EZ wil failliete ondernemers steunen

ROTTERDAM, 1 SEPT. Failliete ondernemers moeten meer kans krijgen om opnieuw een bedrijf te beginnen, zegt minister Jorritsma's topambtenaar drs. C. van Gent (Economische Zaken). De belastingdienst, de banken en andere schuldeisers moeten gefailleerden zijns inziens juist helpen in plaats van tegenwerken. Van Gent: “Wij willen af van de cultuur om een ondernemer die een keer failliet is gegaan, te typeren als een mislukkeling.” De topambtenaar zegt dit in het septembernummer van magazine Ondernemen! van MKB-Nederland.

Economische Zaken mikt daarom op een wijziging van de honderd jaar oude faillissementswet. Uit onderzoek van het ministerie en van de ING Bank blijkt dat ooit failliet gegane ondernemers die een nieuwe poging wagen, meer succes hebben en beter zijn gemotiveerd dan andere starters in het bedrijfsleven. Bovendien heeft de club van geïndustrialiseerde landen, OESO, Economische Zaken voorgehouden dat schuldeisers in Nederland relatief veel bescherming genieten. “Daardoor biedt de wet ondernemers weinig kansen om opnieuw te beginnen”, aldus Van Gent. “In andere culturen, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, is het niet erg als je een keer faalt, maar in Nederland wordt dat als een grote schande beschouwd.”

Economische Zaken gaat nu eerst overleggen met andere ministeries, banken, MKB-Nederland en VNO-NCW alvorens nieuw beleid voor herstartende ondernemers te ontwikkelen. Het ministerie is nu al blij met een voorstel van ING om een 'schoonschipfaciliteit' te introduceren waarbij gefailleerden schulden tot 200.000 gulden kunnen worden kwijtgescholden. Als de schuld groter is, betaalt hij/zij voor het bedrag hierboven maximaal vijf jaar door.

Uit de onderzoeken van EZ en ING Bank blijkt dat na een faillissement het vinden van kapitaal om opnieuw te beginnen het grootste struikelblok is. Van de 40.000 mensen die jaarlijks een eigen bedrijf beginnen, gaat 18 procent binnen vijf jaar failliet. Van hen zijn er 4.000 die de potentie hebben om nu wel met succes opnieuw te beginnen.

Die groep heeft volgens de onderzoeken drie kenmerken: de betrokkenen zijn jonger dan 45 jaar, zij hebben een middelbare tot hogere opleiding en zij hebben ervaring opgedaan.