feit is dat de economische steun onvoldoende rendement heeft opgeleverd, en dat Rusland nog steeds een bestuurlijke infrastructuur mist, die een moderne economie kan besturen, met daarbij weinig legitimiteit voor de vrije markt.

Clinton laat Jeltsin niet vallen, maar werpt tegelijkertijd al een blik vooruit naar het post-Jeltsin-tijdperk. Hij is van plan morgen gesprekken te voeren met de belangrijkste kandidaat-opvolgers: de populistische burgemeester Loezjkov van Moskou, de invloedrijke ex-generaal Lebed en communistenleider Zjoeganov. Voor Clinton worden dat geen gemakkelijke gesprekken: in tegenstelling tot Jeltsin stelt geen van drieën prijs op Westerse recepten.