Alternatief brede alliantie; Nieuwe wet op de privacy wekt verzet

DEN HAAG, 1 SEPT. Werkgeversorganisatie VNO-NCW en de Consumentenbond verzetten zich fel tegen de nieuwe privacywet. De Tweede Kamer moet zich nog uitspreken over de wet, die eind oktober zou moeten ingaan.

Werkgeversvoorzitter H. Blankert noemt het wetsvoorstel, afkomstig van voormalig minister Sorgdrager van Justitie, “absurd en onaanvaardbaar”. De directeur van de Consumentenbond, D. Westendorp, vindt dat de wet “bol staat van studeerkameroplossingen”.

Beide organisaties komen vandaag met een alternatief in de vorm van een privacygedragscode voor het bedrijfsleven. De uitgangspunten ervan zijn onder meer dat de consument meer invloed krijgt op wat er met zijn persoonlijke gegevens gebeurt. Blankert en Westendorp erkennen dat dit ook uitgangspunt is van het wetsvoorstel, maar menen dat de wet zoveel wil regelen dat dit “in het nadeel van de consument werkt”.

Het is voor het eerst dat Consumentenbond en VNO-NCW samen optrekken. Waar de Bond tegen de wet is omdat de consument er grote hinder van zal ondervinden, zijn de werkgevers ertegen omdat ondernemers op hoge kosten worden gejaagd om te voldoen aan de nieuwe wettelijke privacybepalingen. De Consumentenbond op zijn beurt vreest dat die kosten aan consumenten worden doorberekend.

Westendorp noemde als voorbeeld van de 'tegengestelde werking van de wet' de verplichting van bedrijven om consumenten toestemming te vragen voor de zakelijke verwerking van persoonsgegevens. “Realiseert u zich wat het betekent als de wet wordt nageleefd en je voor al die verwerkingen toestemming moet verlenen?” Aangezien elke Nederlander in zo'n 900 bestanden voorkomt, kunnen consumenten volgens hem “een berg post” tegemoet zien.

Volgens werkgeversvoorzitter Blankert realiseren bedrijven zich in toenemende mate dat “je klanten wegjaagt als je hun privacy te grabbel gooit”. Daarom vindt hij het onnodig privacybescherming uitputtend bij wet te regelen en voldoet een gedragscode beter.

Blankerts bezwaren tegen de wet zijn mede ingegeven door zijn twijfels over de instantie die toezicht moet houden op de naleving ervan, de Registratiekamer. Haar bevoegdheden worden met de nieuwe wet sterk uitgebreid. Volgens Blankert blinkt de toezichthouder evenwel uit in het op “voorbarige wijze publiekelijk aan de schandpaal nagelen van met name genoemde bedrijven”. Hij pleit voor toezichthouders naast de Registratiekamer.