Kleine belegger speelt niet meer de held

Maandelijk staken Amerikaanse particuliere beleggers meer dan 20 miljard in beleggings- fondsen die weer aandelen kochten op de effectenbeurs van Wall Street. In augustus lijkt de trend gebroken.

ROTTERDAM, 1 SEPT. Sleept de kleine man aan Main Street de effectenbeurs van Wall Street door zijn nieuwste crisis?

De Amerikaanse particuliere belegger gold de afgelopen jaren als een van de helden op de aandelenmarkt. Niet alleen stak hij jarenlang maand in maand uit een deel van zijn spaar- en pensioengeld in de aandelenmarkt voor bedragen van zo'n 20 miljard dollar of meer. Toen in oktober vorig jaar de graadmeter van de stemming op de effectenbeurs aan Wall Street met 554 punten daalde in zijn eerste grote angstreactie op de rommelende Azië-crisis, verrasten de particuliere beleggers de professionals. In plaats van de verwachte verkoopgolf kochten de particulieren aandelen bij en bleven zij trouw aan hun beleggingsfondsen.

Is het dit keer anders? Gisteren verloor de beursgraadmeter Dow Jones index 512 punten. In tegenstelling tot de voorgaande acht jaren lijkt de kleine belegger nu ook voorzichtig te worden. De eerste indicaties van de groei van de beleggingsfondsen duiden op een uitstroom van geld in de maand augustus. In Amerika wordt de groei van de beleggingsfondsen twee keer per week doorgerekend. Op basis van de ontwikkelingen bij een beperkt aantal fondsen hebben beleggers de afgelopen maand bijna 2 miljard dollar onttrokken aan de beleggingsfondsen die in aandelen van bedrijven beleggen.

De vloedgolf van het particuliere geld, die de professionals ook wel liefkozend de wall of liquidity noemden, lijkt opgedroogd. Volgens de rekenaars van de denktank van de Amerikaanse beleggingsfondsen, het Investment Company Institute, ging het sinds 1991 om 1.100.000.000.000 dollar. De groei van de beleggingsfondsen is een van de krachtige aanjagers geweest van de almaar stijgende koersen op de Amerikaanse beurs. Wall Street is zelf de grootste aandelenmarkt ter wereld en heeft zodoende vergaande invloed op het wel en wee van de beurzen in Europa en Azië.

De kapitaalstroom hangt nauw samen met demografische en politieke factoren. De generatie van de na-oorlogse baby boomers spaart met fanatisme voor zijn pensioen. In tegenstelling tot Nederland waar pensioenvoorzieningen door anonieme collectiviteiten worden beheerd, moeten steeds meer Amerikaanse werknemers zelf keuzes maken. Hun pensioenvoorziening is veranderd in een stelsel waarin de werknemer zelf maandelijks een bedrag aan pensioenpremies ontvangt dat hij zelf mag beleggen. En daarvoor krijgt hij de keuze uit een aantal pakketten met beleggingsfondsen. Volgens schattingen heeft ongeveer de helft van de ondernemingen dit systeem inmiddels ingevoerd.

Eind 1996 waren deze pensioenkapitalen in beleggingsfondsen alleen al goed voor 16 procent van het totale vermogen van de beleggingsfondsen. In 1992 was dat nog 11 procent. De Wall Street Journal noemde gisteren een paar van de ontzagwekkende bedragen die hiermee zijn gemoeid. Amerikaanse huishoudens bezitten via hun eigen beleggingen en hun pensioenkapitalen 59 procent van alle Amerikaanse aandelen. En de waarde van die aandelen vormt 23 procent van hun vermogen, meer dan de waarde van een eigen woning.

Na de beurskrach van oktober 1987 trokken particulieren bijna vier procent van hun kapitaal uit beleggingsfondsen terug. In de eerste drie dagen viel voor de beleggingsfondsen de grootste klap, waarna de uitstroom nog ver tot in 1988 voortduurde. Een vergelijkbare reactie nu, zou niet alleen een dreun voor Wall Street zijn, maar ook voor de Amerikaanse economie. Wie ondanks de koersdalingen tegen een laag rendement op de bank wil sparen voor zijn pensioen, kan minder consumeren.