De documentaire wint het van het drama in toneelstuk van Ton Vorstenbosch; Anne-Will Blankers is prachtige Wilhelmina

Voorstelling: Wilhelmina: Je Maintiendrai door Ton Vorstenbosch. Regie: Mette Bouhuys. Spelers: Anne-Will Blankers, Cas Enklaar, Elsje Scherjon, Laus Steenbeeke e.v.a. Gezien 31/8 Stadsschouwburg, Amsterdam. Te zien t/m 2/9 aldaar. Tournee t/m 2/3. Inl.: (0900) 9203.

Royalty? Niks royality. Het protocol? Dat is iets voor de meisjesbewaarschool. Met ferme pas, wat schommelend op haar stevig op de grond geplante voeten, maakt Anne-Will Blankers in de titelrol van Wilhelmina: Je Mantiendrai haar entree. Lakeien openen en sluiten om haar heen de deuren. Lastige hofdames of nieuwsgierige derden worden door haar met een enkele superieure handbeweging gelast zich te verwijderen. Aan het hof van Holland zwaait een kleine berin, kort van postuur, de scepter. Of is zij de liefdevolle landsmoeder die, ondanks dat ze vlak na de Duitse inval in de Tweede Wereldoorlog naar Engeland vluchtte, een legendarische warmte voor haar volk uitstraalt?

Toneelschrijver Ton Vorstenbosch heeft van de koningin een dramatisch personage gemaakt. Zij troont in het middelpunt van een web van intriges en verdachtmakingen dat zich tot verstikkens toe vernauwt. Voor alles twijfelt zij aan zichzelf. Gevat in het keurslijf van de constitutionele monarchie heeft ze een intense afkeer van laffe ministers (De Geer, Gerbrandy), van freules en lectrices en ook van haar eigen familie. En dat laatste niet alleen nadat Bernhard aantrad als huwelijkskandidaat voor haar dochter prinses Juliana. Met heftig-verongelijkte stem zwiept ze vanaf de bühne van de Stadsschouwburg alsof het niets is: “Nazi's? U kent ze niet, freule. Ik wel. Mijn hele familie is nazi.”

In de tekst van Vorstenbosch, geregisseerd door Mette Bouhuys, wankelt het monument Wilhelmina geenszins. De prachtig gespeelde snibbigheid en eigengereidheid van Anne-Will Blankers, in harmonie met haar zorgzaamheid, geeft aan haar het herkenbare van de moeder van een groot gezin. Vorstenbosch heeft duidelijk in zijn tekst ironische kanten willen aanbrengen, die in de regie niet tot hun recht komen. De vanzelfsprekende vertolking van Blankers staat ver boven de statische wijze waarop een stuurse Nettie Blanken als 's koningins lectrice en Elsje Scherjon als freule Schimmelpennick hun rol spelen. Aan het slot herwint Scherjon kracht; ze schroomt er niet voor de koningin met een enkele wegwuivende geste op haar plaats te wijzen: de vlucht naar Engeland was onheus.

Ik had gespannen verwachtingen van Cas Enklaar in de rol van de dubieuze, voor louche versleten François van 't Sant, vriend en vertrouwenspersoon van Wilhelmina. Hij was verantwoordelijk voor haar vlucht naar Engeland, vervulde een rol in het Engelandspiel. Enklaars snijdende vileinheid kennende, kreeg hij deze rol niet echt in zijn greep. Zowel het stuk als de regie bood hem ternauwernood een kans. Beide verbrokkelden tot uitweidingen, waardoor het stuk in dramaturgisch opzicht geen krachtige lijn vertoont. Die twee, Wilhelmina en Van 't Sant, hadden de kern van de voorstelling moeten vormen. Een ongrijpbaar, geheim span, waarover geroddeld kon worden. Misschien is Wilhelmina wel verliefd op hem, bijvoorbeeld. Historie was dan teruggebracht tot iets anders dan geschiedkundige feiten. Als de vittende hofdames nu eens een stapje terugdeden en Enklaar meer het dramatische middelpunt zocht, dan had de uitvoering aan spankracht gewonnen. De rol van Laus Steenbeeke als jonkheer van Tets had precies de toon van het nederig ondergeschikte.

Onwaarschijnlijk mooi is het decor van Jan Klatter. Hij creëerde paleisinterieurs in al hun naakte, holle kilheid. In een enkele wisseling liet hij de naargeestige, nachtelijke tuin van Paleis Noordeinde in mei 1940 verdwijnen, waarna de zonovergoten tuin van Wilhelmina's Engelse landgoed met opgloeiend licht achter de bomen te voorschijn kwam. Elmer Schönberger componeerde muziek waarin, op subtiele wijze, af en toe een flard van het Wilhelmus opdook, tot aan het eind het volkslied volop weerklonk. Hoe sterk de drive van de eerste scènes is, des te trager werkt Vorstenbosch naar het slot toe. Hier wint de documentaire het, helaas, van drama. Geschiedschrijver Lou de Jong komt aan bod, maar als terzijde. Wilhelmina en Van 't Sant gaan aan het slot een compromis aan: hij krijgt zijn eervolle vermelding in Wilhelmina's memoires op voorwaarde dat hij aan De Jong onthult dat koning Hendrik maar één bastaard heeft. En niet veel meer.

Dan is er, gelukkig, de slotmonoloog van Wilhelmina waaruit haar onverzettelijke loyaliteit blijkt, maar ook de weg van twijfel die erheen leidde. In de loop van de voorstelling is Wilhelmina steeds minder koninklijk gekostumeerd. In eenvoudig grijs zit zij in haar stoel, ze heeft zojuist haar getuigenis Eenzaam maar niet alleen gedicteerd, en dat is eigenlijk een te florissante titel voor dit slotbeeld: eenzaam, en ook alleen. Anne-Will Blankers geeft Wilhelmina's ontreddering én stugge volharding met buitengemene waardigheid weer.