Angola: militaire reus op lemen voeten

Midden-Afrika balanceert op de rand van een conflict dat zijn weerga niet kent bezuiden de Sahara. Vier weken na het uitbreken van de revolte tegen president Kabila is Congo in tweeën verdeeld. Sinds de interventie van Angola en Zimbabwe - en in mindere mate Namibië - aan de kant van het regeringsleger controleren Kabila's troepen en zijn bondgenoten uit Zuidelijk Afrika het westen van Congo en de rebellen en hun bondgenoten uit Rwanda en Oeganda het oosten. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat het Kabilakamp de overwinning ruikt en in het offensief gaat tegen rebellenposities in het oosten. In dat geval komen de sterkste legers van Zuidelijk en Midden-Afrika tegenover elkaar te staan op het strijdtoneel Congo. Een overzicht van doelen en middelen, door Lolke van der Heide, Koert Lindijer, Menno Steketee en Dirk Vlasblom.

Angola besloot drie weken na het begin van de opstand in Congo tot een militaire operatie tegen de Congolese rebellen. Op 23 augustus trok een legermacht van 2.500 man, ondersteund door gevechtsvliegtuigen, helikopters, tanks en artillerie, vanuit de enclave Cabinda de provincie Beneden-Congo binnen.

De interventie in Kabila's Congo is het derde buitenlandse avontuur van Angola in ruim een jaar. Angolese troepen hielpen in het voorjaar van 1997 dictator Mobutu Sese Seko verdrijven en baanden mede de weg voor Kabila naar Kinshasa. Angola zette in oktober 1997 voor het eerst zijn geduchte luchtmacht in buiten de eigen grenzen. In de voormalige Franse kolonie Congo-Brazzaville koos Luanda de kant van de opstandige generaal Denis Sassou N'Guesso, wiens milities de strijd hadden aangebonden met president Pascal Lissouba. Angolese MiGs bestookten het presidentiële paleis en gaven de doorslag bij de verdrijving van Lissouba uit Brazzaville. Zo vestigde Angola zijn naam als dé militaire mogendheid van Midden-Afrika.

De strijdkrachten van Angola zijn - op die van Zuid-Afrika na - de best uitgeruste van de regio. Angola's operationele luchtvloot bestaat uit een klein aantal MiGs, Soechojs voor aanvallen op gronddoelen en 25 Russische en Franse gevechtshelikopters. Verder heeft het Angolese leger honderden tanks en pantservoertuigen en maar liefst 300 stuks artillerie, in de jaren tachtig geleverd door de Sovjet-Unie, Cuba en de DDR in ruil voor olie.

De Angolese strijdkrachten (FAA) zijn ervaren; in de jaren tachtig wisten ze de modern uitgeruste Zuid-Afrikaanse troepenmacht in het zuiden van het land herhaaldelijk nederlagen toe te brengen. Dat gebeurde evenwel met forse steun van Cubanen. De FAA is er in 15 jaar burgeroorlog nooit in geslaagd het rebellenleger van de UNITA, de beweging van Jonas Savimbi, uit te schakelen.

De jongste interventie in Congo is volgens de Angolese onderminister van Buitenlandse Zaken, Jorge Chicoti, bedoeld om de “legitieme regering” van president Laurent-Désiré Kabila bij te staan tegen “de agressie van buurlanden Rwanda en Oeganda”. Erg overtuigend klinkt dat niet. In het voormalige Zaïre (nu Congo) en in Congo-Brazzaville intervenieerde Angola vorig jaar aan de zijde van rebellen tegen zittende regeringen en in Brazzaville verdreef het zelfs een wettig verkozen president.

Dat Luanda nu de kant kiest van Kabila gehoorzaamt aan dezelfde logica als Angola's eerdere interventies in Midden-Afrika: voortzetting van een binnenlandse krachtmeting in het buitenland. Voor de gewezen (of nooit bekeerde) marxisten in de MPLA-regering is de 'primaire tegenstelling' die tussen de machthebbers in Luanda en de UNITA van Savimbi. De hardliners in Luanda maken zich na vier jaar 'vredesproces' op voor een definitieve afrekening met UNITA. Die houdt, in strijd met de vredesakkoorden van 1994, nog steeds delen van Angola bezet en heeft nog 30.000 man onder de wapenen.

Volgens de staf-chef van het regeringsleger, João de Matos, dient de operatie in Congo “vitale Angolese belangen”. Angola hielp een einde te maken aan het Mobutu-bewind omdat dit zijn grondgebied beschikbaar stelde voor operaties van de UNITA in Angola. De leiders in Luanda raakten echter teleurgesteld in Kabila, want deze bleek niet in staat of bereid de UNITA-bases in het zuiden van Congo te sluiten en wist evenmin te verhinderen dat UNITA in Noord-Angola gewonnen diamanten via Congo naar het buitenland verscheepte. De inkomsten uit diamanten zijn de kurk waarop Savimbi's operaties in Angola drijven. In Brazzaville had president Lissouba zich de woede op de hals gehaald van Angola door UNITA uitvoerfaciliteiten te bieden voor zijn diamanten.

De ergernis over Kabila verklaart waarom Angola zo laat partij koos in het jongste Congolese conflict. Dat de Tutsi-rebellen en hun Rwandese wapenbroeders drie weken geleden een luchtbrug sloegen van Goma in Oost-Congo naar het verre zuidwesten en daar een tweede front konden openen onder de neus van de Angolezen, deed veronderstellen dat zij toestemming hadden van Luanda. Een regeringsbron in Rwanda bevestigde vorige week dat “er afspraken waren gemaakt” en toonde zich geschokt door de Angolese invasie.

De leiders in Luanda zijn evenwel tot de slotsom gekomen dat de Congolese rebellie geen uitzicht biedt op een stabiele regering in Kinshasa en dat aanhoudende onrust aan hun noordgrens hun economische en militaire belangen bedreigt. De enclave Cabinda beschikt over de grootste off-shore olievelden van West-Afrika en Luanda leeft van de olie-inkomsten. Luanda stelde vast dat de bewegingsvrijheid van UNITA door de strijd in West-Congo groter werd en schrok van de massale inzet van voormalige soldaten van Mobutu aan de kant van de rebellen. Dat was de spreekwoordelijke druppel.

Na de Angolese intocht in de westelijke havenstad Matadi zei chef-staf De Matos dat zijn troepen bereid zijn rebellengebied in Oost-Congo aan te vallen “om het conflict te beëindigen”. Een dergelijk offensief kan tot een rechtstreekse confrontatie leiden met Rwandese en Oegandese troepen en doet een zware aanslag op Luanda's middelen. De actieradius van de Angolezen is beperkt. Zuid-Afrikaanse militaire analisten menen dat van de 100.000 man die Angola onder de wapenen heeft slechts 15.000 man gevechtsklaar zijn. Die troepenmacht moet worden verdeeld over de operaties in Congo en het voorgenomen offensief tegen UNITA.

Bovendien kampt Luanda met een nijpend tekort aan contanten. De nood is zo hoog dat Angolese diplomaten eerder deze maand in Washington hebben gevraagd om uitstel van schuldenaflossing en nieuwe leningen. De regering kon zich het afgelopen jaar alleen financieel staande houden door leningen af te sluiten met nog niet gewonnen ruwe olie als onderpand. Volgens sommige analisten spendeert Angola de helft van zijn budget aan de strijdkrachten en geen land kan dit lang volhouden, zeker het door burgeroorlog verwoeste Angola niet.