De vrije markt is ook niet alles

Sinds de liberale en financiële revolutie van de jaren negentig neemt jan en alleman deel aan de jacht op het snelle geld. Maar er hoeft maar iets te gebeuren of men zoekt een goed heenkomen en de beurzen kelderen. Menno Tamminga wijst op de neveneffecten van het geloof in de vrije markt: kuddegeest en overdrijving.

De prijzen van productieve bezittingen, zoals aandelen van bedrijven, lijken losgeslagen wrakhout op de internationale financiële markten. De koersen van culturele eigendommen bereiken juist nieuwe hoogtepunten.

Tachtig miljoen gulden betaalt de nieuwe stichting Nationaal Fonds Kunstbezit voor Piet Mondriaans laatste schilderij, Victory Boogie Woogie. Het geld voor deze aankoop moet nog worden verdiend door De Nederlandsche Bank, die volgend jaar 110 miljoen gulden uit haar winst over 1998 zal schenken aan de stichting. Het is kennelijk speculatiedrift in het nationaal belang met koninklijke instemming: de majesteit en de minister-president waren bij de officiële overdracht van het schilderij gisteren aanwezig.

De koersen van aandelen zijn de afgelopen weken daarentegen het slachtoffer van een financiële paniek die traditioneel samenhangt met en volgt op periodes van overmatige speculatie. Of het nu land of vastgoed is, kunst of kitsch, aandelen of tulpenbollen, van tijd tot tijd neemt massapsychologie het over. Dan lijken de bomen niet alleen tot in de hemel te groeien, hele volksstammen weten zeker dat het zo is, of laten zich daarvan overtuigen. Aangevuurd en opgejaagd door zonnige economische vooruitzichten, de winst van de buurman, een gestage rentedaling, stijgende bedrijfswinsten en het gevoel dat na de val van de Muur de hele wereld is bekeerd tot het marktdenken, hebben beleggers en speculanten aandelen gekocht alsof hun leven ervan afhangt. En soms is dat ook zo, gezien het fanatisme waarmee bijvoorbeeld Amerikaanse babyboomers voor hun pensioenvoorziening sparen door aandelen te kopen.

Vroeger belegde alleen de maatschappelijke elite, maar door de popularisering van bezitsvorming slurpt ook de gewone man de fiscaal aantrekkelijke genoegens op van beleggen en speculeren aan Beursplein 5 (effectenbeurs) en Rokin 65 (optiebeurs). Over dergelijk financieel hedonisme hoor je liberale columnisten overigens nooit klagen.

Zelfs gewone Nederlanders kunnen nu profiteren van de bereidwilligheid van banken en andere financiers om met geleend geld de beursvloer op te gaan. Van de twee miljoen beleggende Nederlandse huishoudens doet 13 procent aan aandelenlease: geld lenen om aandelen te kopen en vermogen opbouwen. De spaarcenten van het legioen van kleine beleggers zijn een kleine bijdrage aan de ontzagwekkende financiële wolk die boven de wereld hangt.

Kleine en hele grote particuliere beleggers doen 't. Pensioenfondsen en verzekeraars doen 't. Bedrijven met overtollig kasgeld doen 't. En banken doen 't met hun eigen kapitaal, met andermans kapitaal en met het krediet dat alle eerder genoemde partijen kunnen krijgen om wat extra effecten te kopen.

De omvang van deze financiële wolk is vele malen groter dan de economische handelsstromen op de wereld. Alleen de omzet van vreemde valuta's is zo'n twintig keer zo groot als de handelsstromen van goederen rechtvaardigen. Steeds meer geld jaagt achter te weinig bezittingen en projecten aan en exorbitante prijsopdrijving volgt. De geldbeheerders schuimen de wereld af op zoek naar net iets betere rendementen voor zichzelf en voor hun klanten en dat leidt, gegeven de menselijke natuur en de explosief gestegen informatiestromen, tot kuddegedrag.

Geldbeheerders die niet instappen op de nieuwe kansen lopen het risico een dief van hun eigen portemonnee en die van hun klanten te zijn. Welke financier wil zijn baan riskeren? Het aanbod van kapitaal schept zijn eigen vraag. Wie waren er eerder in de snel groeiende economieën buiten Japan, Europa en Noord-Amerika, de zogeheten emerging markets? De beleggers die willen investeren, of de lokale beslissers en managers die gemakkelijk en goedkoop kapitaal willen aantrekken?

De financiële kudde die zich op deze markten stortte, heeft zich na de Azië-crisis weer teruggetrokken. Politieke wanorde, zoals de afgelopen weken in Rusland, maakt een vlucht naar de uitgang extra aantrekkelijk. Beleggers beschouwen deze voormalige ontwikkelingslanden als een groep en de meeste maken geen onderscheid tussen Indonesië, Rusland en Brazilië.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat sinds de Tweede Wereldoorlog financiële brandhaarden moet blussen, wordt ingehaald door de liberale en financiële revolutie van de jaren negentig. Het IMF stamt uit de tijd toen vaste verhoudingen de economische wereld regeerden, en bankiers en ministers uit dezelfde sociale klasse werden gerecruteerd. In tijden van crisis konden zij met elkaar om de tafel gaan zitten om een oplossing te forceren. Dat is met tienduizenden mannen en vrouwen op drie continenten achter beeldschermen en miljoenen achter hun teletekst niet haalbaar. In de dealingrooms staat in tijden van crisis een premie op snel handelen: nu de effecten de deur uit. Over een kwartier is de markt wellicht leeg en zijn de effecten waardeloos.

De kuddegeest en de neiging tot overdrijving zijn onlosmakelijke elementen van marktwerking, al staan deze karakteristieken niet vermeld in de grote en kleine lettertjes van het liberale gedachtegoed dat mondiaal aan de winnende hand leek. Zeker: vrije markten zijn op lange termijn efficiënte sluizen tussen spaargeld en productieve investeringen. Markten hebben echter niet alleen de heilzame werking uit de leerboeken. Zij hebben ook een massale vernietigende kracht. Zij zaaien paniek en in hun grenzeloze overdrijving ontkiemen op onregelmatige tijden de krachten die het hele systeem dreigen te vernietigen.

Tot nu toe heeft het kapitalisme zich gered. De verplichte tekst op beleggingsaanbiedingen in Nederland luidt: In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.