Kind getrouwd

Dat ze gefortuneerd was, was in kleine kring bekend, maar dat ze de onschuld had van een kind ontdekte ik pas toen haar man overleden was. Mevrouw Poer was een rijzige, verzorgde vrouw die in haar goede tijd erg knap geweest moet zijn. Haar man was in onze stad een gerespecteerde figuur die zich door studie ontwikkeld had. Hij had diverse openbare functies bekleed en werd geroemd om zijn financieel inzicht. Ze woonden niet ver van ons vandaan, betrekkelijk eenzaam, want ze weerden persoonlijk contact, hadden geen kinderen en de banden met haar familie had hij doorgesneden.

Toen Poer overleed liet hij haar verzorgd achter, zeker. Maar ook onbeschermd. Tijdens de begrafenis ging het al mis. Ze ging de bloemstukken, die in de kerk rond de kist gegroepeerd stonden, inspecteren als betrof het de feestelijke uitstalling van de cadeaus voor haar huwelijk. Voor elk bloemstuk bleef ze staan en riep opgetogen: “Wat een schitterend boeket” en “Oh, zo'n mooi zijden lint”. Ze kreeg een rode kleur en tijdens het condoleren schudde ze de hand van die uitgebreide kring kennissen die ze gefilterd via haar man ontmoet had en vergeten. Een traan liet ze niet. Schouwspel en middelpunt waren onweerstaanbaar.

Al snel ging ze wandelingen maken en bij buren aanbellen die haar verbaasd binnenlieten. Maar die raakten verveeld. Ze sprak alleen over zichzelf, haar perzen en haar man en vergat de tijd. “Mijn man is doctorandus”, herhaalde ze.

Toen een van haar huizen werd verkocht zei ze tevreden: “Het heeft wel drieduizend gulden opgebracht”, want benul van geld had ze niet. Ze schreef ingespannen haar naam onder het contract en zei: “Foei, wat een werk.” En het drong tot me door: Poer had een kind getrouwd en haar ragfijn afgeschermd van de buitenwereld.

Ze verwaarloosde zich en werd oud. In de zomer liep ze in haar wintermantel. Haar kousen afgezakt en de lippenstift als de mislukte clownschmink om haar mond gesmeerd. Toen ze op straat viel begon de buurt er zich mee te bemoeien. Haar familie die elders woonde werd gewaarschuwd. De familie zei: “Oom heeft het contact tussen tante en ons verboden. Hij heeft gezegd dat niets in zijn nalatenschap voor ons bestemd zou zijn, zelfs geen partje.”

Zo geschiedde. Toen ze overleed kwam de taxateur van het veilinghuis de inboedel nummeren. Ook de klok, een eenvoudig erfstuk uit haar familie. Alles werd verkocht en ging naar het goede doel. De familie stuurde uit beleefdheid een rouwcirculaire. 'Heden nam de Here op in Zijn heerlijkheid onze tante Elisabeth Poer, geb. Bavink'. Er stond een rouwdienst gepland in de kerk, maar er was geen gelegenheid tot condoleren.